Kruimelpad

Gerechtelijke uitspraak

CBb stelt Europees Hof vragen over tarieven KPN voor transitdienst naar niet-geografische nummers

12-02-2014

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 12 februari 2014 tussenuitspraak  gedaan in de bodemprocedure van de last onder dwangsom ten aanzien van de tarieven die KPN in rekening mag brengen voor haar  transitdienst  naar niet-geografische nummers.

Met de last onder dwangsom wilde ACM zeker stellen dat KPN geen hoge tarieven rekent voor het bellen naar niet-geografische nummers, zoals 0900-nummers. De hoogste rechter heeft nu aan het Hof van Justitie prejudiciële vragen gesteld om duidelijkheid te krijgen of het relevante wetsartikel – artikel 5 van het Besluit Interoperabiliteit – in overeenstemming is met het recht van de Europese Unie. De bodemprocedure bij het CBb wordt in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie geschorst.

Achtergrond

Op 1 juli 2013 is artikel 5 van het Besluit Interoperabiliteit gewijzigd. Vanaf dat moment mogen aanbieders van telefonie aan consumenten die niet-geografische nummers bellen (zoals 0900-nummers) geen tarieven in rekening brengen die hoger zijn dan tarieven voor het bellen naar geografische nummers (ofwel normale vaste nummers, zoals 020 of 070-nummers).

Van transitdiensten is sprake als de telefonie aanbieder van de beller en de telefonie aanbieder waarop het niet-geografische nummer is aangesloten, niet dezelfde zijn. In dat geval zorgt de transitdienst van KPN voor de verbinding tussen de beide aanbieders.

KPN rekent de kosten voor de transitdienst aan andere telefonie aanbieders, die deze kosten uiteindelijk doorberekenen in de tarieven die consumenten betalen. KPN rekent voor transit naar niet-geografische nummers tarieven die hoger zijn dan de tarieven voor transit naar geografische nummers, ook als rekening wordt gehouden met extra kosten die alleen worden gemaakt in het geval van bellen naar niet-geografische nummers. De last onder dwangsom is bedoeld om die situatie te beëindigen.

Verloop procedure

De last onder dwangsom werd door ACM opgelegd op 18 oktober 2013. Daarop vroeg KPN op 25 oktober 2013 een voorlopige voorziening aan bij het CBb. Door deze voorlopige voorziening en de bodemprocedure bij het CBb kon ACM de last onder dwangsom niet bekend maken. Doordat het CBb de bodemprocedure versneld heeft behandeld werd de voorlopige voorziening door KPN ingetrokken. De last onder dwangsom werd daarbij door ACM opgeschort. Het CBb doet pas einduitspraak als het Hof van Justitie de prejudiciële vragen heeft beantwoord.

Link naar de uitspraak