Kruimelpad

Uitspraak rechtbank op beroep Greenchoice

De rechtbank heeft in haar uitspraak van 25 april 2013 het beroep van de Groene Energie Administratie B.V. (Greenchoice) tegen het besluit van ACM (voorheen: Consumentenautoriteit) van 20 december 2011 ongegrond verklaard. Deze beslissing werd genomen naar aanleiding van het bezwaar van Greenchoice tegen het sanctiebesluit van de Consumentenautoriteit van 27 mei 2011.

De rechtbank heeft ACM in het gelijk gesteld wat betreft de door de Consumentenautoriteit vastgestelde overtredingen. Greenchoice heeft tussen 1 oktober 2009 en 1 augustus 2010 met behulp van colportage een groot aantal consumenten benaderd voor het afsluiten van een energiecontract. Greenchoice heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken, onder meer door:

  • onjuiste / misleidende informatie te geven over korting, teruggave of besparing op de energierekening;
  • geen informatie te geven over een mogelijke overstapboete terwijl dat wel verplicht is op basis van de Gedragscode Consument en Energieleverancier waarbij Greenchoice aangesloten is;
  • niet of niet duidelijk mee te delen dat de consument bij colportage recht heeft op een bedenktermijn van acht dagen;

Voor deze overtredingen was een boete opgelegd van in totaal EUR 425.000. Ook de hoogte van deze boete was naar het oordeel van de rechtbank terecht.

Greenchoice voerde in beroep verder aan dat er sprake was van strijd met het ‘ne bis in idem beginsel’ (artikel 5:43 van de Algemene wet bestuursrecht). Greenchoice meende dat zij twee keer werd gestraft voor hetzelfde feit omdat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de NMa) bij besluit van 8 maart 2011 ook een boete had opgelegd wegens overtredingen die Greenchoice bij haar colportagepraktijken beging. Dit ging om overtredingen van de artikelen 95m, derde lid, van de Elektriciteitswet en 52b, derde lid, Gaswet waarbij Greenchoice volgens de NMa bij de consument onduidelijkheid liet bestaan over het feit dát er een contract was afgesloten, over de duur van het contract, de voorwaarden voor verlenging en beëindiging van het contract, het bestaan van een recht op opzegging en de voorwaarden van opzegging.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de Consumentenautoriteit niet in strijd met het ‘ne bis in idem beginsel’ heeft gehandeld door Greenchoice ook een boete op te leggen. Daarbij volgt de rechtbank het standpunt van ACM dat bij de Elektriciteits- en Gasrichtlijn en de E-wet en de G-wet de sturing van de energiemarkt centraal staat en bij de Richtlijn Oneerlijke handelspraktijken en de Wet Oneerlijke handelspraktijken de consumentbescherming. De wettelijke bepalingen beschermen andere belangen (en niet dezelfde) volgens de rechtbank. Verder bevestigt de rechtbank het standpunt van ACM dat de door de Consumentenautoriteit en NMa geconstateerde overtredingen niet noodzakelijk altijd tegelijk worden gepleegd.

Greenchoice heeft hoger beroep ingesteld bij het CBb tegen deze uitspraak.

Lees de uitspraak van de rechtbank Rotterdam op rechtspraak.nl