Kruimelpad

Uitspraken CBb boete zilveruienkartel

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft de aan telers en verwerkers van zilveruien oplegde boetes in hoger beroep in stand gelaten.

Waar gaat de zaak over?

Op 25 mei 2012 heeft ACM ruim 8 miljoen euro aan boetes opgelegd aan telers en verwerkers van zilveruien (zilveruienproducenten) voor verboden kartelvorming.

De zilveruienproducenten spraken af hoeveel hectare (arealen) zilveruien ingezaaid mochten worden. Ze hadden contact over de prijzen die afnemers moesten gaan betalen. Daarnaast kochten ze bedrijfsmiddelen, bijvoorbeeld machines, van drie concurrenten die hun onderneming staakten op met als doel andere concurrenten toetreding tot de markt te belemmeren. Het kartel is over een periode van twaalf jaar actief geweest: van 1998 tot in 2010.

Deze gedragingen zijn door ACM aangemerkt als één voortdurende overtreding van het kartelverbod, omdat zij hetzelfde doel hadden: het beperken/controleren van de productie van zilveruien om de markt te stabiliseren en de prijs voor zilveruien op een hoger niveau te brengen.

Niet alle zilveruienproducenten waren het eens met de opgelegde boetes. Vijf ondernemingen hebben – met instemming van ACM – de bezwaarfase overgeslagen en rechtstreeks beroep ingediend bij de rechtbank Rotterdam.

Uitspraken rechtbank Rotterdam; terecht boetes opgelegd

In de tussenuitspraak van 20 maart 2014 oordeelde de rechtbank dat ACM terecht boetes heeft opgelegd aan de zilveruienproducenten voor het overtreden van het kartelverbod. Bij vier van de vijf ondernemingen die beroep hadden aangetekend liet de rechter ook de hoogte van de boetes in stand. Later, bij de einduitspraak op 5 juni 2014, heeft de rechtbank ook de boete aan de vijfde onderneming in stand gelaten.

Uitspraken CBb; bevestiging uitspraak rechtbank

Het CBb heeft op 24 maart 2016 in hoger beroep de rechtbankuitspraken bevestigd. Het CBb oordeelt dat ACM de boetes terecht heeft opgelegd. De gedragingen van de zilveruienproducenten waren bedoeld om de concurrentie te beperken. De afspraken zijn niet op grond van Europese landbouwregels uitgezonderd van het kartelverbod. Een beroep van de producenten op deze Europese regelgeving is door het CBb verworpen.

Eén voortdurende inbreuk op mededingingswet

Het CBb vindt dat ACM terecht heeft vastgesteld dat er sprake is van één voortdurende inbreuk. De areaalafspraken, het opkopen van bedrijfsmiddelen van concurrenten en het uitwisselen van prijsinformatie maakten onderdeel uit van een totaalplan met als gemeenschappelijk doel het stabiliseren van de markt en het realiseren van hogere prijzen voor de zilveruien.

De overtreding geldt ook voor de verkoop van zilveruien aan buitenlandse afnemers binnen de EU. Het CBb bevestigt dat ACM de ‘besmette’ omzet die behaald is met de verkoop van zilveruien in de gehele Europese Unie mag gebruiken als grondslag voor de beboeting, en niet enkel de Nederlandse omzet, zoals de zilveruienproducenten aanvoerden.

Bevoegdheid beboeting voormalige moederonderneming

De voormalige moederonderneming van één van de zilveruienproducenten betoogde in hoger beroep dat ACM geen boete meer op had mogen leggen, omdat de bevoegdheid hiertoe zou zijn  komen te vervallen. Het CBb verwerpt dit betoog. Omdat ACM een bedrijfsbezoek bij de voormalige dochteronderneming heeft gehouden, is de vervaltermijn gestuit. Volgens het CBb geldt een stuitingshandeling voor alle ondernemingen die aan de overtreding hebben deelgenomen, dus ook de voormalige moedermaatschappij.
Daarnaast vindt het CBb de keuze van ACM redelijk om de voormalige dochteronderneming niet hoofdelijk aansprakelijk te houden voor de boete aan de moederonderneming.

De opgelegde boetes zijn na de uitspraken van het CBb onherroepelijk geworden.

Lees de uitspraak van het CBb op rechtspraak.nl:

Uitspraak CBb Zilveruienkartel 
Uitspraak CBb Zilveruienkartel voormalige moederonderneming