Kruimelpad

Besluit op klacht IES over misbruik machtspositie Nederlands Omroepproduktie bedrijf

Klacht van International Electronics Service over misbruik machtspositie Nederlands Omroepproduktie bedrijf wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

In haar brief klaagt International Electronics Service over het uitbreiden van de macht van het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf N.V. (verder: NOB) door middel van concentratie , daarmee samenhangend misbruik van machtspositie van het NOB en over afspraken binnen het NOB-concern dan wel tussen dochterondernemingen van het NOB, waardoor IES haar producten niet kan leveren aan de studio's van het NOB.

Met concentratie doelt IES op het feit dat het NOB, aldus IES, sinds enkele jaren een beleid voert, waarbij zij concurrerende ondernemingen of ondernemingen die zich op een markt bevinden, die de NOB wil betreden, van zich afhankelijk maakt door het geven van grote opdrachten. Vervolgens neemt het NOB deze ondernemingen over. Het NOB voerde en voert dit beleid o.a. ten aanzien van ondernemingen die regel- en controlesystemen voor verlichting van studio's produceren en/of verkopen.

Het tweede onderdeel van de klacht betreft het misbruik van machtspositie en mededingingsbeperkende afspraken. Dienaangaande stelt IES dat de NOB-studio's uitsluitend inkopen bij Flashlight, sinds 1996 een 100% dochteronderneming van het NOB. Vertegenwoordigers van de studio's hebben in september en november 1997 tegenover IES verklaard wel de producten van IES te willen kopen, doch dat niet te mogen. Aangezien het NOB 80-90% van de studio-markt in Nederland in handen heeft (gegevens IES), kan IES haar producten nauwelijks afzetten op de Nederlandse markt. Zij exporteert 80-85% van haar producten naar landen in Europa, met name het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Met betrekking tot het eerste deel van de klacht van IES, nl. dat het NOB gebruik maakt van haar machtspositie om ondernemingen van zich afhankelijk te maken en hen vervolgens over te nemen, heeft IES geen gedraging gesteld of bewezen, waarop de Mededingingswet van toepassing is. De klacht moet op dit onderdeel dan ook worden afgewezen. Met betrekking tot het tweede gedeelte van haar klacht, heeft IES slechts gesteld dat vertegenwoordigers van studio's van het NOB in 1997 tweemaal hebben verklaard geen producten van IES te kunnen inkopen. Ook op dit punt ontbreekt het bewijs van het (voort)bestaan van gedragingen na 1 januari 1998, waarop de Mededingingswet van toepassing is. De klacht dient daarom ook op het tweede onderdeel te worden afgewezen.