Kruimelpad

Gerechtelijke uitspraak

Hoogste rechter oordeelt: De ACM mag investeringsmaatschappij beboeten voor meelkartel

26-03-2019

De ACM heeft terecht een boete opgelegd aan een investeringsmaatschappij voor een kartelovertreding. De kartelovertreding was gedaan door een bedrijf waarin de investeringsmaatschappij een controlerend belang had. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft dat op 19 maart 2019 geoordeeld.

Achtergrond en procedure

De ACM heeft in 2010 boetes opgelegd aan 14 meelproducenten omdat ze verboden kartelafspraken hadden gemaakt. Tijdens de bezwaarprocedure voerden twee van deze meelproducenten aan dat de ACM de overtreding van één van de andere meelproducenten niet heeft toegerekend aan de hoogste moedermaatschappij, in dit geval een investeringsmaatschappij. Dit was voor ACM mede aanleiding om een aanvullend onderzoek te doen naar deze investeringsmaatschappij.

De Rechtbank heeft op 26 januari 2017 geoordeeld dat de ACM de investeringsmaatschappij terecht heeft beboet voor de overtreding van haar (dochter)bedrijf. Tegen deze uitspraak is de investeringsmaatschappij in hoger beroep gegaan bij het CBb.

Uitspraak van het CBb

Het CBb bevestigt de uitspraak van de rechtbank:

de ACM heeft de investeringsmaatschappij terecht een boete opgelegd voor deelname aan het meelkartel door het bedrijf waarin zij een controlerend belang had. Het CBb vindt dat het leerstuk van toerekening (en ouderaansprakelijkheid) voor ‘gewone’ bedrijven ook geldt voor investeringsmaatschappijen. Het CBb komt tot de conclusie dat deze investeringsmaatschappij beslissende invloed had op het bedrijf dat deelnam aan het meelkartel. Het CBb oordeelt dat de investeringsmaatschappij en het (dochter)bedrijf als één onderneming in de zin van het mededingingsrecht kon worden beschouwd. De overtreding van het (dochter)bedrijf mag dan ook worden toegerekend aan de investeringsmaatschappij.

De uitspraak is onherroepelijk.