Concurrentie door overheden

Wet Markt en Overheid

Het doel van de Wet Markt en Overheid is om oneerlijke concurrentie door de overheid te voorkomen als zij economische activiteiten uitvoert. De wet bevordert een gezond ondernemersklimaat in Nederland. De ACM let erop dat overheden zich aan deze wet houden.

Gedragsregels voor de overheid wanneer zij concurreert met ondernemers

Overheden mogen economische activiteiten uitvoeren, maar moeten zich dan wel aan de 4 gedragsregels houden:

1. Kosten doorberekenen

Overheden mogen een product of dienst niet onder de kostprijs aanbieden. Onderhoudt een gemeentelijke plantsoenendienst bijvoorbeeld ook particuliere tuinen? Dan moet zij alle kosten hiervoor in rekening brengen. Net zoals andere hoveniersbedrijven dat doen.

2. Bevoordelingsverbod

Overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven concurrerende ondernemingen. Bijvoorbeeld door gunstige financiering.

3. Gegevensgebruik

Overheden krijgen door haar publieke taak informatie die anderen niet hebben. Dat mag geen oneerlijk voordeel opleveren. Overheden mogen gegevens daarom alleen gebruiken voor economische activiteiten, als andere bedrijven die gegevens ook onder dezelfde voorwaarden kunnen krijgen. 

4. Functiescheiding

Het komt voor dat overheden een bestuurlijke rol hebben voor economische activiteiten die ze zelf uitvoeren. Overheden moeten zorgen voor een strikte scheiding tussen zulke bestuurlijke zaken en economische activiteiten. Ambtenaren mogen niet tegelijk met allebei bezig zijn. Neem bijvoorbeeld een gemeenteambtenaar die aanvragen voor kapvergunningen behandelt. Deze ambtenaar mag zich niet bezighouden met kapwerkzaamheden die de gemeente aan particulieren aanbiedt.

De gedragsregels gelden voor de volgende overheden:

  • Rijksoverheid
  • Provincies
  • Gemeenten
  • Waterschappen
  • Samenwerkingsverbanden tussen overheden (gemeenschappelijke regelingen)
  • Zelfstandige bestuursorganen

Uitzonderingen op de gedragsregels voor concurrentie door de overheid

De 4 gedragsregels gelden niet voor het lager en hoger onderwijs, sociale werkplaatsen en voor de publieke omroep. En ook niet als de overheid economische activiteiten in het algemeen belang uitvoert en daarvoor een algemeen belang besluit heeft genomen of staatssteun  geeft.
Een overzicht van alle uitzonderingen vindt u in de Wet Markt en Overheid .