Acm.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruikersgemak te verbeteren. Lees meer over cookies

Uitspraak rechtbank Rotterdam last onder dwangsom Lactalis

De rechtbank Rotterdam heeft op 29 mei 2026 uitspraak gedaan in drie beroepen over een last onder dwangsom die de ACM oplegde aan kaasfabrikant Lactalis voor het eenzijdig wijzigen van de inkoopprijs voor melk. De rechtbank vernietigt de besluiten van de ACM.

Waar gaat de zaak over?

De Leveranciersvereniging Leerdammer Collectief (LVLC) diende bij de ACM een handhavingsverzoek in tegen Royal Lactalis Leerdammer B.V. (Lactalis). LVLC vertegenwoordigt een groep boeren die melk aan Lactalis leveren. Volgens LVLC overtrad Lactalis met verschillende inkoopvoorwaarden die zij hanteerde de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen (Wet OHP Landbouw).

Na onderzoek legde de ACM een last onder dwangsom op aan Lactalis, omdat zij in strijd met de wet de melkprijs eenzijdig wijzigde. De andere klachten van LVLC waren volgens de ACM ongegrond. Vervolgens ontwikkelde Lactalis een nieuw prijssysteem. LVLC vond dat dit prijssysteem niet aan de last onder dwangsom voldeed en verzocht de ACM om dwangsommen in te vorderen. De ACM wees dat verzoek af in een niet-invorderingsbesluit, omdat het nieuwe prijssysteem volgens haar wel aan de last voldeed.

Lactalis en LVLC stelden allebei beroep in tegen het last-onder-dwangsombesluit. Lactalis omdat zij de oplegging van de last onterecht vond, LVLC omdat zij vond dat er ook andere overtredingen hadden moeten worden vastgesteld. LVLC stelde daarnaast beroep in tegen het niet-invorderingsbesluit.

Wat oordeelde de rechtbank Rotterdam?

De rechtbank Rotterdam komt op basis van een andere interpretatie van de toepasselijke Europese regels dan de ACM tot het oordeel dat geen sprake is van een overtreding van het verbod op eenzijdige prijswijzigingen. Het maandelijks eenzijdig vaststellen van de melkprijs, zonder dat hiervoor een transparant en objectief systeem is overeengekomen of dat hierover onderhandeld kan worden, geldt volgens de rechtbank niet als een eenzijdige wijziging van de prijsvoorwaarden. De tussen Lactalis en haar leveranciers gesloten overeenkomsten wijzigen hierdoor namelijk niet. Omdat de rechtbank vaststelt dat geen sprake is van een overtreding was de ACM niet bevoegd om aan Lactalis een last onder dwangsom op te leggen. De rechtbank vernietigt het besluit.

Omdat de rechtbank het last-onder-dwangsom besluit vernietigt, komt ook het niet-invorderingsbesluit te vervallen Over de overige klachten van LVLC oordeelt de rechtbank dat de ACM hier terecht niet tegen optrad.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het CBb. De ACM bestudeert de uitspraak en beslist of zij hiertoe aanleiding ziet

De rechtbank deed op dezelfde dag ook een andere uitspraak over de Wet OHP Landbouw. Zie daarover: Uitspraak rechtbank Rotterdam toezegging ZuivelNL.

Lees de uitspraak van de rechtbank

Zie ook

Terug naar boven