Kruimelpad

Gerechtelijke uitspraak

Uitspraak CBb boetes voor twee taxiondernemingen

23-04-2019

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in hoger beroep op 23 april 2019 uitspraak gedaan in de zaak ACM tegen RMC (7130) en de zaak ACM tegen RMC en de BIOS-groep (7131).

Volgens het CBb heeft de ACM in beide zaken terecht vastgesteld dat sprake is van een overtreding van het kartelverbod. De bedrijven verdeelden onderling in de regio Rotterdam het contractueel taxivervoer, zoals zittend ziekenvervoer en leerlingenvervoer. De bedrijven maakten onderling afspraken om de concurrentie bij aanbestedingen te beperken. Zo bepaalden ze bijvoorbeeld vooraf wie de aanbesteding mocht winnen. Of bepaalden ze wie geen bod uit ging brengen en achteraf wél een deel van het vervoer mocht doen.

Voor de ACM stond in deze procedures de rol en functie van marktafbakening centraal. Het CBb heeft bepaald dat marktafbakening weliswaar een vereiste is, maar dat het ook een instrument is. Daarbij gaat om de omstandigheden van het concrete geval.Dit geldt ook bij het toepassen van de bagatelbepaling. ACM heeft voldoende aangetoond dat de taxiondernemingen niet zo een klein marktaandel hebben dat zij onder de (zogenaamde) bagatelgrens kwamen.

Het CBb heeft de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2016 vernietigd.

Dit betekent dat de eerdere besluiten van ACM in deze zaak in stand zijn gelaten. Wel zijn in beide zaken de boetes verlaagd met 10.000 euro vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De boetes voor RMC bedragen 3.716.000 euro en 4.008.000 euro. De boete voor de BIOS-groep bedraagt 618.000 euro.

Deze uitspraken zijn onherroepelijk.

De ACM heeft destijds geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarin de boetes opgelegd aan de feitelijk leidinggevers zijn vernietigd. De uitspraken van het CBb hebben daarom geen betrekking op die boetebesluiten.