Kruimelpad

Gerechtelijke uitspraak

Tussenuitspraken rechtbank handhavingsverzoek Warmtewet de Sniep

28-04-2020

De rechtbank Rotterdam heeft in direct beroep tegen de afwijzing van de handhavingsverzoeken van de Vereniging Betaalbare Warmte voor de Sniep (de Sniep) en de Vereniging Eigen Huis (VEH) jegens Eneco Warmte & Koude B.V. (Eneco) een tussenuitspraak gedaan.

De rechter bevestigt dat, net als bij de zaak Vestia Energie – Hoogeland Naaldwijk, de leveringsgrens vanuit het net bezien vóór de warmtepomp ligt.

Daarnaast oordeelt de rechtbank dat, omdat in de Sniep geen individuele meters zijn geplaatst, de toetsing van het door Eneco in rekening gebrachte leveringstarief aan de maximumprijs in deze zaak dient te gebeuren op basis van de kostenverdeelsystematiek. Nu onder andere ter zitting door Eneco is aangegeven dat deze kostenverdeelsystematiek misschien meer kan worden toegespitst op de individuele afnemer, draagt de rechtbank ACM op om dit met medewerking van Eneco te onderzoeken.

Ook moet worden onderzocht of er alsnog meters in de woningen van de afnemers moeten worden geplaatst.

Verder oordeelt de rechter (net als in de Vestia-zaak) dat er slechts één product, te weten warmte, wordt geleverd. Daarom kan er geen onderscheid worden gemaakt tussen warmte en koude en is er geen sprake van koppelverkoop.

Ook is er geen koppelverkoop tussen de koop van het huis en de levering van warmte omdat er sprake is van verschillende contractspartijen. Wel dient de ACM te onderzoeken of de in de koopovereenkomst opgenomen boeteclausule bij het uitblijven van een leveringsoverkomst met Eneco een redelijke voorwaarde is in de zin van de Warmtewet.

Over de aansluitbijdrage in deze zaak oordeelt de rechtbank met de ACM dat deze, anders dan de in artikel 6 van de Warmtewet genoemde aansluitbijdrage, niet onder de Warmtewet valt.

De reikwijdte van het handhavingsverzoek diende echter breder te worden uitgelegd dan de ACM heeft gedaan. Daarom dient de ACM alsnog te beslissen op de vraag of er door Eneco onvoldoende informatie is gegeven bij de koopovereenkomst over het vaststellen en veranderen van de prijs voor warmte.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat de ACM het handhavingsverzoek met betrekking tot de opzegvoorwaarden terecht heeft afgewezen op grond van haar prioriteringsbeleid.

De rechter heeft een aantal onderdelen van het besluit van de ACM dus bevestigd en daarnaast op een aantal punten nader onderzoek gevraagd van de ACM. De ACM krijgt de gelegenheid om de motivering van het besluit aan te passen of, indien nodig, een nieuw besluit te nemen.

De rechtbank houdt verder iedere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Daarna is er nog een mogelijkheid tot hoger beroep.