Kruimelpad

Nieuwsbericht

NMa: verticale prijsbinding niet toegestaan

28-02-2005

Leveranciers mogen afnemers (zoals supermarkten) niet verplichten om een vaste of minimumverkoopprijs in de richting van consumenten te hanteren. Verticale prijsbinding is verboden volgens de Mededingingswet. Dit stelt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) naar aanleiding van diverse vragen en reacties op de rechterlijke uitspraak in het kort geding tussen koekfabrikant Peijnenburg en Albert Heijn.

Supermarkten zijn vrij om hun eigen prijzen te bepalen, aldus de NMa. Indien leveranciers een supermarkt dwingen een bepaald vast of minimumprijsniveau te hanteren, beperkt dit de supermarkt in zijn concurrentiemogelijkheden. Prijs is immers de belangrijkste concurrentieparameter. Ook prijsbinding waarbij een leverancier een bepaald prijsniveau tracht af te dwingen door bijvoorbeeld sancties, vertraging of opschorting van leveringen of beëindiging van overeenkomsten is op basis van de Mededingingswet verboden.

De NMa houdt toezicht op de naleving van de Mededingingswet. De civiele rechter is eveneens bevoegd om het mededingingsrecht toe te passen en mee te wegen in zijn oordeel. Het kort geding tussen Albert Heijn en Peijnenburg vond plaats in het kader van een civielrechtelijke procedure. De NMa benadrukt dat zij geen oordeel velt over deze zaak.

De NMa is alert op mogelijke overtredingen van het kartelverbod. Supermarkten die aanwijzingen hebben dat hun leveranciers verticale prijsbinding hanteren, kunnen dit doorgeven aan de Informatielijn van de NMa.