Kruimelpad

Gerechtelijke uitspraak

Uitspraak Rechtbank Rotterdam in beroep gemeentelijke pandhuizen

05-02-2016

Rechter vernietigt twee besluiten ACM over pandbelening

De Rechtbank Rotterdam heeft de besluiten van ACM met bindende aanwijzingen tegen gemeentelijke pandhuizen over pandbelening vernietigd.

Waar gaat deze zaak over?

ACM is sinds 1 juli 2014 toezichthouder op de nieuwe pandhuisregels die op die datum van kracht werden. In 2015 heeft ACM twee bindende aanwijzingen opgelegd aan de gemeentelijke pandhuizen van Den Haag en Amsterdam. ACM was het niet eens met de manier waarop deze twee pandhuizen contracten vernieuwden als een consument niet tijdig kon aflossen. De gemeentelijke pandhuizen eisen dan namelijk een tussentijdse betaling op. Volgens ACM zou dit afwijken van de regels en de bedoeling van de wetgever. Daarom heeft ACM bindende aanwijzingen opgelegd. Hiertegen gingen de gemeentelijke pandhuizen in beroep bij de rechtbank Rotterdam.

Wat heeft de rechtbank in beroep geoordeeld?

De rechtbank Rotterdam verklaart het beroep van de pandhuizen gegrond en vernietigt de besluiten van ACM. De rechtbank vindt dat ACM de wettelijke norm verkeerd heeft uitgelegd en dat de praktijk van de gemeentelijke pandhuizen wel in overeenstemming is met de wetgeving. Verder heeft de rechtbank mee laten wegen dat in de wetsgeschiedenis is vermeld dat de voorwaarden van deze twee gemeentelijke pandhuizen grotendeels ongewijzigd zouden blijven met de overgang naar het nieuwe stelsel per 1 juli 2014.

Tussentijdse betaling

De rechtbank oordeelt dat ACM niet heeft aangetoond dat het eisen van een tussentijdse betaling bij het vernieuwen van een overeenkomst in strijd is met de wet. Volgens de rechtbank is het de vrije keuze van een consument om van deze mogelijkheid gebruik te maken. De consument hoeft dat niet. Hij kan er ook voor kiezen om niet af te lossen en het pand bij het pandhuis te laten. Nu de consument de keuze heeft, is er geen sprake van een voorwaarde die in strijd is met de regels, aldus de rechtbank.

Hoe nu verder?

De rechtbank heeft alleen ten aanzien van een aspect van de nieuwe pandhuisregels geoordeeld dat ACM de norm verkeerd heeft uitgelegd, namelijk voor het direct opeisen van betaling bij vernieuwing van overeenkomsten. Voor de overige pandhuisregels geldt dit niet, zoals wat betreft de rentehoogte en de minimale leentermijn.

ACM beraadt zich nog  op deze uitspraak. Er bestaat de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Lees de uitspraak van rechtbank Rotterdam op rechtspraak.nl

Uitspraak Rechtbank Rotterdam 28 januari 2016 in pandbeleningszaak gemeentelijke pandhuizen