Kruimelpad

Speech Chris Fonteijn Congres Ontwikkelingen Mededingingsrecht 2015

Bestuursvoorzitter van ACM Chris Fonteijn sprak op 8 oktober 2015 op het Jaarcongres Ontwikkelingen Mededingingsrecht 2015. Zijn speech gaat in op recente Mededingingszaken en ontwikkelingen in de Mededingingspraktijk.

Meer informatie

Congres Mededingingsrecht 2015 

Lees hieronder de volledige speech van Fonteijn in het kader van mededingingsrecht.

Volledige speech van Fonteijn in het kader van mededingingsrecht

Dames en heren! Goedemorgen.

Introductie

Aan mij de eer om traditiegetrouw na de inleidende spreker het woord tot u te richten. Ik wil beginnen met een compliment aan de organisatie voor het zeer interessante programma van vandaag. Weijer zei hier al het nodige over in zijn inleiding. De agenda bevat onderwerpen die zowel relevant als actueel zijn.

Zo sprak ik vorige week met mijn collega toezichthouders nog over private enforcement waarvoor in Nederland het implementatieproces van de Europese Richtlijn onlangs is gestart.

Wij spraken over andere manieren om gedupeerden te helpen. Bijvoorbeeld door compensatie onderdeel te laten zijn van onze eigen sanctionering van geconstateerde overtredingen. Maar ook over schikkingen. En wat dit betekent voor onze handhaving. Bijvoorbeeld het belang van bescherming van clementieverklaringen voor publieke handhaving. Allemaal belangrijke vraagstukken vanuit het oogpunt van de afschrikwekkende werking van het mededingingsrecht.

Ook komen vandaag zeer nadrukkelijk maatschappelijke thema’s aan bod - digitalisering, private invulling van publieke belangen - die raken aan de toepassing van het mededingingsrecht en de rol van de toezichthouder.

Dames en heren,

Het jaarlijkse GCR report beschreef ACM als most thoughtful van alle Europese toezichthouders.

Je moet je natuurlijk niet rijk rekenen met dit soort Engelse complimenten; maar ik zie dit wel positief.

Voor mij betekent het namelijk dat je je optreden goed doordenkt. Dat je handelt vanuit je kernwaarden: open, onafhankelijk en professioneel.

En dat je zorgt dat dit handelen effectief en efficiënt is. Gericht op de oplossing van het probleem.

Daar hoort ook nadrukkelijk bij dat je open staat voor verbeteringen en continu aandacht hebt voor de maatschappelijke context waarin je opereert.

Ik denk dat wij daar binnen ACM op een goede manier mee bezig zijn.

Naast onze jaarlijkse GCR rating wordt ACM, zoals u weet, op dit moment ook geëvalueerd door het ministerie van Economische Zaken.

Als bestuursvoorzitter van ACM reflecteer ik zelf ook op ons functioneren. Daar wil ik vandaag met u over in gesprek gaan.

Ik wil dat doen langs de volgende lijn:

  1. Wat ging er goed afgelopen jaar, waar ben ik trots op?
  2. Maar ook: wat kan beter?
  3. En ten slotte: wat staat ons de komende tijd te wachten en waar moeten wij ons op richten?

1. Terugblik 2014 - 2015

Ik begin dus met een terugblik.

Ik denk dat we de afgelopen periode op uiteenlopende terreinen en op verschillende manieren mooie resultaten hebben geboekt. Niet alleen qua output maar juist ook vanwege de wijze waarop wij werkend vanuit onze strategie resultaten hebben bereikt. Ik wil dat illustreren aan de hand van een aantal zaken die wij afgelopen jaar hebben behandeld.

Concentratiezaken

ACM beoordeelde tot september van dit jaar 61 concentraties. Voor heel 2014 beoordeelden wij 74 zaken.

Een voorbeeld van een zeer snelle beoordeling was ons artikel 40 Mw besluit. Hierdoor werd een overname van het Traffic en Infra onderdeel van het teloorgegane Imtech door investeerder Egeria mogelijk gemaakt. ACM bracht haar besluit uit op de dag van het verzoek zelf. Ik denk dat een snellere doorlooptijd niet mogelijk is. Professionaliteit en zorgvuldigheid staan soms haaks op snelheid.

Snelheid is voor mij echter een volwaardig kwaliteitsaspect. Wij doen ons best om dit meer in ons werk te integreren.

Tegelijk moeten wij bij concentratiemeldingen steeds vaker een vergunningseis stellen om nader onderzoek te kunnen doen naar de gevolgen voor de concurrentie.

Een goed voorbeeld afgelopen jaar was de fusie Albert Schweitzer- Rivas.

ACM concludeerde dat door deze fusie een belangrijk deel van de concurrentiedruk op partijen weg zou vallen. Patiënten hebben in deze regio beperkte mogelijkheden om ‘te stemmen met de voeten’.

Uit ons onderzoek bleek verder dat er voor zorgverzekeraars onvoldoende alternatieven overbleven om scherp te kunnen inkopen na de fusie. Dit beeld kwam overeen met de inzichten van zorgverzekeraars zelf.

De vraag die opkwam is of wij een andere weg zijn ingeslagen. De politieke druk om iets aan fusiedrift te doen is immers groot.

Het antwoord op die vraag is nee.

De toets die wij hebben toegepast is iedere keer dezelfde, alleen de marktomstandigheden verschillen per casus. Een belangrijke reden om deze fusie af te keuren was het afnemende optimisme van zorgverzekeraars over hun disciplineringsmogelijkheden; Dit naar aanleiding van ervaringen in onderhandelingen met andere gefuseerde ziekenhuizen dan wel grote ziekenhuizen in andere regio’s.

Maar natuurlijk maken wij een eigen onafhankelijke afweging waarbij we gebruik maken van kwalitatieve en kwantitatieve analyses. De zienswijze van verzekeraars is daar onderdeel van.

Dat kan dus betekenen dat wij tot andere conclusies komen, zoals ons besluit in de fusie tussen de Haga-Reiner de Graaf combinatie en het Langeland ziekenhuis bijvoorbeeld laat zien.

De zorgverzekeraars zagen daar ook risico’s, maar deze fusie hebben wij wel goedgekeurd.

Albert Schweitzer- Rivas hebben beroep aangetekend tegen onze beslissing. Het is nu aan de rechter om het oordeel van ACM te toetsen.

Overigens zullen de taken van ACM in de zorg zullen alleen maar toenemen. Wij zullen daarom de komende tijd extra investeren in marktonderzoeken, in actuele zorgdata, maar ook in personeel om onze taakuitvoering in de sector nog verder te professionaliseren.

Dan ons karteltoezicht:

Ook hier hebben we nadrukkelijk van ons laten horen en hebben we gehandeld vanuit onze strategie. Ik wil drie voorbeelden noemen.

1. De meelzaak

ACM beboette dit jaar investeringsmaatschappijen voor hun rol in de meelzaak.

Meerdere investeringsmaatschappijen wilden van ons weten wanneer ze aansprakelijk zijn en hoe ze dat kunnen voorkomen.

Zoals u weet, streven wij bij onze handhaving zoveel mogelijk een duurzame gedragsverandering na, niet alleen bij de direct betrokken partijen maar ook sector-breed.

In Amstelveen sprak ik daarom in september met de brancheorganisatie van investeringsmaatschappijen, de NVP. Ik heb toegelicht welke omstandigheden een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of beslissende invloed op de onderneming is uitgeoefend of kon worden uitgeoefend.

Wat ons betreft betekent dat niet per sé een meerderheidsbelang.

Op grond van aandeelhoudersovereenkomsten, personele banden, genomen investeringsbeslissingen en de rol van de Raad van Commissarissen concludeerden we dat er in de praktijk wel degelijk beslissende invloed van de investeringsmaatschappijen uitging op de onderneming die de overtreding had begaan.

We kijken dus dwars door organisatorische structuren heen.

De investeringsmaatschappijen in de zaal reageerden met begrip en zorg. Velen van hen gaven aan deelnemingen te hebben in MKBbedrijven waarvan zij echt niet weten wat daar precies gebeurt.

Kortom, een wake-up call.

Maar dat is precies het bredere effect dat wij beogen met onze toezichtstijl.

Niet alleen beboeten, maar ook informeren en aanzetten tot verandering waar nodig. Waarbij ik mij realiseer dat het met uitgebreide portfolio’s aan deelnemingen nog niet zo eenvoudig is om grip te krijgen op compliant gedrag.

Een eerste stap waar ik hen op gewezen heb, is het belang van due diligence en compliance programma’s om overtredingen snel op te sporen en voor de toekomst te voorkomen.Tijdens de bijeenkomst hebben we ook stil gestaan bij de clementieregeling.

Als bij een overname een kartelovertreding wordt aangetroffen, kan ik investeringsmaatschappijen alleen maar aanmoedigen om dit bij ACM te melden.

En dat is ook iets waar u ze bij kunt helpen.

Bijvoorbeeld door ze bij te staan bij onderzoek voordat zij een belang nemen in een onderneming of door ze te adviseren wanneer nadien duidelijk wordt dat er verboden afspraken zijn.

Nu liepen de gezamenlijke boetes op tot rond de twee miljoen EURO maar dat kan natuurlijk, afhankelijk van de omzet, in een volgend geval ook best meer zijn.

2. Natuurazijn

Het tweede voorbeeld is natuurazijn. In augustus legden wij boetes op aan de twee grootste producenten van natuurazijn vanwege afspraken over offertes en uitwisseling van klantenprijs- en volumegegevens.

De onderneming Burg kreeg een boete van 1,8 miljoen euro. Kühne ontliep een boete van 4,6 miljoen euro omdat zij clementie aanvroeg en vergaand heeft meegewerkt aan het onderzoek. Bijzonder aan deze zaak was dat de boetes met 10% verlaagd zijn omdat Kühne en Burg de overtreding hebben erkend.

Als gevolg hiervan verliep het vervolg van de procedure aanzienlijk vlotter dan we uit andere zaken gewend zijn.

Snel nadat de besluiten aan partijen bekend zijn gemaakt, konden ze door ons ook openbaar worden gemaakt. Inmiddels zijn de boetes in deze zaak door partijen betaald en zijn de besluiten onherroepelijk geworden. Dit geldt ook voor de boetes die in deze zaak aan de feitelijk leidinggevenden werden opgelegd.

Deze wijze van ‘vereenvoudigde afdoening’ zal ACM ook in toekomstige zaken blijven beproeven.

Een voorbeeld van hoe wij door efficiënt opereren snel duidelijkheid kunnen bieden aan partijen waardoor ellenlange juridische procedures kunnen worden vermeden.

Partijen moeten vanzelfsprekend ook zelf deze stap willen zetten.Wij staan er in ieder geval open voor.

3. Bouwstoffen

Een derde voorbeeld dat ik wil noemen betreft de bouwstoffensector.

Vorig jaar vertelde ik u al dat wij hier actief zijn en mededingingsrisico’s willen aanpakken door markt- en gedragsveranderingen.De blik van ACM is in de bouwstoffensector vooral gericht op de toekomst. Wij zijn met een aantal partijen in de bouwstoffensector in gesprek gegaan over het duurzaam wegnemen van mededingingsrisico’s. Dit heeft zeer recent verschillende grote partijen er toe gebracht om toezeggingen aan te bieden.

Deze toezeggingen hebben betrekking op samenwerkingen, het wegnemen van toetredingsdrempels, beperking van contacten met concurrenten en aanscherping van de compliance programma’s van de ondernemingen.

We beogen een gedragsverandering binnen de hele sector te bewerkstelligen.

De komende maanden richt ACM zich ook op andere bouwstoffenondernemingen om ze de gelegenheid te bieden zich hierbij aan te sluiten.

Dames, en heren,

Allemaal zaken waar we denk ik als organisatie goed hebben gefunctioneerd.

Ons trackrecord voor de rechter was de afgelopen maanden ook goed te noemen. Ik noem Buma Stemra als mooi resultaat in een artikel 24 zaak.

De overzichten van Paul Glazener en Anke Prompers zo dadelijk, zullen u ongetwijfeld nog meer voorbeelden geven.

Als laatste onderdeel van mijn terugblik noem ik een aantal andere interventies van ACM waar ook veel aandacht voor is geweest- van media en politiek maar ook de advocatuur.

Zaken waar geen boete is opgelegd.Maar waar overigens wel bij velen het beeld bestaat dat ACM streng heeft opgetreden.

De ‘kip van morgen’ is hier denk ik een illustratief voorbeeld van. Ik ga hier nu niet inhoudelijk verder op in, dat is denk ik voldoende gebeurd.

Ik sprak met u eerder over het nut van een reflectieve rol van de toezichthouder richting beleidsmakers. Een opvatting die ook door de WRR wordt onderschreven.

Ik vind het belangrijk dat wij die rol actief invulling geven.

Dat is iets anders dan als probleemeigenaar te worden aangewezen. Dat onderscheid wordt niet altijd gemaakt.

U weet wellicht dat ACM in de Tweede Kamer uitgenodigd is om haar besluit toe te lichten. Ook minister Kamp is hierover bevraagd. De discussie in de Kamer raakte ook even onze onafhankelijkheid.

Kon de minister ACM niet vragen haar zienswijze nog eens opnieuw tegen het licht te houden? Misschien hadden we iets over het hoofd gezien?

Ik vond dat de minister daar goed mee om ging overigens.

ACM staat open voor signalen van buiten, betrekt deze in haar analyse maar wij maken onze eigen afweging.

Ik heb eerder gezegd dat waar politiek of maatschappij afspraken wil doorzetten in weerwil van de mededinging, dit een democratisch gedragen besluit vereist. Ik begrijp natuurlijk ook de terughoudendheid om alsmaar nieuwe wetten te maken. Wij zijn natuurlijk bereid constructief mee te denken of er manieren zijn om dit vorm te geven.

Ook op het terrein van de zorg, een ander groot maatschappelijk thema, wordt naar ACM gekeken.

Met name de positie van 1e lijnzorgaanbieders (huisartsen, fysiotherapeuten, psychologen) heeft grote politieke en maatschappelijke aandacht.

Noodzakelijke samenwerkingsverbanden of gezamenlijke overleggen tussen zorgaanbieders zouden uit angst voor optreden door ACM niet tot stand komen.

Na overleg met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS heeft ACM nu “Uitgangspunten voor het toezicht op de 1e lijnszorg” gepubliceerd.

Zo willen we in duidelijke taal aangeven hoe ACM invulling geeft aan haar toezichtstaken in dit deel van de sector. Dus geen theoretische verhandeling over mogelijke samenwerkingsvormen onder de Mededingingswet.

Mijn constatering is namelijk dat dit partijen vaak niet verder helpt.

Samenwerkingsverbanden vinden in de zorg over het algemeen in de openheid plaats, aan tafel bij de afnemers ofwel de verzekeraars. Zij kennen ook onze uitgangspunten en weten ons nu goed te vinden als zij benadeeld worden.

Als zorgverzekeraars, zorgaanbieders en patiënten tevreden zijn over een samenwerkingsinitiatief of gezamenlijk overleg - en wij kunnen ons dat voorstellen – dan hebben wij geen aanleiding om zo’n samenwerking nader te onderzoeken.

Mocht er echter een stevig signaal komen dan komen we in actie. Ons optreden is er dan in eerste instantie op gericht om de samenwerking snel aan te laten passen.

Als dat gebeurt, zien wij geen aanleiding om een onderzoek te starten wegens mogelijke strijd met het kartelverbod.

Die mogelijkheid bestaat natuurlijk wel: als zorgaanbieders besluiten het schadelijk gedrag door te blijven zetten, na een waarschuwing van ons. Dan kunnen we zo nodig ook beboeten.

Voor de duidelijkheid, dit is een uitwerking van onze toezichtstijl. Wij gaan de mededingingswet niet anders interpreteren.

Voor de duidelijkheid, dit is een uitwerking van onze toezichtstijl. Wij gaan de mededingingswet niet anders interpreteren.

Een laatste voorbeeld is de overtreding van de Spoorwegwet door de NS.

U heeft in de kranten kunnen lezen dat Veolia zich bij ACM had beklaagd over het feit dat NS haar rond de aanbesteding in Limburg niet tijdig had voorzien van een (non-discriminatoir) aanbod voor de toegang tot bepaalde diensten.

Goed aanbesteden in het openbaar vervoer dient een publiek belang. Wij hebben Veolia op dit punt in het gelijk gesteld in een geschilprocedure onder de Spoorwegwet. Dat besluit is inmiddels onherroepelijk geworden.

De hele kwestie is voor ACM ook aanleiding geweest om een artikel 24 onderzoek tegen NS te starten. Dat onderzoek loopt nog.

2. Wat kan er beter?

Dames en heren,

Zonder zelfreflectie sta je als organisatie stil. Er kunnen altijd dingen beter.

Zoals ik al aangaf worden wij daar dit jaar bij geholpen. Twee jaar na de fusie wordt ACM geëvalueerd. Dit is wellicht wat vroeg maar bij de totstandkoming van ACM is zo besloten.

De evaluatie moet inzage geven in de doelmatigheid en doeltreffendheid van ons optreden. Een aantal van u is ook in de gelegenheid geweest uw visie in te brengen in dit proces.

Naast doelmatigheid en doeltreffendheid zijn ook aanvullende vragen gesteld. Bijvoorbeeld of wij onze wettelijke taakopdracht te buiten gaan. En of onze handhavingstrategie wel voldoende afschrikwekkend is.

Een interessant rapport dus.

De evaluatie wordt naar verwachting dit jaar afgerond. Ik heb vertrouwen in de uitkomst. Maar natuurlijk zijn er punten die verbeterd kunnen worden. Belangrijk aandachtspunt zal zijn de doorlooptijd van onze onderzoeken. Ik noemde al het belang van snelheid.Wij zijn intern ook bezig om onze processen tegen het licht te houden.

Daarbij kijken we naar de gehele keten. Voor uw beeld : het werk binnen de toezichtdirecties en daarop volgend binnen de directie juridische zaken.

Om u een doorkijkje te geven.

Er wordt intern gediscussieerd:

  • hoe we discussies over digitaal materiaal met de advocatuur kunnen verkorten;
  • of we in de rapportfase opnieuw het feitencomplex zullen voorleggen en boete bepalende factoren al in het rapport kunnen opnemen om het traject bij de directie juridische zaken te verkorten;
  • wat we kunnen doen met name in sanctiezaken, om te bevorderen dat onze primaire besluiten geschikt zijn voor rechtstreeks beroep.

Dit zijn nog maar een paar voorbeelden. We horen graag uw mening en ideeën.

Ik denk ook dat we nog duidelijker kunnen zijn over onze afwegingen en ondernomen acties in bepaalde zaken. Over de dillema’s en keuzes die je daarin maakt.

Zo hebben wij rond de sluiting van de kolencentrales actief meegedacht met partijen hoe de afspraak wel doorgang zou kunnen vinden.

Bijvoorbeeld door het uit de markt nemen van CO2 rechten, maar ook andere opties zijn de revue gepasseerd.

In de beeldvorming rond de besluitvorming van ACM is dat onvoldoende duidelijk geworden.

Waardoor het beeld is ontstaan dat ACM zich geen rekenschap heeft willen geven van de gevolgen daarvan en het nut van het Energieakkoord als zodanig.

Dat is jammer want zo worden niet alle relevante feiten en bijdragen bij de maatschappelijk discussie over de uitkomsten betrokken. Het past ook bij onze wens om open te zijn over wat we doen.

Kortom lessons learned waarmee wij naar de toekomst toe ons voordeel willen doen.

3. Vooruitblik 2016

Dames en heren,

Ik heb u verteld waar ik trots op ben het afgelopen jaar en waar ik ruimte zie voor verbetering.

Ik wil tot slot ingaan op de uitdagingen die voor ons liggen.

ACM is zeer actief in het volgen en anticiperen op trends.Wij betrekken daarbij nadrukkelijk onze omgeving. Zo zal u tegen het eind van het jaar ook weer gevraagd worden welke onderwerpen u belangrijk vindt voor de ACM agenda voor 2016/2017.

Ik wil alvast een aantal trends noemen waar wij ons op zullen gaan richten.

De eerste is de gelijktijdige bestuurlijke, politieke en economische ontwikkeling van internationalisering en lokalisering. Ofwel ‘weg van het midden’. Grote bedrijven worden steeds groter (Google, Microsoft, Alibaba. Maar we zien ook weer de opkomst van lokale en kleine initiatieven (lokale energieopwekking, ‘lenen van, en eten bij de buren’) en een sterke toename van het aantal ZZP'ers.

Opvallend daarbij is dat wat nu klein is, heel snel groot kan worden maar dat grote bedrijven ook snel positie kunnen verliezen. Marktproblemen houden zich niet aan grenzen en kunnen zich zo aan nationaal toezicht onttrekken.

Door gerichte samenwerking met collega toezichthouders en de Europese Commissie kunnen we hier effectief blijven. Bijvoorbeeld door gezamenlijk onderzoek te doen.

ACM wil haar kennis en ervaring ook actief inzetten bij beleidsvorming en regelgeving op internationaal niveau.

Internationale of Europese afspraken zijn steeds vaker het startpunt voor nationale ontwikkelingen. Wij zullen visies schrijven op nieuwe wetgevingspakketten maar bijvoorbeeld ook via coalities vormen met collega toezichthouders op gedeelde standpunten.

Een andere belangrijke ontwikkeling die ik al noemde is de invloed van digitalisering op de marktdynamiek.

Digitale ontwikkelingen, zoals de opkomst van allerlei platforms zien wij vooral als positieve ontwikkeling voor markt en consument. Ze leiden niet zelden tot lagere zoek- en vergelijkingskosten, meer concurrentie tussen aanbieders en allerlei innovaties.

Natuurlijk moet voor worden gewaakt dat deze op zichzelf positieve innovaties niet op hun beurt voor concurrentieproblemen zorgen of consumentenbescherming uithollen.

Nieuwe partijen kunnen door de inzet van digitale platforms in korte tijd een zeer groot marktaandeel verwerven.

Door netwerkeffecten kan zo al snel een zeer sterke positie ontstaan die er toe leidt dat andere platforms worden uitgesloten.

Overstapkosten voor consumenten naar een nieuw platform zijn ook vaak hoog.

Vanuit concurrentieoogpunt is het belangrijk de concurrentie tussen platforms goed te volgen om te voorkomen dat er zo sprake kan zijn van misbruik van machtspositie.

De opkomst van e-commerce en de daarmee samenhangende ontwikkelingen in toezicht waren voor ons de reden om onze positie te verduidelijken.

In ons strategiedocument over verticale restricties van eerder dit jaar geven wij aan hoe wij overeenkomsten tussen afnemers en leveranciers beoordelen. Consumentenschade is daarbij het leidende criterium of er aanleiding is om in te grijpen.

Het resultaat is misschien geen enorme trendbreuk, het betekent wel dat we kritisch kijken naar overeenkomsten die mogelijk schade voor consumenten opleveren.

Wij investeren ook in onze digitale opsporingsmogelijkheden. Open source intelligence zal worden ingezet om de ontwikkeling van specifieke digitale platforms en online verkoop actief te volgen.

Een derde belangrijke trend blijft de relatie tussen mededinging en publieke belangen.

De wens om de uitkomsten van marktwerking ter discussie te stellen, is een realiteit. Kijk ook maar naar de bijdragen van politieke partijen rond Prinsjesdag.

Ik denk dat het debat de komende tijd vooral om kwalitatieve waarden zal gaan, en minder in economische termen zal worden gevoerd.

Ook hier vragen wij ons dus af: wat is de rol van ACM, wat zijn onze eigen mogelijkheden binnen onze taakopdracht.

Rond duurzaamheid blijven we alert op manieren om binnen de Mededingingswet en geldende jurisprudentie om te gaan met initiatieven die de mededinging raken.

Dit doen wij in overleg met het ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie. Zoals u weet, is de minister ook met de Europese Commissie in overleg over een herziening van de beleidsregel Mededinging & Duurzaamheid.

Deze vraagstukken zullen dus ook komend jaar ons handelen beïnvloeden. Ook u draagt bij aan dit vraagstuk met interessante publicaties en analyses.

En ook rond de zorg raakt het werk van ACM aan belangrijke maatschappelijke vraagstukken. Zoals rond de gewenste ordening van de markt om te komen tot toegankelijke, betaalbare en kwalitatief goede zorg.

ACM krijgt in 2017 nieuwe zorgtaken. Taken die nu nog bij de NZa liggen.

Net als in de telecom- en postsector kunnen wij straks partijen die aanmerkelijke marktmacht hebben verplichtingen opleggen om een evenwichtig marktproces te bevorderen.

Zoals ik al zei investeren wij hier in kennis en in mensen en richten wij onze organisatie zo in dat wij straks snel en effectief van start kunnen.

Tot slot: wat kan u concreet van ons verwachten.

In ieder geval zullen wij komend jaar in verschillende netwerksectoren van ons laten horen.

Ik noemde al ons onderzoek naar de NS.

Ook in de Rotterdamse haven lopen diverse onderzoeken waaronder een artikel 24 onderzoek. Gelet op de signalen die we hebben zullen we onze aandacht hier verder uitbreiden.

En zullen wij met behulp van onze innovatieve datascans aanbestedingen tegen het licht gaan houden.

4. Afronding

Dames en heren,

Ik rond af. Ik heb u het afgelopen half uur verteld over hoe wij hebben opgetreden het afgelopen jaar, en welke afwegingen we daarin maken.

Ik heb u ook verteld wat ik verwacht voor het komend jaar. Steeds meer zal van ons gevraagd worden mee te denken in maatschappelijke ontwikkelingen. En dienen wij alert te zijn op de snelle veranderingen om ons heen.

Om nog een uitspraak van de GCR aan te halen “these are chaotic and fascinating times in the Netherlands. The ACM is Europe’s most innovative and interesting enforcer, but the time has come for it to show it is willing and able to act on its enforcement mandate.”

Handhaving is natuurlijk belangrijk. Het is een belangrijke pijler onder de toezichtstrategie van ACM. Maar nog belangrijker is de vraag die daar aan vooraf gaat. Wat doe je wel en wat doe je niet, en waarom.

Om te voorkomen dat je handhaaft waar geen problemen zijn, dan wel dat je niet handhaaft waar wel problemen spelen.

Geen gemakkelijke opgave maar ik vertrouw er op dat wij daar in zullen slagen. De resultaten van het afgelopen jaar geven me daar voldoende aanleiding voor.

Tot volgend jaar!