Kruimelpad

Uitspraak CBb over tarieven KPN voor opbouw van telefoongesprekken (2006-2008)

Op 20 juni 2013 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uitspraak gedaan in de beroepen tegen de tarieven die KPN mag rekenen voor gespreksopbouw in de periode 2006-2008. Het CBb heeft de beroepen ongegrond verklaard. Gespreksopbouw is een tarief dat carrier preselect aanbieders aan KPN moeten betalen voor het doorgeven van de telefoongesprekken van hun klanten. De tarieven voor deze periode zijn vastgelegd in het Besluit wholesale price cap (WPC) uit 2006.

Juridische procedures

Tele2 heeft in 2010 het verzoek ingediend bij OPTA (een van de voorgangers van de Autoriteit Consument & Markt) om handhavend op te treden tegen KPN. Dit omdat KPN tarieven in rekening zou hebben gebracht die hoger zouden liggen dan die OPTA heeft opgelegd in het WPC-besluit. Na onderzoek heeft OPTA geen reden gezien om over te gaan tot handhaving. Vervolgens zijn Tele2, BT, Colt Esprit, Scarlet, UPC en Verizon in beroep gegaan bij het CBb tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek.

Uitspraak van het CBb

Het beroep ging over de vraag of het gemiddelde van de verschillende tariefelementen van gespreksopbouw (zoals de piek- en daltarieven) van KPN ook aan tariefplafonds dienden te voldoen. Het CBb volgt ACM in haar standpunt dat KPN niet meer gerekend heeft dan de door OPTA vastgestelde tariefplafonds. Bovendien hoefden KPN’s gemiddelde tarieven ook niet aan de tariefplafonds te voldoen, aldus het CBb.

Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Meer informatie

ECLI:NL:CBB:2013:6