Kruimelpad

Gerechtelijke uitspraak

CBb: ACM heeft voldoende marktonderzoek verricht in koel- en vrieshuiszaken

28-04-2020

Het College Beroep bedrijfsleven (CBb) heeft op 28 april 2020 uitspraak gedaan in twee kartelzaken in de koel- en vrieshuizensector. Het CBb oordeelt anders dan de rechtbank dat de ACM wel voldoende marktonderzoek heeft gedaan in de koel- en vrieshuiszaken.

In de zaak van de feitelijk leidinggevende oordeelt het CBb net als de rechtbank dat de feitelijk leidinggevende voldoende inzage in digitale documenten heeft gekregen.

Kartel bij koel- en vrieshuizen

De ACM heeft in 2015 voor ruim 12,5 miljoen euro aan boetes opgelegd voor concurrentiebeperkende afspraken tussen diverse bedrijven in de koel- en vrieshuizensector. Deze twee rechtszaken draaien om een deel daarvan: een boete van 694.000 euro voor Van Bon Coldstores Beneden-Leeuwen (nu H&S Coldstores) dat vruchtensappen koelt en verwerkt, en 50.000 euro voor de feitelijk leidinggever van een andere onderneming waar ook vruchtensappen werden gekoeld en verwerkt.

Marktonderzoek

Tijdens een kartelonderzoek van de ACM wordt bekeken op welke markt de verboden afspraken betrekking hebben. Partijen vonden dat de ACM onvoldoende had bewezen dat het bij de opslag en verwerking van vruchtensappen om een nationale markt gaat. Ze vonden dat hier sprake is van een geografisch ruimere markt. Het marktonderzoek zou daarom niet goed zijn. Daarnaast bestreed het bedrijf H&S Coldstores dat zij de kartelregels gedurende een lange periode had geschonden.

Voldoende marktonderzoek

Het CBb oordeelt, anders dan de rechtbank, in beide zaken dat de ACM voldoende marktonderzoek heeft gedaan.

In de zaak H&S Coldstores oordeelt het CBb ook dat de ACM voldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van een inbreuk die gedurende een bepaalde periode heeft voortgeduurd. Het CBb zal nog in een aparte uitspraak beoordelen of de aan H&S Coldstores opgelegde boete terecht was.

Voldoende inzage

Het CBb heeft zich ook gebogen over de vraag of de feitelijk leidinggevende van een andere onderneming voldoende inzage heeft gehad in digitale documenten die de ACM tijdens het onderzoek had meegenomen. Het CBb is het met de rechtbank eens dat de ACM voldoende inzage heeft gegeven.

Het CBb verwijst de zaak van de feitelijk leidinggevende terug naar de rechtbank. De rechtbank zal de zaak van de feitelijk leidinggevende opnieuw inhoudelijk behandelen. De rechtbank zal dan ook beoordelen of de ACM deze feitelijk leidinggevende mocht beboeten.

Lees de uitspraken van het CBb op rechtspraak.nl: