Kruimelpad

Uitspraken rechtbank over invordering boetes na einduitspraak CBb

Op 20 augustus 2019 oordeelde het CBb dat de ACM ondernemingen die leesmappen verspreiden en een aantal feitelijk leidinggevers terecht heeft beboet voor verboden kartelafspraken. Het CBb stelde afzonderlijke boetebedragen vast voor de feitelijk leidinggevers, terwijl de ACM de feitelijk leidinggevers hoofdelijk aansprakelijk had gesteld voor (een gedeelte van) de boetes opgelegd aan de leesmap-ondernemingen. Een aantal feitelijk leidinggevers meende dat zij door deze uitspraak in een slechtere positie zijn beland. Zij hebben daarom bezwaar gemaakt tegen invordering van de boetes en de vaststelling van de wettelijke rente.

De rechtbank oordeelt dat met de uitspraak van het CBb de boetes definitief zijn vastgesteld. Een betalingsherinnering van de ACM is geen besluit waartegen nog rechtsmiddelen kunnen worden ingesteld. Bezwaren hiertegen zijn dus niet-ontvankelijk. Dat de ACM uit coulance wel heeft afgezien van invordering van de wettelijke rente, maakt daarnaast niet dat de bezwaren tegen de wettelijke rente gegrond waren. Tot slot oordeelt de rechtbank dat de ACM niet gehouden was om in 2020 nogmaals te kijken naar de hoogte van de boetes. De boetes waren al in 2019 betaald. Er is geen grond voor het met terugwerkende kracht verlagen van boetes die finaal door de hoogste rechter zijn vastgesteld en al zijn betaald.

De ACM hoeft de ingevorderde boetes niet terug te betalen.

De partijen hebben zich neergelegd bij de uitspraken. Daarmee is de procedure beƫindigd.