Uitspraak CBb: NorthC heeft geen recht op verhoging van transportvermogen elektriciteit
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 23 juni 2026 uitspraak gedaan in het beroep van NorthC Datacenters B.V. (NorthC) tegen het geschilbesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Bij deze procedure was Liander N.V. (Liander) als derde partij betrokken. Het CBb verklaart het beroep van NorthC ongegrond. Dit betekent dat het oordeel van de ACM in het geschilbesluit juist is.
Waar gaat de zaak over?
NorthC is aangesloten op het 150 kV net van netbeheerder Liander in Flevoland. In 2008 sloot de rechtsvoorganger van NorthC een aansluit- en transportovereenkomst (ATO) af met Liander. In de bijlage bij deze ATO is een gecontracteerd transportvermogen (GTV) opgenomen van 15.000 kW. Gedurende de periode van 2008 t/m 2022 heeft NorthC diverse malen een aanzienlijk lagere waarde voor het GTV opgegeven dan de waarde van 15.000 kW die is opgenomen in de ATO. Op basis van de door NorthC opgegeven waarden voor het GTV heeft Liander de daarbij behorende transporttarieven in rekening gebracht. Vanaf 2024 wil NorthC gebruik maken van de 15.000 kW, zoals opgenomen in haar ATO. Liander heeft aangegeven geen transportcapaciteit meer te bezitten in verband met congestie op het betreffende netdeel en het verzoek van NorthC voor 15.000 kW transportcapaciteit afgewezen. NorthC meent dat zij op grond van artikel 7.1, tweede lid, van de Netcode elektriciteit (Netcode) al recht heeft op transportcapaciteit van 15.000 kW. Volgens NorthC hebben de lagere opgegeven waardes voor het GTV op grond van artikel 3.7.4 van de Tarievencode elektriciteit (Tarievencode) geen invloed op het recht op transportcapaciteit ex artikel 7.1, tweede lid, van de Netcode. NorthC meent dat Liander in strijd handelt met de Elektriciteitswet, de Netcode en de Tarievencode door niet het vermogen van 15.000 kW beschikbaar te stellen.
Wat oordeelt het CBb?
Het CBb verklaart het beroep van NorthC ongegrond. Dit betekent dat de ACM juist heeft geoordeeld in het geschilbesluit.
Het CBb stelt voorop dat de Netcode, de Tarievencode en de Begrippencode elektriciteit binnen het systeem van gereguleerde toegang tot transport van elektriciteit zoals neergelegd in de Elektriciteitswet, in onderlinge samenhang moeten worden begrepen. Met het begrip ‘gecontracteerde en beschikbaar gestelde vermogen’ uit artikel 7.1, tweede lid, van de Netcode wordt dan ook op hetzelfde vermogen gedoeld als het vermogen dat wordt aangeduid met het begrip ‘gecontracteerd transportvermogen’ uit artikel 3.7.4 van de Tarievencode.
NorthC heeft na het sluiten van de ATO een aantal keer op grond van artikel 3.7.4 van de Tarievencode een waarde voor het gecontracteerde transportvermogen opgegeven bij de netbeheerder die lager was dan de waarde van de ATO. Een dergelijke opgave op grond van artikel 3.7.4 van de Tarievencode heeft niet alleen invloed op de hoogte van het tarief, maar heeft ook gevolgen voor het vast recht op transport van elektriciteit. De waarde die op grond van artikel 3.7.4 van de Tarievencode wordt opgegeven, is het nieuwe gecontracteerde en beschikbaar gestelde vermogen als bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, van de Netcode. Dat is ook de basis voor het tarief dat de afnemer betaalt.
Omdat hier sprake is van een aanpassing van de waarde door NorthC zelf, is van een vergelijking met artikel 7.13 van de Netcode (onderdeel van de regeling ‘Gebruik Op Tijd Of Raak het Kwijt’; ook wel GOTORK) geen sprake, omdat deze bepaling ziet op een verlaging door de netbeheerder.
Liander mocht dus uitgaan van de waarde van het gecontracteerd transportvermogen die NorthC laatstelijk heeft opgegeven op grond van artikel 3.7.4 van de Tarievencode. Dit betekent dat Liander bij een verzoek van NorthC om een hogere waarde, op grond van artikel 24, tweede lid, van de Elektriciteitswet een aanbod tot transport van elektriciteit kan weigeren als sprake is van congestie. Of een verzoek om verhoging van de waarde van het gecontracteerd transportvermogen kan worden gehonoreerd is in dat geval dus afhankelijk van de beschikbaarheid van transportcapaciteit.
Deze uitspraak is belangrijk, omdat transportcapaciteit schaars is en zo voorkomen wordt dat onnodig en zonder dat de daarbij behorende tarieven worden betaald, transportcapaciteit wordt gereserveerd.
De uitspraak van het CBb is definitief. Daarmee is het besluit onherroepelijk.
Zie ook
- 17-09-2024 Geschilbesluit NorthC - Liander