Kruimelpad

Uitspraak CBb in hoger beroep in de zaak Budgetticket B.V. en Worldticketshop B.V.

Budgetticket B.V. en Worldticketshop B.V. (ook wel de ‘de ticketshops’ genoemd)  zijn bedrijven die toegangskaarten voor concerten en evenementen via hun website doorverkopen. Doorverkoop van tickets is in Nederland niet verboden, maar de meeste aanbieders van tickets verbieden in hun algemene voorwaarden de doorverkoop ervan. ACM heeft (destijds als Consumentenautoriteit) onderzocht of zo’n verbod tot gevolg heeft dat aan de kopers van een doorverkocht ticket de toegang tot het evenement waarvoor zij een ticket hadden gekocht zou kunnen worden geweigerd.

Deze informatie is voor de consument essentieel bij zijn afweging of hij het ticket al dan niet wil kopen. Dergelijke informatie moet op grond van de Wet Oneerlijke Handelspraktijken in de uitnodiging tot aankoop aan de consument worden verstrekt. ACM heeft de ticketshops op 26 augustus 2010 lasten onder dwangsom opgelegd. ACM dwingt af dat de ticketshops bij de doorverkoop van in ieder geval KNVB tickets en Teleticketservice tickets op hun website vermelden dat de tickets ongeldig zijn en dat het risico bestaat dat aan de koper de toegang tot het evenement wordt geweigerd.

Het CBb heeft ACM deels in het gelijk gesteld. Het CBb concludeert dat  de ongeldigheid van deze tickets niet op voorhand en in voldoende mate vast staat en nog onderwerp is van juridisch debat. Het is aan de civiele rechter om in het kader van bijvoorbeeld een procedure over doorverkochte tickets tussen bijvoorbeeld de KNVB of Teleticketservice en een derde uit te maken of deze al dan niet recht op toegang geven.

Het CBb concludeert vervolgens dat het tot de voornaamste kenmerken van het product behoort dat het gaat om een doorverkocht ticket en dat bij de oorspronkelijke verkoop van die tickets zijn de algemene voorwaarden van de KNVB of Teleticketservice van toepassing verklaard. Gezien de uitleg die de KNVB en Teleticketservice aan die algemene voorwaarden geven is aan het kopen van dit ticket via doorverkoop het risico verbonden dat  de toegang tot het evenement wordt geweigerd. Het niet op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze vermelden van dit risico levert een oneerlijke handelspraktijk op.

Het CBb komt vervolgens tot de conclusie dat de opgelegde last onder dwangsom te ruim is geformuleerd. Daarom herroept het CBb het primaire besluit voor zover daarbij aan de ticketshops de last is opgelegd om in de uitnodiging tot aankoop op haar website op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze informatie te verstrekken over “het feit dat het ticket ongeldig is”. Het CBb bepaalt dat de tussen aanhalingstekens geplaatste passage in de tekst van de last komt te vervallen. Voor het overige laat het CBb de uitspraak van de rechtbank in stand.

De invorderingsbesluiten van 14 december 2010 en 18 april 2011 laat het CBb eveneens in stand. Dit gebeurt omdat die besluiten mede gebaseerd zijn op het feit dat de ticketshops niet aan het tweede deel van de last hebben voldaan. Dit hield in dat de ticketshops op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze informatie moeten verstrekken over het risico dat is verbonden aan het doorverkochte ticket, namelijk dat de koper de toegang tot het evenement kan worden geweigerd. Dit volstaat naar het oordeel van het CBb om de dwangsommen op te leggen.

Dit besluit is onherroepelijk.

Meer informatie over de uitspraak

Eerdere uitspraken