Kruimelpad

Uitspraak CBb over bovengrens KPN-tarieven voor afnemers (WPC-I en WPC-IIa)

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 23 september 2013 uitspraak gedaan over twee tariefbesluiten (WPC-I en WPC-IIa) van OPTA, tegenwoordig opgegaan in de Autoriteit Consument & Markt. Het CBb heeft de beroepen tegen het WPC-I besluit ongegrond verklaard. Over het WPC-IIa besluit heeft het CBb een tussenuitspraak gedaan en ACM de opdracht gegeven het besluit aan te passen. Een zogeheten wholesale pricecap (WPC) stelt een bovengrens aan de tarieven die KPN alternatieve telecombedrijven mag rekenen voor het inkopen van telecommunicatiediensten. Met deze diensten kunnen deze telecombedrijven concurreren op de telefonie- en internetmarkten.

Uitspraak over het WPC-I besluit

Het WPC-I besluit gaat over de tarieven die KPN mag doorberekenen aan afnemers voor het ter beschikking stellen van ruimte om apparatuur te plaatsen. Afnemers van deze zogenaamde ‘co-locatie dienstverlening’ hadden beroep ingesteld tegen de wijze waarop ACM deze tarieven had berekend. Het CBb heeft deze beroepen ongegrond verklaard. De co-locatie tarieven staan vanaf 2006 door deze uitspraak vast.

Uitspraak over het WPC-IIa besluit

Het WPC-IIa besluit gaat over de tarieven die KPN in de periode 2009 tot en met 2011 aan afnemers mocht doorberekenen voor bepaalde toegangsdiensten tot haar netwerk. Het gaat dan met name om ontbundelde toegang tot het aansluitwerk en telefoniediensten. Het CBb heeft in deze zaak een tussenuitspraak gedaan. ACM heeft de opdracht gekregen haar besluit op een aantal punten beter te motiveren en/of aan te passen.