Kruimelpad

Kartelboetes voor prijsafspraken bij de inkoop van gebruikt frituurvet

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legt twee grote inzamelaars van gebruikt frituurvet (‘used cooking oil’) een boete op van in totaal bijna 4 miljoen voor het maken van kartelafspraken bij de inkoop van gebruikt frituurvet. De bedrijven spraken inkoopprijzen af met het doel deze zo laag mogelijk te houden. Hiermee konden ze hun marge verbeteren. Ook verdeelden zij onderling hun leveranciers en deelden ze concurrentiegevoelige informatie met elkaar. De gedragingen vonden plaats in de periode 2012 tot en met 2018. Met name kleine horecaondernemingen zoals restaurants en snackbars werden door de kartelafspraken benadeeld. De ACM kwam de zaak op het spoor dankzij informatie die zij in 2018 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ontving.

Martijn Snoep, bestuursvoorzitter van de ACM: ‘Ondernemingen mogen geen geheime afspraken maken over hun verkoopprijzen en ook niet over hun inkoopprijzen. Inkoopkartels zijn schadelijk voor de concurrentie en benadelen leveranciers. Leveranciers krijgen hierdoor minder geld voor hun producten.’

Wie waren betrokken?

Het voormalige Rotie en Nieuwcom maakten afspraken met elkaar. Daarnaast maakten het voormalige Rotie en een ander bedrijf afspraken. Dit andere bedrijf is failliet gegaan voor aanvang van de procedure bij de ACM. Drie feitelijk leidinggevers krijgen een persoonlijke boete voor hun betrokkenheid ten tijde van de gedragingen. De boetes voor de leidinggevers bedragen in totaal € 190.000. De ondernemingen en feitelijk leidinggevers hebben meegewerkt aan de procedure van de ACM. De ACM heeft de boetes daarom verlaagd.

Hoe werkte het?

Gebruikt frituurvet (ook bekend als ‘used cooking oil’, afgekort UCO) is een belangrijke en duurzame grondstof voor biodiesel. De Europese en Nederlandse overheid stimuleert het gebruik van biodiesel om het gebruik van duurzame brandstoffen voor vervoer te bevorderen. Inzamelaars kopen gebruikt frituurvet voornamelijk in bij horecabedrijven en de voedselindustrie.

De inzamelaars hadden regelmatig onderling contact over de inkoopprijzen die zij betaalden aan leveranciers van gebruikt frituurvet. Ze bespraken ook wie bij welke leverancier langs mocht gaan en wisselden prijsinformatie uit. De bedrijven spraken elkaar aan als de ander toch bij ‘hun leverancier’ was geweest en een te hoge prijs had geboden. De contacten vonden voornamelijk per e-mail en Whatsapp berichten plaats.