Acm.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruikersgemak te verbeteren. Lees meer over cookies

Blog Paul de Bijl: Concurrentie en weerbaarheid

Industrie- en mededingingsbeleid zijn regelmatig prominent in het nieuws. De coronapandemie, energiecrisis en geopolitieke spanningen hebben ook het economisch debat op scherp gezet. Met weerbaarheid als belangrijk onderwerp. Onlangs organiseerde de Europese Commissie bijvoorbeeld een consultatie over een herziening van de Europese fusierichtsnoeren, om deze beter bij te laten dragen aan het concurrentievermogen en de weerbaarheid van Europa (zie Reactie ACM op consultatie Europese fusierichtsnoeren | ACM).

Weerbaar betekent gezond, sterk en veerkrachtig, zodat je bestand bent tegen schokken en tegenslag. Met toepassing variërend van personen en bedrijven tot en met economische sectoren en geografische gebieden. Bedrijven streven, vanuit hun eigen doelstellingen, niet per se het maatschappelijk gewenste niveau van weerbaarheid na. Dan is er ook een rol voor de overheid, maar even los daarvan, stuurt concurrentiedruk bedrijven de goede richting op? Of algemener: welk verband is er tussen concurrentie en weerbaarheid? Daar gaat deze blog op in. Ik beperk me daarbij tot de weerbaarheid van een bedrijf of sector om schokken op te vangen en zich aan te passen aan onverwachte gebeurtenissen – zoals een handelsoorlog, cyberaanval, energie-uitval of lockdown.

Vergelijking met innovatie

Er is nog weinig economische literatuur over concurrentie en weerbaarheid, maar wél over concurrentie en innovatie. Dat verband is niet lineair maar volgt een omgekeerde U-vorm. In eerste instantie zet meer concurrentie bedrijven aan om meer te innoveren (een stijgende lijn), maar vanaf een bepaald punt slaat dat om (de lijn daalt). Dan zet nog fellere concurrentie de winstmarges teveel onder druk, ten koste van de ruimte om te investeren in risicovolle R&D.

Weerbaarheid hangt samen met innovatie: wanneer bedrijven door concurrentie druk ervaren om te blijven innoveren en zich aan te passen aan nieuwe situaties, zullen zij ook inventief kunnen omgaan met onvoorziene verstoringen. In die zin draagt effectieve concurrentie bij aan een innovatieve én weerbare economie. Dat betekent nog niet dat de relatie tussen concurrentie en weerbaarheid zich óók met een omgekeerde U-vorm laat beschrijven, alleen al omdat weerbaarheid zo veelomvattend is. Daarnaast spelen het aantal en de posities van zwakke schakels in waardeketens een rol. Specifieke kenmerken en de geografische inbedding van sectoren en waardeketens zijn daarom behoorlijk bepalend voor weerbaarheid.

Verschillende mechanismes

Er zijn, afhankelijk van sector en waardeketen, verschillende mechanismes denkbaar die doorwerken op de relatie tussen concurrentie en weerbaarheid.

  1. Concurrentie kan weerbaarheid versterken: Met meer spelers is een markt minder kwetsbaar voor uitval van één van hen – ‘just in case’. Neem telecom. Gevestigde spelers en nieuwkomers investeerden de afgelopen decennia in infrastructuur, zoals 4G, 5G en glasvezelnetwerken, en introduceerden verbeterde proposities voor afnemers. Zo concurreren zij niet alleen op prijs en marktaandeel, maar ook op kwaliteit en door te innoveren. Concurrentie tussen spelers met eigen, overlappende netwerken maakt de sector sterker. Door ‘redundantie’ (meervoudigheid) zijn er nog andere netwerken beschikbaar wanneer er één uitvalt. Zo jaagt concurrentie tussen meerdere netwerken niet alleen innovatie en investeringen aan, maar ondersteunt het ook de weerbaarheid van communicatievoorzieningen.
  2. Concurrentie kan weerbaarheid ondermijnen: In een markt met homogene producten dwingt pure prijsconcurrentie aanbieders om hun kosten zo laag mogelijk te houden. Dat kan leiden tot krappe voorraden en ‘just-in-time’-levering. Denk aan rechttoe-rechtaan halfgeleiders met toepassingen in auto’s en elektronische apparaten. De laatste jaren stokte de import in Europa meerdere keren vanwege verstoringen bij Aziatische producenten of geopolitieke spanningen. Of neem generieke geneesmiddelen. Vanwege de lage kosten laten fabrikanten en importeurs de productie van werkzame stoffen grotendeels over aan China en India. Tijdens de coronacrisis viel de invoer bij ons vrijwel stil door sluitingen en lockdowns van fabrieken in die landen. In combinatie met een gebrek aan buffers en strategische voorraden ontstonden er toen tekorten aan gangbare medicijnen. (Sinds 2023 moeten groothandelaren voor minimaal twee weken voorraad aanhouden.) Zo kan pure, felle prijsconcurrentie, met een eenzijdige focus op lage kosten, weerbaarheid ondermijnen.

Samenwerking

Wanneer concurrentie de weerbaarheid stimuleert, kan samenwerking een nuttig extra ingrediënt zijn. Een praktijkvoorbeeld illustreert dat dit niet tegenstrijdig is. In 2012 ontstond er brand in een gebouw naast een telefooncentrale van Vodafone in Rotterdam. Veel abonnees in Zuid-Holland ervaarden bijna een week lang problemen. In reactie daarop creëerden KPN, Vodafone en T-Mobile een gezamenlijke noodvoorziening. Daarmee konden zij bij grote storingen elkaars 2G- en 3G-netwerken delen, waardoor klanten dan zonder extra kosten kunnen ‘roamen’. Zo’n afgebakende samenwerking zit de concurrentie niet in de weg, en vormt een nuttige aanvulling op redundantie door overlappende netwerken. (De ACM geeft bedrijven die met goede reden willen samenwerken graag guidance, net als bij duurzaamheidsovereenkomsten: Afspraken met andere bedrijven over weerbaarheid | ACM.)

Conclusie

Er is geen eenduidig verband tussen concurrentie en weerbaarheid. Afhankelijk van technologie, sector en waardeketen kan het onderliggende mechanisme sterk verschillen. Weerbaarheid vraagt dus niet automatisch om meer schaal, minder concurrentie of ‘Europese kampioenen’ (zoals gevestigde spelers nogal eens opperen). Integendeel, bij meer marktmacht ontstaat er ook meer afhankelijkheid en dus kwetsbaarheid. Vaak vraagt weerbaarheid om meer in plaats van minder aanbieders: dat vermindert de impact van de uitval van een speler. Ook helpt het wanneer bedrijven niet puur op prijs concurreren, maar ruimte hebben om te investeren in weerbaarheid en te blijven innoveren. Dat helpt om inventief te handelen bij onverwachte schokken. Tegelijkertijd leiden beslissingen van individuele bedrijven nog niet tot een weerbare economie. Daarom is de overheid ook aan zet, variërend van het aanmoedigen van investeringen in weerbaarheid tot het aanleggen van strategische voorraden.

Paul de Bijl, Chief Economist van de ACM

Zie ook

Terug naar boven