Geschilbesluit consumenten – Liander over aansluittermijn kleinverbruik
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) concludeert dat de klacht van consumenten tegen Liander N.V. ongegrond is. Consumenten stellen dat Liander in strijd handelt met de toepasselijke wet- en regelgeving door de aangevraagde verzwaring van de kleinverbruikersaansluiting uit te stellen in verband met onvoldoende ruimte op het elektriciteitsnet. De ACM oordeelt dat er op dit moment geen sprake is van een onredelijke aansluittermijn.
Consumenten hebben in juni 2025 een aanvraag gedaan bij Liander voor het verzwaren van hun elektriciteitsaansluiting. Volgens Liander is de gevraagde verzwaring van 1x35A naar 3x25A niet mogelijk vanwege tekort aan transportcapaciteit. Volgens de consumenten heeft Liander nagelaten de verzwaring van de aansluiting binnen een redelijke termijn te realiseren en heeft Liander onvoldoende informatie verstrekt over de planning van de werkzaamheden die nodig zijn om het net te verzwaren. Op het moment dat de ACM dit besluit neemt zijn de netverzwaring en de verzwaring van de aansluiting nog niet uitgevoerd.
Zoals de ACM ook in het geschilbesluit WoonFriesland – Liander van 16 juli 2026 heeft bepaald, beoordeelt zij de redelijkheid van de termijn op basis van de omstandigheden van het geval. De ACM vindt de beschikbaarheid van transportcapaciteit een belangrijke omstandigheid. De ACM is daarbij van oordeel dat het niet wenselijk is om een kleinverbruikersaansluiting te realiseren zolang er voor de verzochte aansluiting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is. Met een aansluiting waarover geen transport mogelijk is, is een kleinverbruiker namelijk niet geholpen. Dit terwijl het realiseren van deze aansluiting wel inzet en middelen van de netbeheerder vraagt. De ACM concludeert daarom dat de aansluittermijn wordt opgeschort voor zolang er onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is. Van een onredelijke aansluittermijn kan op dit moment dan ook geen sprake zijn. Zodra er transportcapaciteit beschikbaar is, moet de netbeheerder de verzwaring van de aansluiting binnen redelijke termijn realiseren. De ACM begrijpt daarnaast dat het onwenselijk is dat Liander pas op aandringen van klagers een indicatie heeft gegeven over het verwachte moment van realisatie van de netuitbreiding. De van belang zijnde wet- en regelgeving vereist echter niet dat Liander een concrete planning met een (toekomstig) aangeslotene deelt.
Gelet op het voorgaande oordeelt de ACM in het besluit dat de klacht van consumenten ongegrond is en dat Liander niet in strijd handelt met artikel 23, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998.
Codebesluit aansluittermijnen voor kleinverbruikersaansluitingen
De ACM werkt op dit moment aan een codewijziging, waarmee concrete aansluittermijnen voor kleinverbruikers worden vastgesteld. De ACM is hierover in overleg met netbeheerders en marktpartijen.