Acm.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruikersgemak te verbeteren. Lees meer over cookies

Uitleg Monitor Brandstofprijzen

De Monitor Brandstofprijzen geeft inzicht in de ontwikkelingen van prijzen en winsten binnen de brandstofketen, van producent tot verkoop aan de pomp. Deze monitor laat geen prijzen van individuele bedrijven zien, maar maakt trends zichtbaar. Lees welke gegevens de ACM gebruikt voor de monitor.

Op deze pagina:

De brandstofketen

De Monitor Brandstofprijzen geeft inzicht in de prijzen en winsten van 3 belangrijke niveaus van de toeleveringsketen van brandstof:

  • winning: de productie van ruwe olie
  • raffinage: de verwerking van ruwe olie tot verschillende olieproducten
  • retail: de verkoop van benzine en diesel via tankstations
Deze afbeelding is een schematische weergave van de brandstofketen. De Monitor Brandstofprijzen kijkt naar 3 onderdelen van het keten: de productie van ruwe olie, de verwerking van ruwe olie en de verkoop aan de pomp.

In het plaatje staan 3 niveaus van de brandstofketen. Eerst een boorplatform waar ruwe olie wordt gewonnen. Producenten ontvangen voor ruwe olie een prijs die op de wereldmarkt wordt bepaald. Daarna een olieraffinaderij waar olie wordt verwerkt tot brandstoffen zoals benzine, diesel en kerosine. Deze producten worden verkocht tegen groothandelsprijzen. En als laatste een benzinepomp bij een tankstation, waar de consument de retailprijs voor benzine en diesel betaalt.

Deze 3 onderdelen zijn nodig om ruwe olie te winnen en er brandstof van te maken die consumenten aan de pomp kunnen tanken. Uit ruwe olie worden naast benzine en diesel ook andere producten gemaakt, zoals:

  • kerosine: brandstof voor vliegtuigen
  • stookolie: brandstof voor schepen en de industrie
  • nafta: grondstof voor de productie van kunststof
  • bitumen: materiaal gebruikt als dakbedekking
  • smeermiddelen

Bij de raffinage komen uit 1 vat ruwe olie deze verschillende producten in min of meer vaste verhoudingen. Dit betekent dat als een raffinaderij meer van 1 bepaald product wil hebben, de andere producten er automatisch bijkomen. Wil de raffinaderij bijvoorbeeld meer diesel verkopen, omdat dat meer geld oplevert? Dan moet de raffinaderij dus ook andere producten maken.

Gemiddelde verhoudingen voor Europese raffinaderijen in 2022:

Deze afbeelding laat zien welke olieproducten een raffinaderij uit 1 vat olie haalt. Het grootste deel van het vat olie wordt verwerkt tot diesel, gevolgd door benzine, overig (zoals stookolie, bitumen en nafta) en kerosine.

Plaatje van een vat ruwe olie met de gemiddelde verdeling van de producten die je daaruit krijgt bij raffinage: het grootste deel is diesel, vervolgens benzine, dan overig, zoals stookolie, nafta en bitumen, en tot slot kerosine.

De brandstof die raffinaderijen produceren is meestal niet wat consumenten aan de pomp tanken. Aan de verwerkte benzine en diesel worden namelijk nog biobrandstoffen toegevoegd. Zo zit er in Euro 95 benzine maximaal 10% ethanol en in Diesel B7 maximaal 7% biodiesel.

Weergave van prijzen

De Monitor Brandstofprijzen laat de ontwikkeling zien van de ruwe olieprijs en de prijs van benzine en diesel aan de pomp sinds 2021. Daarnaast laat de monitor de prijzen zien van de afgelopen 12 maanden van de 3 niveaus van de brandstofketen:

  • winning: de prijs van ruwe olie
  • raffinage: het verschil tussen de groothandelsprijs en de prijs van ruwe olie
  • retail: het verschil tussen de retailprijs aan de pomp en de groothandelsprijs en de kosten voor certificaten

Wij leggen verderop deze pagina uit hoe wij deze prijzen berekenen.

De monitor geeft op basis van prijsbenchmarks en gemiddelde prijzen per niveau van de brandstofketen een beeld van:

  • prijsontwikkelingen
  • indicaties van winsten

De prijzen en winsten van individuele bedrijven kunnen anders zijn dan in de monitor staat door verschillende inkoopprijzen en verkoopprijzen. Ook hebben wij de kosten van bedrijven voor bijvoorbeeld onderhoud, energiegebruik, opslag en transport niet meegerekend.

In de monitor presenteren we voor de duidelijkheid soms een gemiddelde van 3 dagen. Dit betekent dat we bijvoorbeeld de lijn in een grafiek doortrekken op dagen dat de beurzen gesloten waren.

Winning: ruwe olieprijs

Zo berekenen wij de prijs van een vat ruwe olie:

  1. We nemen de tijdreeks van de Brent olie spotprijs van U.S. Energy Information Administration (EIA) (externe website) .
  2. We zetten de Brent spotprijs om van dollar per vat naar euro per liter. Voor de berekening nemen we de wisselkoers van de European Central Bank (ECB) (externe website) en 159 liter per vat.

De spotprijs geeft de ontwikkelingen op de markt goed weer. Maar de spotprijs laat niet 1-op-1 de inkomsten van olieproducenten zien:

  • Olieproducenten verkopen hun ruwe olie vaak via contracten met fysieke levering in de toekomst. De spotprijs kan anders zijn dan de prijs voor de toekomstige levering.
  • Sommige olieproducenten hebben te maken gekregen met verstoringen van vaarroutes door de Straat van Hormuz, waardoor zij financiële tegenvallers hebben.
  • De productiekosten van een vat olie nemen vermoedelijk niet toe. Bijvoorbeeld: de productiekosten per vat olie van BP waren volgens haar kwartaalrapportage (externe website) in het 1e kwartaal van 2026 0,8% hoger dan in het 1e kwartaal van 2025. Een hogere olieprijs geeft een producent dan hogere inkomsten per vat olie.
  • De stijging van de olieprijs zegt dus iets over de gemiddelde winstmarge van olieproducenten. De cijfers geven geen directe informatie over de winstontwikkeling van afzonderlijke bedrijven.

Raffinage: groothandelsprijs

Zo berekenen wij de groothandelsprijs van benzine, diesel en kerosine:

  1. We gebruiken de af-raffinage prijzen voor Noordwest-Europa van Quantum Commodity Intelligence (externe website) : Eurobob (E1FARW), ULSD (Ultra Low Sulphur Diesel, ULFARS) en kerosine (JFFAS).
  2. Wij zetten deze prijzen om van dollars per metrische ton naar euro’s per liter. Voor de berekening van euro’s naar dollars gebruiken we de wisselkoers van de ECB (externe website) als bron. Voor de berekening van metrische ton naar liter gebruiken we een dichtheid van 0,75 kg/liter voor benzine, 0,845 kg/liter voor diesel en 0,80 kg/liter voor kerosine.

Net als bij de ruwe olie gebruiken we voor de groothandelsprijs de spotprijs, hoewel raffinaderijen ook olie inkopen met langetermijncontracten tegen andere prijzen. Het verschil tussen de groothandelsprijs van de brandstof en de ruwe olie zegt iets over de winstmarges van de raffinaderijen, maar het blijft een indicatie.

Door de verstoringen door de oorlog in het Midden-Oosten is er een tekort aan diesel en kerosine. Hierdoor stijgen de prijzen van diesel en kerosine ten opzichte van de prijs voor bijvoorbeeld benzine of ruwe olie. Voor diesel en kerosine is Europa meer afhankelijk van import uit het Midden-Oosten dan voor benzine.

Retail: verkoopprijs voor consumenten

Zo berekenen wij de retailprijs die consumenten aan de pomp betalen:

  • De prijzen aan de pomp voor benzine en diesel komen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS publiceert elke week een overzicht van de pompprijzen motorbrandstoffen (externe website) . Het CBS gebruikt een schatting van hoeveel brandstof tankstations verkopen om de gewogen gemiddelde dagprijzen van benzine Euro95, diesel en lpg inclusief btw en accijns te berekenen.
  • Voor de vergelijking met de groothandelsprijs geven wij de retailprijs weer zónder btw en accijns.
  • Voor de schatting van de inkoopprijs nemen we de groothandelsprijs voor de geraffineerde olieproducten en tellen daar de kosten bij voor duurzaamheidscertificaten die nodig zijn om aan de regelgeving te voldoen.
  • De overige kosten van tankstations, zoals transport en exploitatiekosten, zijn samen met de winstmarge onderdeel van het verschil tussen retailprijs en inkoopprijs.

Kosten voor duurzaamheidscertificaten

Leveranciers van fossiele brandstoffen zijn verplicht om een deel van hun leveringen te vervangen door hernieuwbare energie of te compenseren. De wetgeving schrijft voor welk percentage van de energie in Nederland uit hernieuwbare bronnen moet komen.

De hoeveelheid hernieuwbare brandstoffen hangt samen met de hernieuwbare brandstofeenheden (HBE’s). Vanaf 2026 gaat het om emissiereductie-eenheden (ERE’s). De verkoop van fossiele brandstoffen verplicht leveranciers om een vast aantal HBE’s te verkrijgen. Het aantal benodigde HBE’s en ERE’s berekenen we aan de hand van de jaarverplichting en energie-inhoud in de rekentool voor de brandstoftransitieverplichting van de RVO (externe website) . Vervolgens benaderen we de kosten voor het voldoen aan deze regelgeving met de prijs van de betreffende verhandelde certificaten:

Ook voor de retailprijs geldt dat de verschillen tussen prijzen aan de pomp en groothandelsprijs indicaties bieden over de ontwikkeling van prijzen en winstmarges. Maar ze zijn geen exacte weergave van de winstmarges.

Terug naar boven