UHT op conceptuitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets (UHT) uitgevoerd op de conceptuitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal.
Dit wetsvoorstel beoogt uitvoering te geven aan het Europese wetgevingspakket gericht op grensoverschrijdende toegang tot digitaal bewijsmateriaal in strafzaken (eEvidence). De ACM concludeert dat de conceptwet uitvoerbaar en handhaafbaar is, mits wordt voldaan aan vier randvoorwaarden: i) Voor de benodigde capaciteit moet rekening worden gehouden met de onvoorspelbaarheid van de omvang en beweeglijkheid van het aantal marktspelers dat onder het toezicht valt, ii) Het registratieplatform moet operationeel zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de wet, iii) Er moet een aanpassing in het wetsvoorstel komen dat een duidelijke scheiding aanbrengt tussen het bestuursrecht en het strafrecht indien handhaving aan de orde is voor de ACM, en iv) Een opname van een expliciete rechtsgrondslag voor samenwerking en gegevensuitwisseling tussen het Openbaar Ministerie en de ACM.
Het EU-wetgevingspakket bestaat uit een verordening en een richtlijn. De verordening versterkt de bestaande regels voor het verkrijgen van digitaal bewijs bij internetdienstaanbieders, zoals hostingproviders, telecombedrijven en online platforms. In Nederland is het Openbaar Ministerie aangewezen als toezichthouder op de naleving van deze verordening. De richtlijn ondersteunt de uitvoering van de verordening en verplicht aanbieders zich te registreren, waarbij de ACM toeziet op naleving van deze verplichting.