UHT ontwerpwetsvoorstel Internationaal Verantwoord Ondernemen
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets (UHT) uitgevoerd op het ontwerpwetsvoorstel Internationaal Verantwoord Ondernemen. De ACM concludeert dat het wetsvoorstel uitvoerbaar en handhaafbaar is, mits aan vier voorwaarden wordt voldaan.
Met het wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan de Europese Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Deze Europese richtlijn verplicht grote ondernemingen die actief zijn op de Europese interne markt om feitelijke of potentiële nadelige gevolgen voor mensenrechten en het milieu in hun waardeketens zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken of te beëindigen. De verplichtingen dragen daarnaast bij aan een gelijker speelveld voor ondernemingen. Het wetsvoorstel wijst de ACM aan als toezichthouder.
Het toezicht op de verplichtingen uit de richtlijn past in de missie van de ACM om markten goed te laten
werken voor alle mensen en bedrijven, nu en in de toekomst. Met responsief toezicht wil de ACM bijdragen aan het verbeteren van due diligence processen bij ondernemingen en uiteindelijk aan het daarmee verduurzamen van productieketens. Daarbij richt de ACM zich op de belangrijkste (potentiële) schades, stimuleert zij good practices en zet ze in op dialoog met stakeholders en andere relevante toezichthouders, nationaal en internationaal. Bedrijven hoeven niet meteen alles perfect te doen, maar moeten wel stappen zetten en een systeem opbouwen om problemen te voorkomen. Tegelijkertijd blijft het belangrijk dat de ACM optreedt tegen bedrijven die achterblijven, zodat koplopers niet worden benadeeld.
De vier voorwaarden die volgens de ACM noodzakelijk zijn voor de uitvoering en handhaving van het wetsvoorstel, zijn als volgt:
Vaststelling bedrijven uit derde landen die onder het toezicht vallen
Het is essentieel voor goed toezicht en een gelijk speelveld om vast te stellen welke bedrijven uit derde landen onder het toezicht van de ACM vallen. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk hoe informatie hierover via het Europese netwerk van toezichthouders beschikbaar komt. Hierdoor bestaat het risico dat op (een deel van) deze bedrijven geen effectief toezicht kan worden uitgeoefend. De ACM verzoekt het ministerie om de Europese Commissie te vragen tijdig duidelijk te maken op basis van welke informatie in kaart wordt gebracht welke niet-Europese bedrijven onder de regels gaan vallen.
Noodzaak van concrete Europese richtsnoeren
Het wetsvoorstel bevat veel open normen die (deels) nog door Europese richtsnoeren zullen worden ingevuld. Voor de ACM, maar ook voor ondernemingen en andere betrokkenen, is het van belang dat de toepassing van open normen duidelijk en voorspelbaar is. Bovendien is van belang dat interpretaties van de normen binnen de Europese Unie consistent zijn. Daarom is het nodig dat de Europese Commissie tijdig met voldoende richtinggevende en specifieke richtsnoeren komt.
Prioriteiten en capaciteit voor effectief toezicht
De ACM wil als responsieve toezichthouder de grootste maatschappelijke schades en risico’s kunnen blijven prioriteren. Meldingen van stakeholders kunnen daarbij waardevolle signalen opleveren. Tegelijkertijd kunnen veel, complexe of omvangrijke meldingen een groot beroep doen op de beschikbare toezichtcapaciteit. De ACM bespreekt daarom met stakeholders haar prioriteiten en wat zij van een melding kunnen verwachten. Daarnaast is het belangrijk dat – indien nodig – extra middelen tijdig en snel beschikbaar kunnen komen.
Europese samenwerking
De CSDDD zet sterk in op samenwerking tussen nationale toezichthouders binnen de Europese Unie. Voor effectief toezicht is het volgens de ACM noodzakelijk dat het Europese netwerk van toezichthouders snel wordt opgezet en dat duidelijk is hoe de samenwerking wordt vormgegeven. De ACM verzoekt het ministerie de Europese Commissie op te roepen dit netwerk zo snel mogelijk op te zetten.
Naast de voorwaarden, geeft de ACM in de UHT ook nog een aantal aandachtspunten mee die de effectiviteit van de wet verder kunnen verhogen, bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking met andere nationale toezichthouders en instanties buiten de Europese Unie.