Speech Paul de Bijl: Stap voor stap naar digitale autonomie in de cloud
Op donderdag 9 april 2026 organiseerde ECP (Platform voor de InformatieSamenleving) de ECP Deelnemersspecial ‘Regie terugpakken in de cloud: van debat naar beslissingskracht’. Paul de Bijl, hoofdeconoom van de ACM, was één van de sprekers. Zie hieronder zijn uitgeschreven speech.
Het gesproken woord geldt.
Speech Paul de Bijl: Stap voor stap naar digitale autonomie in de cloud
Het onderwerp op de agenda is niet zozeer een IT-probleem, al gaat het natuurlijk wel over IT. Vanuit geopolitiek perspectief is het een machtsvraagstuk, en vanuit economisch perspectief een coördinatieprobleem.
Wie toegang beheert tot de infrastructuur die onze economie draait - communicatie, dataopslag, AI-tools, betalingsverkeer - heeft macht. En die macht is voor een groot deel buiten Europa belegd. Marktwerking en concurrentie volstaan niet om dit op te lossen. Beter gezegd, een gebrek aan checks & balances op machtsvorming in de vrije markt is de oorzaak van dit probleem. Een gecoördineerde aanpak, onder regie van de overheid, is nodig om daaruit te komen.
Situatie: de cloudmarkt als oligopolie
Eerst enkele feiten.
- Drie Amerikaanse hyperscalers — AWS, Microsoft Azure en Google Cloud — nemen in Europa 70-85% van de cloudmarkt voor hun rekening, met een one-stop shop van opslag, monitoring, netwerken, automatisering en veiligheid.
- De grootste Europese spelers (Deutsche Telekom, SAP) zitten op circa 2%. Het Europese aanbod voorziet vooral in specifieke diensten.
Economen noemen zo’n markt een oligopolie, een markstructuur waarin een klein aantal bedrijven substantiële marktmacht hebben. Bovendien geen gewone markt, want het betreft cruciale infrastructuur. Ofwel er staan publieke belangen op het spel.
Deze afhankelijkheid manifesteert zich niet alleen economisch, maar ook politiek en strategisch:
- CLOUD Act: Amerikaanse aanbieders kunnen juridisch verplicht worden data van Europese bedrijven en overheden te delen met Amerikaanse autoriteiten — ook als dat strijdig is met Europese regels.
- Amerikaanse sanctiewetgeving, waaruit dwingende maatregelen kunnen volgen tegen landen, organisaties en personen die het buitenlands beleid of de nationale veiligheid van de VS bedreigen. Wat bijvoorbeeld kan leiden tot een leververbod met betrekking tot specifieke klanten in bepaalde landen. De dreiging die daarvan uit gaat zet de nationale soevereiniteit onder druk
Ondanks deze risico’s zijn de overstapdrempels zodanig hoog dat afnemers vrijwel niet van aanbieder veranderen. Overstappen vraagt niet alleen om het overzetten van data, maar vaak ook om het ontvlechten van bedrijfsprocessen en bestaande IT-infrastructuur.
De conclusie is helder: marktmacht manifesteert zich ook geopolitiek. De markt lost dit niet op en mededingingstoezicht volstaat niet. Actieve overheidsregie is nodig.
Waarom bewegen we niet?
Dan rijst de vraag: als iedereen dit ziet, waarom bewegen we zo langzaam?
We horen al jaren dat digitale soevereiniteit belangrijk is. Maar als een CIO de knoop moet doorhakken, valt de keuze snel op een hyperscaler. Die biedt de beste functionaliteit als onderdeel van een totaalpakket.
Nieuwe afnemers krijgen vaak een scherpe prijs. Maar eenmaal gebonden – wanneer contracten verlengd of uitgebreid moeten worden – verdwijnt de mogelijkheid om scherp op prijs te in te kopen. Vendor lock-in houdt alternatieve aanbieders dan buiten beeld, ook wanneer zij goedkoper of beter zijn.
Een klassiek coördinatieprobleem. Europese cloud-aanbieders kunnen niet opschalen zonder vraag. En de vraag komt niet op gang zolang Europese aanbieders onvoldoende functionaliteiten bieden. In een markt met winner-takes-all kenmerken valt er voor nieuwkomers amper te concurreren.
Dat rechtvaardigt een actieve rol van de overheid:
- om het coördinatieprobleem op te lossen en de concurrentie vlot te trekken;
- om invulling te geven aan digitale autonomie.
Dit zou natuurlijk geen punt van discussie moeten zijn, alleen al vanuit het principe dat je als overheid geen controle of zeggenschap zou moeten opgeven over publieke data en vitale infrastructuren.
Kernboodschap: deel cloudvraag Europees inkopen
Waar begin je dan, en hoe realistisch is dat? We hoeven geen volledige onafhankelijkheid na te streven — dat kan ook niet. Maar dat is geen excuus om niets te doen. Je kunt altijd een stap zetten en doorgaan op het ingeslagen pad. Daar gaan jaren overheen, maar je moet ergens beginnen.
Startpunt is de observatie dat het mogelijk is om een deel van de vraag naar clouddiensten Europees te beleggen. Dat kan; de praktijk laat daar diverse voorbeelden van zien in Europa, met klanten uit bedrijfsleven en publieke sector. Ook stapte er onlangs een groep van zeven IT-bedrijven naar voren met een Nederlands cloudaanbod voor de overheid (Open Cloud Alliantie).
Hoe zet je de eerste stap? Wanneer de wil er is, is dat niet zo ingewikkeld: begin, als overheid, met een overzichtelijke stap. De overheid kan zich , als launching customer committeren om te minste, zeg, 5% van de jaarlijkse cloudvraag Europees weg te zetten. Eis daarbij open standaarden voor bestandstypen en communicatieprotocollen, om de afhankelijkheid van gesloten standaarden te verminderen.
Natuurlijk is dat nog best ingewikkeld – het betreft een IT-transformatie die vraagt om flexibiliteit en strakke sturing. Maar een eerste stap, desnoods bescheiden, is mogelijk. Zo’n stap heeft een dubbele impact:
- Een deel van de clouddiensten Europees inkopen houdt de betreffende data op eigen bodem. Dat vergroot direct onze datasoevereiniteit.
- Breder inkopen en gebruik maken van Europese aanbieders versterkt onze outside option, inclusief expertise en inzicht in veiligheidsrisico’s. Dat geeft onderhandelingsmacht richting de grote incumbents.
Het percentage zelf doet er niet toe, het gaat om een haalbare commitment. Een klein percentage vergroot direct onze onderhandelingsmacht richting hyperscalers, en verbetert de businesscase voor Europese aanbieders. Dat spreekt vertrouwen uit en helpt hen met opschalen.
Nederland kan dat niet alleen. Een aanpak met andere landen in Europa, of een brede Europese aanpak, is een must. Gezamenlijkheid vergroot de vraagzekerheid voor Europese aanbieders en helpt overheden om geopolitieke risico's gezamenlijk te dragen.
Tegelijkertijd mogen gebundelde kavels niet te groot zijn voor Europese aanbieders en consortia. De kern zit in slim aanbesteden: met transparante criteria voor autonomie en soevereiniteit, en ruimte voor kleinere Europese partijen om mee te dingen.
Overheid als voortrekker
De overheid krijgt vaak kritiek over zich heen, want “bureaucratisch, traag, enzovoorts”, maar als het erop aankomt is het aan overheden om coördinatieproblemen op te lossen, en kunnen zij sneller schakelen dan bedrijven.
Bovendien: is er sprake van externe effecten zoals economen dat noemen: de maatschappelijke voordelen van Europese inkoop zijn groter dan de private voordelen voor individuele afnemers. Aankoopbeslissingen door bedrijven zijn daardoor niet altijd in het maatschappelijke belang, ofwel de markt faalt. Dan is de overheid aanzet.
Met een launching customer op het speelveld trekt de vraag sneller aan - maar de overheid moet dan wel richting geven en de sneeuwbal aan het rollen brengen. Dat is een politieke keuze, en vervolgens is het aan inkopende diensten om objectieve criteria omtrent veiligheid en zeggenschap toe te passen in hun aanbestedingen. Je hoort vaak dat dat juridisch niet zou mogen, maar dat lijkt een gelegenheidsargument om te kunnen kiezen voor de gemakkelijke weg.
Tot slot
Het thema van deze conferentie is: van debat naar beslissingskracht. De uitdaging is bijzonder groot, maar elke stap de goede kant op is er één. De vraag is: committeren wij ons - als overheid, samen met andere overheden in Europa - om jaarlijks een bescheiden maar betekenisvol deel van de cloudinkoop Europees te beleggen?
Denk aan 5% per jaar, als ondergrens, met heldere criteria en transparante aanbestedingen. Stap voor stap vergroten we zo de vraag, de schaal van het aanbod, onze kennis en onderhandelingsmacht.
Wat betekent dat voor concurrentie? Zijn coördinatie en samenwerking niet in strijd met de Mededingingswet? Het punt is dat samenwerking tussen aanbieders de markt voor soevereine clouddiensten juist beter laat werken. Kleinere aanbieders kunnen een aantrekkelijkere propositie neerzetten, wat hen sterkt in de concurrentie met hyperscalers. Bundeling aan de vraag- en aan de aanbodzijde creëert schaal en slagkracht op de internationale markt. Dat helpt Europese spelers om een doorbraak te forceren in een oligopolie waar drie bedrijven de dienst uitmaken. Kortom, een coördinatieprobleem los je op met coördinatie.
Voor wie vragen heeft over een mededingingsrechtelijk spanningsveld: laat het ons weten – we zijn graag bereid om raad en advies te geven.