Rechtbank stelt ACM in het gelijk over openbaarmaking en updatebericht in Lactalis-zaak Wet OHP Landbouw
De rechtbank Rotterdam heeft uitspraak gedaan in twee beroepszaken van Leveranciersvereniging Leerdammer Collectief (LVLC). De beroepszaken zijn gerelateerd aan de last onder dwangsom van de ACM aan kaasproducent Lactalis vanwege het overtreden van de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw en voedselvoorzieningsketen (Wet OHP Landbouw) in 2024. Het eerste beroep ging over de afwijzing door de ACM van een openbaarmakingsverzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Het tweede beroep was gericht tegen een niet-ontvankelijkheidsbesluit van de ACM. De rechtbank oordeelt dat beide beroepen ongegrond zijn.
Met het Woo-verzoek verzocht LVLC de ACM om stukken openbaar te maken over het nieuwe prijssysteem van kaasproducent Lactalis. De ACM heeft het verzoek om openbaarmaking geweigerd omdat de stukken vallen onder de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt. Deze wet bevat een apart geheimhoudings- en openbaarmakingsregime dat voorrang heeft op de Woo. De rechtbank oordeelt nu dat deze weigering terecht is. De ACM hoeft geen stukken openbaar te maken.
Het tweede beroep ging over een bezwaar dat LVLC had ingediend tegen een updatebericht op acm.nl. De ACM gaf in dit bericht een update over het nieuwe prijssysteem van Lactalis en over het niet-invorderen van de dwangsommen. Omdat het updatebericht geen besluit is in de zin artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht verklaarde de ACM het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigt in haar uitspraak de beoordeling van de ACM.
Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.