Kruimelpad

Gerechtelijke uitspraak

Uitspraak CBb over ontheffing Dow

20-01-2017

De ontheffing die ACM heeft verleend aan Dow Netwerk B.V. op 3 december 2015, blijft in stand. Dit heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) op 20 december 2016 bepaald.

Waar draait de zaak precies om?

Dow heeft beroep ingesteld tegen de verlening van een ontheffing (artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998) door de ACM aan Dow. Door deze ontheffing hoeft Dow voor haar gesloten distributiesysteem (GDS) voor elektriciteit geen netbeheerder aan te wijzen. Dow heeft de ontheffing zelf aangevraagd, maar kwam lopende de aanvraagprocedure tot het inzicht dat haar verbindingen (voor het transport van elektriciteit) mogelijk geen GDS vormen, maar een zogenoemde directe lijn (DL). De aanvraag werd echter niet ingetrokken, met de bedoeling dat de ACM zich hierover zou uitspreken.

Hoe oordeelde het CBb?

Het CBb komt niet toe aan de vraag of de ACM de verbindingen van Dow terecht heeft aangemerkt als GDS. Volgens vaste rechtspraak kwalificeert de aanvraag van Dow namelijk als een voorwaardelijke aanvraag. De aanvraag is volgens het CBb ingediend onder de voorwaarde dat verbindingen van Dow geen DL vormen. Uitgesloten is namelijk dat leidingen tegelijk een GDS en een DL vormen. Daarom laat het CBb de beroepsgrond dat de verbindingen van Dow een DL zouden vormen, buiten bespreking.

Het CBb wijst er verder nog op dat het wettelijke systeem toestaat dat de eigenaar zowel melding doet van het bestaan van een DL (artikel 9h van de Elektriciteitswet 1998), als een aanvraag indient om ontheffing voor een GDS. Tegen beide besluiten kan volgens het CBb beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter.

En nu?

Deze uitspraak is definitief, het CBb is de eindrechter in deze zaak.