Kruimelpad

Visie & opinie

Speech Anita Vegter over de rol van ACM in de energietransitie

02-08-2016

Anita Vegter, bestuurslid ACM,  sprak op 17 juni 2016 in Tilburg op de conferentie ‘Bouwstenen voor een duurzaam reguleringskader voor de energiesector’. In haar speech schetst Anita Vegter de manier waarop ACM kansen en keuzes voor bedrijven en consumenten in de energietransitie bevordert.

Geachte dames en heren,

ACM wil kansen en keuzes voor bedrijven en consumenten bevorderen, ook rond de energietransitie. Hoe willen we dat doen? Voordat ik u hierover vertel vraag ik graag uw aandacht voor een kort filmpje dat we hierover hebben gemaakt: https://www.youtube.com/watch?v=dtrJDjme0zc 

ACM houdt toezicht op de betaalbaarheid en de leveringszekerheid van energie. Duurzaamheid is een belangrijke maatschappelijke doelstelling die daarop van invloed is. ACM wil uiteraard doen wat in haar vermogen ligt om duurzaamheid mogelijk te maken. We blijven daarbij op grond van onze wettelijke taken werken aan de  betaalbaarheid. Dat doen we door te garanderen dat netbeheerders de investeringen die noodzakelijk zijn voor de leveringszekerheid en verduurzaming van de energievoorziening zo efficiënt mogelijk doen. Daarnaast doen we dat door goed te kijken naar de impact op de markt en de gebruikers van het net. En door te kijken naar de gevolgen van de nieuwe taken en verantwoordelijkheden die zich rond het netbeheer zullen ontwikkelen. Netbeheer is en blijft immers een monopolie.

Uiteindelijk is ons doel een betrokken en actieve energieconsument, die in staat is om bewuste keuzes te maken. Keuzes uit innoverende producten en diensten, die daadwerkelijk een toegevoegde waarde hebben voor consumenten.  Die keuzes moeten voor de consument niet onnodig complex worden.  De uitdaging voor bedrijven is dus om producten en diensten aan te bieden die begrijpelijk zijn en makkelijk in het gebruik. Waarbij gegarandeerd is dat de consument eigenaar is van zijn eigen data én zijn privacy gewaarborgd is.

Hoe gaat ACM om met publieke belangen in de energietransitie?

Van oudsher behartigen energietoezichthouders twee publieke belangen: betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de energievoorziening. Daartussen zit een natuurlijke spanning: De consument moet uiteindelijk niet meer betalen dan nodig is, én de energievoorziening moet in principe altijd beschikbaar zijn voor alle afnemers. Daar zijn natuurlijk kosten mee gemoeid.  Het derde publieke belang dat daar bijgekomen is, is duurzaamheid. Dat zorgt voor een extra dimensie in het spanningsveld: duurzaamheid kan op gespannen voet staan met zowel betaalbaarheid als betrouwbaarheid. ACM wil de stap naar een duurzame energievoorziening mogelijk maken. Dat doen we op een aantal manieren:

  • We blijven werken aan het verbeteren van marktwerking en aan marktintegratie. Goed werkende en geïntegreerde markten zorgen ervoor dat duurzaamheidsdoelstellingen op efficiënte wijze worden behaald. Concurrentie zorgt hierbij voor de juiste prikkels.
  • Netbeheerders hebben een belangrijke rol. De verduurzaming vraagt om grote investeringen van netbeheerders, die, direct of indirect door de eindgebruikers betaald moeten worden. Om investeringen in betrouwbaarheid en duurzaamheid mogelijk te maken en tegelijk de betaalbaarheid te waarborgen is, en blijft, het doel van de regulering: het dekken van efficiënte kosten. Dit  zijn de kosten die netbeheerders volgens ACM noodzakelijk moeten maken om hun wettelijke taken te kunnen uitvoeren. Inclusief  een rendement dat niet hoger is dan in het economisch verkeer gebruikelijk.
  • En we willen consumenten op die nieuwe markt die ontstaat weerbaar maken – empoweren -, en activeren en beschermen waar dat nodig is

Een belangrijke opmerking hierbij is dat ACM niet de beleidskeuzes maakt met betrekking tot duurzaamheidsdoelstellingen en de wijze waarop die gerealiseerd moeten worden. Wij houden toezicht op wetten en regels, die door politiek en beleidsmakers zijn vastgesteld. Deze komen vooral voort uit doelen die in Brussel zijn vastgelegd. Voor duurzaamheid betekent dit concreet dat beleidsmakers op Europees en nationaal niveau verantwoordelijk zijn voor:

  • het vaststellen van duurzaamheidsdoelstellingen;
  • het vertalen van deze doelstellingen naar de energiemarkten en;
  • het bieden van een (wettelijk) beoordelingskader voor de wijze waarop de toezichthouder duurzaamheid moet afwegen tegen andere belangen, zoals betrouwbaarheid en betaalbaarheid.

Hoe gedetailleerder dit is uitgewerkt in wetgeving, des te beter kan ACM aansluiten bij de politiek gewenste invulling van duurzaamheid in de energiesector.

Hoe wil ACM ervoor gaan zorgen dat we kansen en keuzes voor bedrijven en consumenten blijven bevorderen tijdens de energietransitie?

Ik ga deze vraag beantwoorden voor achtereenvolgens de groothandelsmarkt, het netbeheer en ten slotte de consumentenmarkt. Een goed functionerende groothandelsmarkt is namelijk een voorwaarde voor een goed functionerende energiemarkt voor consumenten. En het netwerk moet ingericht zijn om de veranderende energiestromen te kunnen verwerken.

Groothandelsmarkt

Eind jaren 90 is in de EU gekozen voor een geïntegreerde en goed werkende markt als middel om tot een efficiënte energievoorziening te komen. Opeenvolgende pakketten met regels bleken telkens niet het gewenste effect te hebben. Lidstaten kunnen de verleiding in veel gevallen niet weerstaan om toch te kiezen voor nationale oplossingen. In de afgelopen jaren is daarom op basis van het Derde Pakket geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe en meer gedetailleerde Europese marktregels om de werking van de interne energiemarkt (IEM) te verbeteren.

Deze marktregels hebben de vorm gekregen van netcodes die zorgen voor harmonisatie van regels en een gelijk speelveld voor marktpartijen. Ook zorgen deze netcodes ervoor dat de markt via het samenspel van vraag en aanbod de juiste informatie geeft. De prijzen die hierdoor tot stand komen bepalen wie er produceert. En op een zodanige wijze dat de elektriciteit vervolgens daarheen stroomt waar de waarde ervan voor de consument het hoogst is. Met de totstandkoming van flow-based marktkoppeling  is inmiddels een belangrijke stap in die richting gezet. Bij flow-based marktkoppeling wordt de beschikbare dag-vooruit transportcapaciteit voor grensoverschrijdende handel op een slimme manier toegewezen. Ten opzichte van de oude methode levert flow-based een hogere welvaart op voor Nederland, doordat efficiënter gebruik wordt gemaakt van de transportcapaciteit van het elektriciteitsnetwerk. De Nederlandse markt is nu op ‘dag-vooruit’ basis volledig geïntegreerd met de omringende landen.

De volgende integratiestappen in de energietransitie zijn te maken op de binnen-de-dag- en de onbalansmarkten. Dit zijn nog grotendeels nationale markten. Als gevolg van meer grillige productie van zonnepanelen en windturbines kent de elektriciteitsmarkt in de toekomst veel meer momenten van schaarste en overvloed. Die moeten op enigerlei wijze in de prijzen op de groothandels- en de consumentenmarkt tot uitdrukking komen om de juiste prikkels te geven voor producenten en consumenten. Die prikkels zijn noodzakelijk om tot een efficiënte - en dus zo betaalbaar mogelijke - energievoorziening te komen. Denk bijvoorbeeld aan uur- of zelfs kwartierprijzen voor afnemers. Wat we daarmee ook kunnen bereiken is dat oplossingen als ‘capaciteits mechanismen’ buiten de deur worden gehouden. Dit mechanisme waardeert namelijk niet het product elektriciteit, maar de beschikbaarheid van de productiecapaciteit, en verstoort hiermee het prijssignaal voor elektriciteit en zo ook het goed functioneren van de interne markt.

Omdat het aanbod in de toekomst grotere schommelingen vertoont en opslag van elektriciteit op grote schaal voorlopig nog niet rendabel is, is er meer behoefte aan flexibiliteit aan de vraagkant. Daarmee kunnen pieken en dreigende tekorten worden verminderd. Het wegwerken van de pieken en dreigende tekorten vraagt om directe actie. Korte termijn markten, dat zijn de markten waarop elektriciteit voor de volgende dag tot het moment van verbruik wordt verhandeld, zullen dus belangrijker worden. De overschotten en tekorten kunnen zich lokaal manifesteren, maar ook op nationale schaal. Hier ontstaat een paradox:

Netbeheer

Voor de inrichting van het netwerk hebben deze ontwikkelingen grote gevolgen. De grootschalige invoeding van decentraal opgewekte energie zoals zon en wind leidt op sommige momenten tot piekbelasting van de regionale netten. Het is niet altijd efficiënt om netten dan maar uit te breiden om die stromen te verwerken. Dat betekent  dat het teveel aan aanbod op die momenten moet worden weggeleid met behulp van regionaal congestiemanagement, bijvoorbeeld met behulp van Demand Side Response (DSR). Bij DSR krijgen afnemers een financiële prikkel om hun energieverbruik te verlagen, of op een ander moment te verbruiken.

Dit roept wel een aantal vragen op:

  • we moeten ons instellen op meer lokale productie en consumptie van lokaal opgewekte energie, zoals bijvoorbeeld Texel Energie dat ernaar streeft het eiland zelfvoorzienend te maken, en  
  • we moeten tegelijkertijd in Europees verband inzetten op de integratie van nationale korte termijn markten. Dat vergroot immers de leveringszekerheid en draagt bij aan efficiëntie.
  • Vanwege beperkte netcapaciteit kan het efficiënter zijn om vraag en aanbod van elektriciteit  met behulp van de in de markt aanwezige flexibiliteit meer lokaal op elkaar af te stemmen dan om de netten verder te verzwaren. Daarbij wordt uiteraard naar regionale netbeheerders gekeken. Maar het managen van een lokaal overschot door een regionale netbeheerder is wellicht op lange termijn niet altijd efficiënt. Want elders in het land kan er sprake zijn van een tekort. Dat zouden we terug kunnen zien in hoge lokale prijzen, als we tenminste lokale prijzen willen…. En hoe gaan we dan afwegingen rond netverzwaringen maken? En wie gaat dat doen? De gezamenlijke regionale netbeheerders? Of toch de landelijke netbeheerder TenneT?
  • Welke activiteiten gaat de regionale netbeheerder precies ontwikkelen in het kader van de energietransitie? De wetgever wil  graag dat de netbeheerder zich aan zijn kerntaken houdt. De lijn tussen marktfaciliterende activiteiten en feitelijke marktactiviteiten van netbeheerders is dun. Die laatste kunnen prille initiatieven van marktpartijen in het kader van de energietransitie juist in de kiem smoren.
  • Wat gaan we met de tariefstructuren doen? Het is mogelijk om de transporttarieven zo aan te passen dat dit zorgt voor de juiste prikkels aan marktdeelnemers om de problemen op het net op te lossen. Bijvoorbeeld door het wegwerken van een aanbodoverschot. Als een afnemer bijdraagt door meer elektriciteit te verbruiken loopt hij het risico dat hij zijn maximaal toegestane capaciteit overschrijdt.  En daarmee voor het gehele jaar aangeslagen wordt voor een hoger tarief. Goed gedrag wordt zo bestraft. Dat kan niet de bedoeling zijn. Dat vraagt om een zekere flexibilisering van tarieven. Je kunt afname in daluren stimuleren en in piekuren ontmoedigen. Maar hoe ver moeten we gaan bij de flexibilisering van tarieven?  Maken we alleen onderscheid tussen piek en dal, of willen we veel meer flexibiliteit in de tarieven? En maakt het dan uit of het gaat om een industriële grootverbuiker of om een huishoudelijke afnemer? 
  • Hoe verhouden flexibele transporttarieven zich tot flexibele leveringstarieven? We willen voorkomen dat er tegengestelde signalen richting afnemers gaan. ACM vindt dat netbeheerders de markt zoveel mogelijk moeten faciliteren. Vraag is daarbij wel hoeveel ruimte netbeheerders krijgen voor flexibele nettarieven. Netbeheer blijft immers een monopolistische activiteit.   
  • Het anders verdelen van kosten en baten van het netgebruik leidt tot een andere lastenverdeling bij netgebruikers. Dat kan een herverdelingsvraag oproepen.

ACM kan, en mag dit herverdelingsvraagstuk niet alléén beantwoorden. De wetgever zal moeten bepalen hoe de lasten verdeeld moeten worden. ACM kan hier, vanuit onze kennis van de markt, in adviseren. En ACM beoordeelt de wijze waarop er uitvoering wordt gegeven aan die regels.

Consumentenmarkt

Op dit moment zijn er ongeveer 2 miljoen huishoudens voorzien van een slimme meter. Met de uitrol van de slimme meter komen er steeds meer data beschikbaar op basis waarvan energiebedrijven leveranciers, maar ook nieuwe partijen nieuwe diensten en producten kunnen ontwikkelen en aanbieden. Nu al bieden energiebedrijven producten en diensten aan, die op een slimme manier gebruik maken van de meetdata van consumenten. Zo zijn ‘Toon’ van Eneco, of ‘Anna’ van de Nederlandse Energiemaatschappij, en de ‘Q-box’ van Qurrent mooie voorbeelden van diensten, waarbij de aanbieder gebruik maakt van de meetdata van consumenten en die vermarkt tot een nuttig en aantrekkelijk product voor de consument. Consumenten krijgen dus keuze uit een breder assortiment van energie-gerelateerde diensten en producten. De verwachting is dat er geheel nieuwe spelers op de markt zullen komen die het leveren van elektriciteit of gas niet als core-business hebben. En dat ook bestaande energieleveranciers steeds meer inzetten op energie-gerelateerde diensten en producten. De dienst zal dan de boventoon gaan voeren, en energie zelf wordt ‘bijzaak’.

Het aantal consumenten dat zelf energie opwekt, individueel of in een coöperatie, neemt toe. Voor deze consumenten breken interessante tijden aan. In combinatie met opslag, bijvoorbeeld in een elektrische auto, of een accu thuis, kunnen deze consumenten met behulp van slimme technologie hun energieverbruik efficiënt managen. DSR is daarbij een aantrekkelijke dienst of product. Vooral op geaggregeerd niveau kan flexibiliteit van consumenten waardevol zijn. Doordat DSR zorgt voor verschuivingen in het verbruik of de invoeding gedurende de dag, kunnen consumenten bovendien bijdragen aan de gewenste flexibiliteit in het systeem.

De gemiddelde consument heeft echter geen zonnepanelen én de mogelijkheid om zijn elektriciteit op te slaan. Hij zou op dit moment, bijvoorbeeld met het slim aanzetten van een wasmachine of vaatwasser, ook hooguit een paar euro per maand  kunnen besparen.  Maar als de dienst wordt geautomatiseerd en de consument volledig wordt ontzorgd, zonder in te leveren op comfort, wordt de drempel om hiervoor te kiezen lager. Het is dus de uitdaging voor aanbieders van dit soort diensten en producten, om het aanbod simpel, aantrekkelijk én gebruiksvriendelijk te maken. Uit onderzoek van de TU Delft is ook gebleken dat speciale aandacht voor het gebruiksvriendelijk maken van de technologie loonde. Deelnemers veranderden hun elektriciteitsvraag blijvend. Daarmee bewezen zij niet alleen zichzelf een dienst, maar ook het milieu. Door het aantrekkelijk en gebruiksvriendelijk maken van de dienst kan van een ‘saai’ product als energie dus ook voor de gemiddelde consument een leuk product gemaakt worden.

Data van consumenten worden steeds waardevoller. Consumenten betalen steeds vaker bewust, of onbewust met hun data. Dat zien we al gebeuren bij het gebruik van mobiele apps. De datastroom wordt ook omvangrijker. Dit roept een aantal vragen op die ACM zal moeten beantwoorden. Zoals:

  • Hoe zorgen we ervoor dat de consument een geïnformeerde en bewuste keuze kan maken?
  • Hoe zorgen we ervoor dat de privacy van de consument gegarandeerd blijft? Dat hij bepaalt wie, wanneer gebruik maakt van zijn data? En dat de data veilig wordt opgeslagen en verzonden?
  • En, ten slotte, hoe zorgen we ervoor dat er een gelijk speelveld is voor nieuwkomers en zittende partijen als het gaat om de toegang tot en het gebruik van consumentendata?

Allereerst zullen we een open toezichthouder moeten zijn, met een flexibele organisatie die erop is ingericht om ontwikkelingen in de markt snel te kunnen signaleren, oppakken en toepassen in ons toezicht. We willen innovatie namelijk niet belemmeren. Onze medewerkers zijn geen toezichthouders die vanachter hun bureau de buitenwereld observeren en vervolgens besluiten nemen. Zij staan in contact met de buitenwereld en gaan onbevooroordeeld de dialoog aan met marktpartijen en consumenten. We zijn betrokken bij het debat met de sector over de beste route naar verduurzaming. Zo nemen we deel aan de dialoog aan de zogenoemde Overlegtafel Energievoorziening.

Ten tweede zullen we, nog meer dan voorheen, gaan samenwerken met andere toezichthouders die ook een rol spelen op de energiemarkt. ACM heeft het voordeel dat we verschillende toezichtsgebieden en –bevoegdheden onder één dak hebben. We hebben daarvan al de vruchten geplukt bij het oplossen van de problematiek omtrent de begrijpelijkheid en de vergelijkbaarheid van energieaanbiedingen. Door het combineren van onze bevoegdheden vanuit de generieke consumentenwetgeving en de consumentenbeschermende maatregelen uit de Elektriciteits- en Gaswet hebben we ervoor gezorgd dat alle aanbieders van energiecontracten op een eenduidige, begrijpelijke en vergelijkbare manier een aanbod aan de consument doen. Dus niet alleen leveranciers moeten zo’n aanbod op maat doen, maar ook prijsvergelijkers, collectieve acties en andere platforms die contracten voor energie aanbieden. Die voorwaarden zullen niet anders zijn voor aanbieders van energie-gerelateerde producten en diensten.

Voor het waarborgen van de bescherming van consumentengegevens werken we al samen met de Autoriteit Persoonsgegevens. Bijvoorbeeld als het gaat over hoe energiebedrijven en netbeheerders omgaan met data van consumenten. De stelregel hierbij is dat de consument de bepalende speler is als het gaat om het delen van zijn data. Hij bepaalt wie er gebruik maakt van zijn data én wanneer.

Consumentenparticipatie en -empowerment

Voor een goed functionerende energiemarkt, waarin plek is voor innoverende diensten en producten, is het nodig dat de consument actief betrokken is. Daarvoor is het noodzakelijk dat de consument actief kan worden en actief wil worden. Als aan beide voorwaarden is voldaan zal het vertrouwen van de consument in de energiemarkt groeien en behouden blijven. En kan hij de rol oppakken die hij moet hebben: die van aanjager van innoverende en kwalitatief hoogwaardige producten en diensten tegen een aantrekkelijke prijs.

Afgelopen jaar stapte 15% van de consumenten over naar een andere energieleverancier. Dit jaarlijkse overstapcijfer stijgt al jaren. Tegelijkertijd zien we dat een groot gedeelte van de consumenten nog nooit is overgestapt. Een klein gedeelte hiervan heeft bewust gekozen voor een ander contract bij zijn eigen leverancier. Maar ongeveer 40% van alle consumenten heeft nog nooit een bewuste keuze gemaakt. Zij kunnen of willen niet actief deelnemen aan de energiemarkt.

Voor consumenten om te kunnen participeren  moeten belemmeringen in het regulerend en wetgevend kader worden weggenomen. Voor consumenten die bijvoorbeeld gezamenlijk op eigen initiatief zelfvoorzienend willen worden moet het eenvoudig zijn om dit te doen. De overheid heeft hiervoor vorig jaar het besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekking in het leven geroepen. Bij wijze van experiment kan worden afgeweken van bepalingen in de Elektriciteits- en Gaswet als dat de ontwikkeling bevordert van productie, transport en levering van decentraal opgewekte elektriciteit of gas uit hernieuwbare energiebronnen.  De consument moet de middelen hebben om het aanbod dat hij krijgt te begrijpen. En wijs te worden uit het (nog) grotere aanbod van energie en de aanvullende diensten en producten. Aanbieders moeten het aanbod dus op een vergelijkbare en begrijpelijke manier presenteren. Zodat consumenten een geïnformeerde afweging kunnen maken. ACM heeft, zoals ik zojuist al genoemd heb, al stappen gezet met het ‘Aanbod-op-maat’ traject dat ervoor zorgt dat energieaanbieders begrijpelijke en vergelijkbare aanbiedingen doen. ACM biedt daarnaast, via Consuwijzer, consumenten een praktische handleiding om energieaanbieders te kunnen vergelijken en te kiezen. Niet omdat overstappen zo ingewikkeld is. Maar we weten uit ons onderzoek onder consumenten dat deze middelen net dat kleine zetje kunnen geven aan consumenten om daadwerkelijk actief te worden.

Demand-side response zal leiden tot echt nieuwe producten. Energie wordt straks per uur, of zelfs per kwartier, afgerekend. Met het idee dat de consument geen vast voorschotbedrag meer betaalt. Hij kan zelf zijn rekening beïnvloeden door gebruik te maken van momenten waarop de elektriciteitsprijs laag is, of zelfs nul of negatief in ‘happy hours’.

In tijden van stijgende groothandelsprijzen zal de consument dit direct terug kunnen zien op zijn rekening en niet met een vertraging zoals nu, met vaste prijscontracten van een half tot vijf jaar vast. Bij dalende groothandelsprijzen profiteert de consument direct. In eerste instantie kan dit voor de gemiddelde consument aardig ingewikkeld zijn. De aanbieder van DSR contracten moet dus duidelijke uitleg geven, bijvoorbeeld over wat er gaat gebeuren met de prijs van de consument als de prijs op de groothandelsmarkt extreem hoog is. En ze moeten zorgen voor instrumenten die door consumenten makkelijk te gebruiken zijn. De prikkels om op bepaalde momenten je verbruik aan te passen moeten eenduidig zijn en niet tegenstrijdig.

Naast het feit dat de consument moet kunnen deelnemen, moet hij ook willen participeren. De consument moet redenen hebben om actief keuzes te maken. Prijsprikkels zijn vaak niet voldoende. Uit ons jaarlijkse onderzoek onder consumenten blijkt dat consumenten zich niet alleen door prijsprikkels laat leiden. Andere, vaak minder economische, maar meer gevoelsmatige overwegingen spelen ook een rol. Zo stappen veel consumenten niet over, omdat ze weinig vertrouwen hebben in nieuwe, onbekende spelers op de markt. Of omdat ze bang zijn om te verliezen wat ze nu hebben.  Ook sommige onjuiste percepties, zoals de vrees om afgesloten te worden bij een overstap moeten worden weggenomen.  ACM heeft gedragspsychologen in dienst om deze gedragselementen mee te kunnen nemen in haar interventies. Bijvoorbeeld in campagnes om consumenten bewust te maken. In de laatste grote overstapcampagne op Consuwijzer hebben we bewust aandacht besteed aan de verliesaversie en het uitstelgedrag. Ik toon het u nu graag, omdat we in dit filmpje bewust hebben gekozen om een aantal gedragselementen aan de orde te stellen. U herkent ze vast. https://www.youtube.com/watch?v=L9UsiI4FOeo&feature=youtu.be 

Consumentenbescherming

De keuzevrijheid van de consument blijft overeind. De consument die niet mee wil of kan doen moet ook tegen redelijke tarieven en voorwaarden beleverd worden. Dit geldt ook voor DSR-contracten. Het moet duidelijk zijn wat een consument kan doen als blijkt dat de prijs van energie op een bepaald moment buitenproportioneel hoog wordt. Als ACM zullen we ervoor moeten waken dat de consument die geen gebruik maakt van DSR niet de rekening gaat betalen voor de betrokken consument, die met zonnepanelen, een elektrische  auto en warmtepomp optimaal kan profiteren van lage tarieven. De Europese Commissie heeft veel aandacht voor de kwetsbare consument. De “New Deal for Energy Consumers” die de EC afgelopen zomer publiceerde als onderdeel van de Energy Union, ziet graag dat consumenten veel actiever worden op de energiemarkt. Maar stelt tevens dat de kwetsbare consument actief beschermd moet worden. Vooral voor consumenten die niet in staat zijn om de energierekening te kunnen betalen moeten lidstaten maatregelen treffen die ervoor zorgen dat deze kwetsbare consument niet tussen wal en schip belandt.

Gelijk speelveld voor bedrijven

Ik begon mijn speech met de boodschap dat ACM kansen en keuzes wil bieden aan consumenten én bedrijven. Netbeheerders moeten de rol innemen van neutrale facilitators die het mogelijk maken dat aggregators en onafhankelijke service providers, net als de vergunninghoudende leveranciers, onder gelijke voorwaarden toegang hebben tot de data van de consument. Alleen dan kunnen deze nieuwe partijen aantrekkelijke, en op maat gesneden aanbiedingen doen. Als blijkt dat er belemmeringen zijn in wetgeving, of de huidige marktstructuur, om toegang te krijgen tot consumentendata, dan moeten die worden weggenomen. Uiteraard moet dit gebeuren onder de voorwaarde dat de consument zelf bepaalt wie zijn gegevens gebruikt. En onder de voorwaarde dat die data in veilige handen is. Pas als dit gelijke speelveld is gecreëerd ontstaan er mogelijkheden voor innovatieve nieuwkomers om nieuwe diensten aan te bieden.

Het laatste woord is aan de consument. Hij zal overtuigd moeten worden om een bewuste keuze te maken. Dat kan alleen als er bedrijven zijn die een aantrekkelijk en betrouwbaar product of dienst aanbieden.  Een product of dienst waarmee de consument zich bewust wordt van zijn energieverbruik en dus zuiniger hiermee zal omgaan. Hij zal hiermee zijn portemonnee een dienst bewijzen, maar ook het milieu. En daarmee de transitie naar een duurzame energievoorziening een stapje dichterbij brengen.