Kruimelpad

Visie & opinie

Spreekpunten bijeenkomst Nederlandse Vereniging Participatiemaatschappijen

18-09-2015

Chris Fonteijn sprak op 14 september 2015 op een bijeenkomst van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen. Als participatiemaatschappijen beslissende invloed uitoefenen op ondernemingen, kan ACM ze aansprakelijk stellen voor overtredingen Mededingingswet. ACM licht toe hoe zij aankijkt tegen participatiemaatschappijen en de aansprakelijkheid voor mogelijke overtredingen van de mededingingsregels binnen hun participatieportefeuille.

Speekpunten voor Vereniging van Participatiemaatschappijen

Maandag 14 september Amstelveen

ACM en investeringsmaatschappijen hebben een gemeenschappelijk belang: het stimuleren van een gezonde economie.

U doet dat door te investeren in het gezond maken van bedrijven. U hoopt daarmee een mooi rendement te halen op uw investering.

Wij leveren door ons toezicht een bijdrage aan een gezonde economie. Een economie waar concurrentie leidt tot innovatie en lagere prijzen voor consumenten. Onze missie is daarom: het bevorderen van keuzes en kansen voor bedrijven en consumenten. Dat is niet zover weg van uw missie ‘voor vernieuwend ondernemen’.

Vanuit dat gezamenlijke belang sta ik hier.

Er is een duidelijke aanleiding om hier te staan. Eind vorig jaar hebben we voor het eerst investeringsmaatschappijen beboet voor een overtreding op de Mededingingswet. Deze twee investeringsmaatschappijen zaten volgens ons in het Nederlandse ‘meelkartel’. Dat gaf bij u waarschijnlijk een lichte schok, gefronste wenkbrauwen en is er besef voor verantwoordelijkheid voor mededinging.

Drie zaken wil ik met u bespreken.

  1. Wie is ACM en wat is de Mededingingswet,
  2. Wie achten wij verantwoordelijk voor kartels en
  3. Wat kunt u doen om een kartel te herkennen en te voorkomen.

We zijn een multifunctionele toezichthouder. ACM is een samenvoeging van de Consumentenautoriteit, Opta en NMa. We zijn we verantwoordelijk voor de handhaving van verschillende wetten, onder andere de Mededingingswet. U hebt op twee manieren met de Mededingingswet te maken. U moet fusies bij ons melden en wij houden toezicht op kartels.

Ik ga hier niet uitgebreid over het melden van fusies of overnames praten. U kent de weg goed.

Recent zag ik nog een mooi voorbeeld van een overname door een investeringsmaatschappij. De redding die RCPT Beheer, een onderdeel van Egeria, bood aan Imtech TenI, is goed voor de economie. We hebben daar graag en snel aan meegewerkt. We bekijken wat fusies betekenen voor de Mededinging.

We willen een gezonde en concurrerende economie. Daarvoor hebben we een hele set aan instrumenten. We starten een onderzoek bij een vermoeden van een overtreding. De uitkomsten van onderzoek kunnen leiden tot een stevige boete. Maar we hebben ook andere mogelijkheden om het Mededingingsprobleem op te lossen; toezeggingen, verkorte besluiten etc. Dat is allemaal afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding en medewerking van de bedrijven.

Tot zover de algemene woorden over ons toezicht. Kartels mogen niet. En we zijn voortdurend op zoek naar overtredingen van de Mededingingswet.

Dan de aanleiding voor deze bijeenkomst. De boete voor twee investeringsmaatschappijen die in het ‘meelkartel’ zaten. Wij kijken niet ‘ineens’ naar investeringsmaatschappijen. U staat al langer op ons netvlies. Dat komt ook door uw verantwoordelijkheid en positie in de economie.

Wij zijn niet de enige die u op het netvlies heeft.

De Europese Commissie kijkt ook naar investeringsmaatschappijen. Ik geef een paar voorbeelden.

De NMa, de voorganger van ACM op mededingingsgebied, heeft in 2012 aan 14 Nederlandse, Duitse en Belgische meelproducten boetes opgelegd. In totaal 62 miljoen euro omdat ze in het “meelkartel” zaten.

De Europese Commissie heeft meer zaken waarbij investeringsmaatschappijen zijn beboet. Ik noem u het plasticzakkenkartel waar investeringsmaatschappij Kendrion en het bedrijf Fardem een boete van 34 miljoen kregen. Of Goldman Sachs, die 37 miljoen boete kreeg voor beslissende invloed in Prysmian.

Prysmian zat in een kartel in ondergrondse hoogspanningskabels.

U heeft wellicht ook gezien dat de boetes die we de investeringsmaatschappijen hebben opgelegd bescheiden zijn. Dat kan in de toekomst anders uitpakken.

Beslissende invloed

Cruciaal bij de beoordeling van uw betrokkenheid is het juridische begrip ‘uitoefening van beslissende invloed’.

Op de website van uw vereniging staat al iets over invloed. Daar staat namelijk: ‘Een participatiemaatschappij neemt een aandeel in een onderneming waarvan zij verwacht dat deze meer waard zal worden in de toekomst. Een participatiemaatschappij kan hieraan een actieve bijdrage leveren, doordat zij medezeggenschap krijgt over het bedrijf.’ En dan: ‘Zij zet haar kennis, ervaring en netwerk in om de onderneming samen met de ondernemer naar een volgende fase te brengen.’ Ik denk dat u actief zoekt wie er de leiding heeft. Of u neemt zelf de leiding.

Wat ons betreft hoeft u niet alle aandelen te hebben om beslissende invloed te hebben. In de ‘meelzaak’ had een van de investeringsmaatschappijen minder dan 50% van de aandelen. Op grond van allerlei stukken en interviews concludeerden we dat er in de praktijk wel degelijk beslissende invloed van de investeringsmaatschappijen uitging. We kijken dwars door structuren heen.

Bij beslissende invloed gaat het niet alleen om zeggenschap om te mogen sturen. Beslissende invloed kan ook blokkeren van bepaalde besluiten of ontwikkelingen zijn.

We kijken bij de beoordeling van beslissende invloed globaal naar vier groepen van factoren:

  1. zeggenschapsfactoren
  2. economische factoren
  3. interne communicatie
  4. externe communicatie.

De scope kan gaan over de hele ‘bedrijfskolom’. Soms bent u daar de moedermaatschappij en is er kartelgedrag bij een dochter of meerdere dochters. Het kan ook zijn dat u al grootmoeder bent. De vier factoren gelden dan ook nog steeds.

Hoe is de feitelijke zeggenschap tussen ‘(groot)moeder’ en ‘dochter’.

We kijken bijvoorbeeld naar het benoemen, schorsen en ontslaan van bestuurders. Hoe is de goedkeuring van businessplannen geregeld en Wie neemt de besluiten over investeringen ? Dat doen we natuurlijk aan de hand van de statuten en overeenkomsten, maar bijvoorbeeld ook door te kijken hoe het in de praktijk werkt.

Welke economische banden zijn er tussen moeder en dochter?

Hier gaat het om het marktgedrag van moeder en dochter. Heeft de moeder belang bij een bepaald marktgedrag van de dochter? Opereren dochterbedrijven op dezelfde markten? Leveren de moeder of dochterbedrijven ook goederen aan elkaar? Is er een geografische overlap van de afzetmarkt of juist niet?

Hoe verloopt de interne communicatie tussen ‘moeder’ en ‘dochter’?

Wat zijn de instructies, mededelingen, rapporten & rapportages, discussies en memo’s die worden gemaakt tussen moeder en dochter. In beide richtingen dus. Wat staat daar in? Wat is daar gezegd?

Op welke manier maken de bedrijven zich bekend aan de buitenwereld?

Hoe presenteert het bedrijf zich bij klanten, het publiek en de overheid? Is dat de moeder of de dochter? Maar ook hoe kijken concurrenten tegen het bedrijf aan. Zien zij het als één concurrent of als losstaande concurrerende bedrijven?

Als we een onderzoek doen kijken we dwars door de bedrijfsconstructies heen om de zeggenschap in de praktijk te achterhalen. We bekijken economische banden. We kijken naar de manier waarop grootmoeder, moeder en dochter onderling communiceren. En we beoordelen de presentatie van het bedrijf in de buitenwereld.

Afzonderlijke factoren zijn wellicht niet voldoende om ‘beslissende invloed’ uit te oefenen, maar in onderlinge samenhang kunnen we concluderen dat er toch ‘beslissende invloed’ is uitgeoefend.

Uw beslissende invloed houdt niet zomaar op. U draagt de verantwoordelijkheid ook over het verleden.

Ik besef dat het verleden niet uw prioriteit heeft. Immers, investeren doet u voor toekomstig rendement. Echter, als we kartels vinden, dan zijn ze vaak al even actief. Wellicht lang voordat u een aandeel in het bedrijf nam. Het is dus zaak dat u zich goed in het verleden van het bedrijf verdiept.

Als u al uit het bedrijf bent gestapt, blijft u verantwoordelijk voor de periode dat u beslissende invloed had op het bedrijf. Dus mochten we jaren later nog een kartel op het spoor komen, dan kunnen we ook bij u langskomen. Tot wanneer? We kunnen boetes opleggen als ons onderzoek bij u, één van uw participaties, of een andere deelnemer aan het kartel, is gestart binnen vijf jaar nádat het kartel in zijn geheel is beëindigd. Of vijf jaar nadat uw bedrijf er is uitgestapt. Uw ‘exit’ moet dan wel expliciet zijn geweest jegens de anderen. Wij gaan er anders van uit dat u – stilzwijgend - nog in het kartel zit.

Samenvattend: Wij houden de investeringsmaatschappijen verantwoordelijk voor ondernemingen waarover zij beslissende invloed hebben. Daarop spreken wij u aan. U hebt de kennis, mogelijkheden én de verantwoordelijkheid 15 om kartels te voorkomen.

Ik geef u een vier tips mee.

  1. Verken de markt goed, ook op het gebied van mededinging. Natuurlijk heeft u de toekomstmogelijkheden van de markt goed bekeken. Maar heeft u ook in het verleden gekeken naar mogelijke kartelvorming? Wat is het track record in de markt. Besef dat kartels in iedere markt kunnen voorkomen.
  2. Kijk tijdens het onderhandelingsproces in de due diligence goed naar patronen van kartels. Tijdens de due diligence kunt u wellicht 16 sporen vinden van compensaties en verrekeningen tussen karteldeelnemers. Gebruik gezond verstand.
  3. Kijk vanaf dag één goed in het bedrijf rond. Inderdaad, kartels zijn niet makkelijk te vinden. Bewijs staat zelden zwart op wit keurig opgeborgen in een map met ‘Kartels’ erop. Praat met meer mensen in het bedrijf en stel Mededinging expliciet aan de orde. Kijk naar de achterkant. Beoordeel of het complianceprogramma echt in het bedrijf leeft en wordt nageleefd.
  4. Ook na dag één is het van belang dat u kartels blijft voorkomen. Investeer in een goed werkend en breed gedragen compliance programma. Het is essentieel als de leidinggevenden het goede voorbeeld geven. Compliance doet u uit zelfbegrepen eigenbelang.

En mocht u dan een kartel tegenkomen: meld het ons. De eerste melder kan 100% korting krijgen op de boete. Ons clementieprogramma is ervoor bedoeld. De volgende spreker, onze clementiefunctionaris, komt daar op terug.

Ik kom tot de volgende slotsom. We hebben een gezamenlijk belang, namelijk een vitale economie. Daarin passen geen kartels. Ik hoop dat u met mij werkt aan een concurrerende economie.

Dank voor uw aandacht.