Kruimelpad

Civiele rechter houdt ACM aansprakelijk voor vernietigd boetebesluit in een bouwfraudezaak

Het bouwbedrijf had een civiele procedure tot schadevergoeding aangespannen tegen ACM. Dit gebeurde nadat het CBb de boete die ACM – toen nog als NMa- aan het bedrijf had opgelegd, vernietigde. Het CBb had deze boete vernietigd vanwege een vormfout (functiescheiding ex artikel 54a Mw). Het bouwbedrijf eiste schadevergoeding onder andere vanwege de onrechtmatige wijze waarop de zaak in de publiciteit zou zijn gekomen.

Zowel de Rechtbank als het Gerechtshof te Den Haag oordeelden dat ACM aansprakelijk is voor de schade die het bouwbedrijf heeft geleden als het gevolg van de vernietiging van het boetebesluit door het CBb. Met de vernietiging van het besluit door de bestuursrechter staat de onrechtmatigheid van dit besluit voor de civiele rechter vast.

De omvang van de schade zal onderwerp zijn van een vervolgprocedure (een zogeheten schadestaatprocedure). De Rechtbank en het Gerechtshof oordeelden dat niet alle schadeposten die het bouwbedrijf had gevorderd voor vergoeding in aanmerking kunnen komen:

  1. ACM is aansprakelijk voor de schade die de bouwonderneming heeft geleden als gevolg van het vernietigde boetebesluit.
  2. De gevorderde vergoeding van de volledige advocaatkosten is definitief afgewezen, aangezien de Algemene wet bestuursrecht al exclusief in een aantal vaste (forfaitaire) vergoedingen voor gemaakte proceskosten voorziet.
  3. Ook de schadeposten die gerelateerd zijn aan de vermeende onrechtmatig publiciteit zijn afgewezen, omdat de NMa niet onrechtmatig had gehandeld door bij verzending van het rapport aan de vermoedelijke overtreders, een lijst met vermoedelijke overtreders mee te sturen. Ook heeft de NMa bij haar woordvoering niet onrechtmatig gehandeld bij een artikel in een vaktijdschrift. De handelwijze van de NMa en de citaten in het artikel zijn niet onrechtmatig.

Tegen dit arrest is geen cassatie ingesteld.

Bekijk de volledige uitspraak: