Kruimelpad

Nieuwsbericht

Meer duidelijkheid in brouwerijcontracten gewenst

07-06-2013

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) pleit voor duidelijker en eenvoudiger contracten tussen brouwers en horecaondernemers. Dit helpt om de positie van de horecaondernemer ten opzichte van de brouwer te versterken. ACM ziet echter geen aanleiding om brouwers te verbieden exclusieve afnameverplichtingen op te nemen in de contracten die zij afsluiten met horecaondernemers.

De biermarkt is voldoende dynamisch. Brouwerijen strijden om verkooppunten en horecaondernemers concurreren onderling. Dit is de belangrijkste conclusie uit de analyse van de biermarkt van ACM. "Het effect van deze verplichtingen op de mededinging is niet zo groot dat dit een verbod zou rechtvaardigen. Maar we vinden het wel van belang dat de onderhandelingspositie van de horecaondernemer ten opzichte van de brouwer wordt versterkt", aldus Chris Fonteijn, bestuursvoorzitter van ACM.

Uitkomsten analyse biermarkt

Naar aanleiding van eerdere EIM-rapporten en de oproep van onder andere Koninklijke Horeca Nederland heeft ACM een analyse gemaakt van de concurrentie op de biermarkt. Zij heeft gesproken met alle partijen die in deze markt van belang zijn. Deze analyse laat zien dat er tussen brouwers een concurrentiestrijd om verkooppunten in de horeca wordt gevoerd. Daarbij kunnen brouwer en horecaondernemer afspreken zich voor langere tijd aan elkaar te binden. Ruim 20% van de ondernemers is ongebonden. Andere horecaondernemers hebben een tapinstallatie in bruikleen (ruim 50%), huren het pand (17%) of ontvangen een lening (10%). ACM constateert dat ongebonden ondernemers in de praktijk geen lagere inkoopprijzen betalen dan gebonden ondernemers. Ondernemers die een pand huren van een brouwer hebben wel een slechtere onderhandelingspositie. Het aandeel pandgebonden ondernemers (17%) is echter niet zo groot dat hierdoor onvoldoende concurrentie overblijft.

Positie horecaondernemer

Om meer tegenwicht te bieden aan de brouwers vindt ACM het belangrijk dat de onderhandelingspositie van horecaondernemers wordt verbeterd. Hiermee wordt een overstap naar een andere aanbieder eenvoudiger. ACM ziet hiervoor twee mogelijkheden:

  • Via duidelijke en eenvoudige contracten
  • Door de overname van goederen in bruikleen beter te regelen

De contracten tussen de horecaondernemer en de brouwer moeten duidelijk zijn over de voorwaarden op langere termijn, bijvoorbeeld bij tussentijdse beëindiging, de afschrijvingssystematiek en de waarde van de bruikleengoederen. Ook zouden horecaondernemers het recht moeten krijgen om bruikleengoederen tegen de restwaarde over te nemen, zodat ze daarmee vrij zijn in de keuze van de leverancier. ACM constateert hier mét de sector ruimte voor verbetering. De sector is nu aan zet om maatregelen te nemen die de onderhandelingspositie van de horecaondernemer ten opzichte van de brouwerijen versterken.

Brouwers gebruiken het "Model overname bruikleengoederen" om onderling hun financiële claims te verrekenen bij de overname van goederen die in bruikleen zijn gegeven. ACM pleit voor openbaarmaking van dit model, zodat er meer duidelijkheid komt over de waarde van de bruikleenapparatuur (zoals de tapinstallatie) en de afschrijvingsmethodiek. Het is daarbij van belang dat de manier van afschrijving en waardebepaling een realistische grondslag hebben zodat er geen onnodige toetredings- en overstapdrempels worden opgeworpen. Dit leidt tot meer concurrentie om de tap, meer keuze voor horecaondernemers en meer keuze voor de klant. De branchevereniging Nederlandse Brouwers herziet het model nu op deze punten.

 

Zie ook