Acm.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruikersgemak te verbeteren. Lees meer over cookies

Kwaliteit van stedelijke vervoerders op bijna vergelijkbaar hoog niveau

In het kort

  • Elektrische bussen maken HTM meest duurzame vervoerder.
  • Hoge punctualiteit bij uitvoering van de dienstregeling.
  • ACM publiceert prestatievergelijking OV 2025.

De gemeentelijke vervoersbedrijven in Amsterdam (GVB), Rotterdam (RET) en Den Haag (HTM) hebben een forse stap gezet in het verduurzamen van hun bedrijfsvoering.

Dit blijkt uit de Monitor Prestatievergelijking OV 2025 (externe website) waarmee de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de prestaties van GVB, de RET en HTM met elkaar vergelijkt. Deze vervoerders hoeven niet te concurreren met andere vervoerders omdat de concessies onderhands zijn gegund. Om de stadvervoerders te stimuleren de kwaliteit van hun dienstverlening te verbeteren is in de wet opgenomen dat de ACM periodiek een prestatievergelijking uitvoert.

“Het is goed om te zien dat de drie stedelijk vervoerders blijven inzetten op verduurzaming”, zegt ACM-bestuurslid Manon Leijten. “Ook de blijvend hoge punctualiteit is positief.”

Elektrische bussen maken het verschil

In de hoofdstad is de gemiddelde CO2 uitstoot per reizigerskilometer gedaald tot iets meer dan 11 gram. Ook de Rotterdamse vervoerder heeft een stevige slag met duurzaamheid gemaakt. Een RET-reiziger stoot per reizigerskilometer 11,6 gram uit.

HTM heeft de meeste duurzaamheidswinst geboekt: een OV-reiziger in Den Haag stoot per kilometer gemiddeld slechts 2,4 gram CO2 uit. De verbetering wordt onder andere gedreven door de introductie van elektrische stadsbussen. HTM is inmiddels volledig overgestapt op elektrische bussen. In Rotterdam en Amsterdam rijden bussen ook nog op diesel.

Kwaliteit

De drie vervoerders presteren als het gaat om klanttevredenheid op vergelijkbaar hoog niveau. HTM doet het iets beter dan de andere twee vervoerders. Ook slagen GVB, de RET en HTM erin om een dienstregeling uit te voeren met hoge punctualiteitscijfers. GVB heeft met 2,8% iets meer rituitval bij bussen en trams. Dit hangt echter deels samen met een strikte definitie van rituitval, die door de hoofdstedelijke vervoerder wordt toegepast.

Kostenefficiëntie

De verschillen tussen de drie bedrijven zijn groter wanneer naar de kostenefficiëntie wordt gekeken. De RET en het GVB hebben met respectievelijk 38,2% en 35,7% relatief hoge indirecte kosten. HTM heeft met 29,7% een kleiner aandeel indirecte kosten. Een groter deel van de kosten wordt dus besteed aan het daadwerkelijk laten rijden van het vervoer. Dit verschil is onder andere verklaarbaar door de aanwezigheid van een metronetwerk in Rotterdam en Amsterdam. Deze netwerken gaan gepaard met meer indirecte kosten ten opzichte van directe kosten.

De Monitor Prestatievergelijking van de ACM geeft ook inzicht in de kosten van het openbaar vervoer in de drie steden. In Rotterdam kost het vervoer met € 0,31 per reiziger per kilometer het minst, gevolgd door Amsterdam met € 0,37 per reizigerskilometer. In Den Haag kost het gemiddeld € 0,48 per reiziger per kilometer. Ook hier speelt de beschikbaarheid van de metro in Rotterdam en Amsterdam een rol, want de kosten hiervan zijn per reizigerskilometer het laagst.

Waarom doet de ACM deze vergelijking?

De drie grote stadsvervoerders rijden met een onderhands gegunde concessie (de vergunning van de gemeentes voor het uitvoeren van het openbaar vervoer). Zij hoeven niet te concurreren met anderen om deze concessies te mogen rijden. In de Wet personenvervoer 2000 is opgenomen dat de ACM een prestatievergelijking uitvoert, om de stadsvervoerders te stimuleren om de kwaliteit van hun dienstverlening te verbeteren binnen de kaders die door de opdrachtgevers worden verstrekt.

Zie ook

Terug naar boven