Geschil ValleiEnergie – Liander over aanbetaling en congestie
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) concludeert dat de klacht van Energiecoöperatie ValleiEnergie U.A. (ValleiEnergie) tegen Liander N.V. (Liander) deels gegrond is. In de klacht stelt ValleiEnergie dat Liander haar ten onrechte transport van elektriciteit weigert. Liander weigert dit vanwege congestie op het net van TenneT TSO B.V. De ACM oordeelt dat Liander beter onderzoek had moeten doen naar de toepassing van congestiemanagement. De andere klachten van ValleiEnergie (zoals het moeten betalen van een aanbetaling voor de aansluiting) zijn ongegrond.
ValleiEnergie is een energiecoöperatie die van plan is om een zonnepark te realiseren in Ede, in de provincie Gelderland. Op 22 februari 2024 heeft ValleiEnergie voor onder andere het invoeden van stroom een aanvraag gedaan voor een aansluiting en voor 2 MW transportcapaciteit.
Liander heeft het verzoek van ValleiEnergie om transportcapaciteit geweigerd in verband met invoedingscongestie op het hoogspanningsnet van TenneT in Gelderland. Liander heeft daarnaast aangegeven dat ValleiEnergie een aanbetaling moet doen zodra de offerte voor de aansluiting wordt geaccepteerd en als gevolg daarvan er een overeenkomst wordt gesloten. Zonder overeenkomst voor een aansluiting verwijdert Liander partijen van de wachtrij voor transportcapaciteit. ValleiEnergie heeft vervolgens aangegeven dat zij geen aanbetaling voor een aansluiting wil doen. Liander heeft als gevolg hiervan ValleiEnergie van de wachtlijst voor transportcapaciteit verwijderd.
ValleiEnergie is van mening dat de weigering van Liander in strijd is met de Elektriciteitswet 1998 en de Netcode elektriciteit. Volgens ValleiEnergie mag Liander geen aanbetaling voor een aansluiting eisen om tot de wachtrij voor transportcapaciteit te worden toegelaten. Ook stelt ValleiEnergie dat Liander haar weigering onvoldoende heeft gemotiveerd.
De ACM concludeert dat Liander niet in strijd met de Elektriciteitswet 1998 en de Netcode elektriciteit heeft gehandeld door van ValleiEnergie een geaccepteerde offerte voor een aansluiting te eisen om op de wachtrij voor transportcapaciteit te worden geplaatst. Zonder aansluiting is het niet mogelijk om transport uit te laten voeren. De ACM concludeert vervolgens dat Liander verplicht een tarief in rekening dient te brengen voor deze aansluiting, maar dat niet is vastgelegd wanneer Liander dit moet doen. Liander mag het tarief dan ook in rekening brengen voordat de aansluiting wordt gerealiseerd. Hierbij dient Liander wel redelijke voorwaarden te hanteren. De ACM acht de door Liander gevraagde aanbetaling niet onredelijk.
De ACM concludeert verder dat Liander niet zomaar nieuwe transportcapaciteit kan vergeven in verband met congestie op het hoogspanningsnet binnen de regio Flevopolder, Gelderland en Utrecht (FGU-gebied). Liander had echter, voordat zij het verzoek van ValleiEnergie afwees, nader onderzoek moeten doen naar de mogelijkheid om onder toepassing van congestiemanagement ValleiEnergie transportcapaciteit aan te bieden. Hieruit volgt dat Liander de weigering van het verzoek van ValleiEnergie onvoldoende heeft onderbouwd.
Voor de volledigheid merkt de ACM op dat sinds 1 januari 2026 de Energiewet in werking is getreden, waardoor artikel 5.4 van de Energiewet als grondslag geldt voor geschilbeslechting. Omdat de klacht vorig jaar is ingediend en de ACM een klacht beoordeelt op basis van de situatie ten tijde van indiening, zijn de bepalingen van de Elektriciteitswet 1998 nog wel van toepassing op dit geschil.