Kruimelpad

Nieuwsbericht

Gemeenten mogen onderling geen afspraken maken over grondprijzen bedrijventerreinen

25-01-2019

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) waarschuwt gemeenten dat ze onderling geen afspraken mogen maken over de prijzen en beschikbaarheid van bedrijventerreinen. De ACM heeft enkele gemeenten aangesproken op dit soort afspraken.

Wat was er aan de hand?

De ACM heeft signalen gekregen dat bepaalde gemeenten in het verleden onderling afspraken hebben gemaakt over de verkoop van grond op bedrijventerreinen.

  • De gemeenten spraken over een gezamenlijke berekeningsmethodiek voor de tarieven voor grond op bedrijventerreinen;
  • De gemeenten spraken over het uitwisselen van informatie over ondernemingen die geïnteresseerd zijn in de aankoop van grond op een bedrijventerrein in een van de gemeenten, waardoor zij hun gedrag konden afstemmen;
  • De gemeenten spraken af geen onderhandelingen te voeren met geïnteresseerde ondernemingen en ook geen korting te geven.

Waarom zijn dit soort afspraken schadelijk?

Gemeenten ontwikkelen bedrijventerreinen en daarvoor kopen en verkopen ze grond. Ondernemers zoals makelaars en projectontwikkelaars kopen en verkopen ook grond. Gemeenten zijn dus met grond aan- en verkoop een speler op de markt. Daarom moeten ook gemeenten zich houden aan de mededingingswet. Dat betekent dat gemeenten geen onderlinge afspraken mogen maken over prijzen of verdeling van klanten. De afspraken zijn schadelijk voor de concurrentie en de economie. Ze drijven grondprijzen op en belemmeren de vrije keuze van ondernemers om zich ergens te vestigen.

Waarschuwing aan gemeenten

De ACM heeft na onderzoek vastgesteld dat deze afspraken tussen bepaalde gemeenten lang geleden zijn gemaakt. Deze gemeenten blijken zich nu aan de mededingingswet te houden en geen prijs- en marktverdelingsafspraken met andere gemeenten meer te hebben. Daarom heeft de ACM het onderzoek niet voortgezet.

Samenwerkingen kunnen binnen de mededingingswet passen, maar er zijn grenzen. De ACM waarschuwt gemeenten dat dit soort prijs- en marktverdelingsafspraken in strijd zijn met de mededingingswet.