ACM vraagt aandacht voor stijgende gastransporttarieven richting 2050
In het kort
- Huishoudens en bedrijven die afhankelijk blijven van aardgas zullen de komende 25 jaar steeds hogere tarieven moeten betalen voor het transport van aardgas.
- Huishoudens en bedrijven kunnen de hogere gastransporttarieven voor aardgas vermijden door over te stappen op andere duurzame energiebronnen, maar dit is nu nog niet voor iedereen mogelijk.
- De snelheid waarmee de kosten stijgen zijn afhankelijk van de snelheid van de energietransitie, en daarmee wanneer netgebruikers van het gas af gaan.
Huishoudens en bedrijven die afhankelijk blijven van aardgas zullen de komende 25 jaar steeds hogere tarieven moeten betalen voor het transport van aardgas. Uit ramingen van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op basis van de huidige beleidsdoelen blijkt dat tarieven voor huishoudens rond 2050 ca. vier keer hoger kunnen zijn dan nu. Voor grote bedrijven die direct zijn aangesloten op het landelijke gastransportnet zullen de tarieven waarschijnlijk nog verder stijgen. Steeds meer huishoudens en bedrijven stappen van aardgas over op duurzame energie. Daarom moeten de kosten voor het gasnet over een steeds kleinere groep huishoudens en bedrijven worden verdeeld. Netbeheerders maken bovendien kosten voor het verwijderen van niet-gebruikte gasaansluitingen en gasnetten. De snelheid waarmee de kosten stijgen is afhankelijk van de snelheid van de energietransitie, en heel specifiek wanneer netgebruikers van het gas af gaan.
Een huishouden met een jaarverbruik van 1.000 m3 betaalde in 2025 € 200 aan transporttarieven voor aardgas op een totale gasrekening van gemiddeld € 1680. De ACM raamt dat dit richting 2050 stijgt naar ca. € 790. Het aandeel van de gasnetkosten in de totale rekening van een gemiddeld huishouden stijgt van zo’n 12% richting 35% onder de aanname van gelijkblijvende gasprijs en energiebelasting.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “De stijgende gastransporttarieven kunnen flinke gevolgen hebben voor huishoudens en bedrijven die moeten ‘achterblijven’ op het gasnet. Daarom vraagt de ACM hier nu aandacht voor.”
Van het gas af gaan niet voor iedereen mogelijk
Huishoudens en bedrijven kunnen de hogere gastransporttarieven voor aardgas vermijden door over te stappen op andere duurzame energiebronnen, maar dit is nu nog niet voor iedereen mogelijk. Bijvoorbeeld omdat bedrijfsprocessen nog niet te verduurzamen zijn of omdat bewoners van huurwoningen voor verduurzaming en isolatie afhankelijk zijn van hun verhuurder. Ook is het overstappen op duurzaam opgewekte elektriciteit soms niet mogelijk vanwege het overvolle stroomnet.
Rol van de ACM
De ACM stelt de maximumtarieven voor netbeheerders vast, en is daarbij gehouden aan het uitgangspunt dat alle (efficiënte) kosten van de netbeheerders verrekend worden via de gastransporttarieven. De ACM heeft wel (beperkte) mogelijkheden om de kosten van netbeheerders anders te verdelen over de tijd, maar kan de kosten voor achterblijvers niet beperken door huishoudens en bedrijven die geen gebruik meer maken van het gasnet te dwingen mee te betalen. Om de kosten voor ‘achterblijvers’ te beperken zou de ACM wel een verwijderingsbijdrage kunnen invoeren voor huishoudens en bedrijven die van het gas af gaan. Dit is echter met het oog op de energietransitie en meer energie-onafhankelijkheid niet gewenst.
De verantwoordelijke ministers en de Tweede Kamer hebben meer mogelijkheden. Bijvoorbeeld door te besluiten de verwijderingskosten voor niet gebruikte aansluitingen en gasleidingen te betalen uit de algemene middelen. Dit gebeurt nu bijvoorbeeld ook bij de bouw van het waterstofnetwerk waarbij het Rijk een bijdrage levert om te zorgen dat het waterstofnetwerk van de grond komt en nettarieven betaalbaar blijven. Een andere optie is de verplichte verwijdering van gasnetten en – aansluitingen te heroverwegen.