ACM: invoedingstarief krijgt een met Duitsland vergelijkbare overgangstermijn van 20 jaar na ingebruikname
In het kort
- De ACM zal een overgangstermijn van 20 jaar toepassen bij de introductie van een invoedingstarief voor grote producenten van elektriciteit.
- Met een invoedingstarief betalen grote producenten van elektriciteit mee aan het elektriciteitsnet. Nu worden kosten voor het net alleen door afnemers betaald.
- De ACM sluit hiermee aan op de situatie in Duitsland waar de energietoezichthouder ook heeft aangekondigd dat er een overgangstermijn komt voor bestaande situaties.
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft in april aangegeven bij de introductie van het invoedingstarief zoveel mogelijk aan te sluiten bij Duitsland. Eind mei heeft de Duitse energietoezichthouder Bundesnetzagentur (BNetzA) aangekondigd een overgangstermijn toe te zullen passen op bestaande situaties. De ACM vindt het wenselijk om ook in Nederland een met Duitsland vergelijkbare overgangstermijn toe te passen en kondigt daarom aan om bij het invoeren van het invoedingstarief eveneens een overgangsperiode van 20 jaar te hanteren voor dan bestaande situaties.
De termijn van 20 jaar begint te lopen op het moment dat de investering in gebruik genomen is of wordt. Projecten waarvoor een definitieve investeringsbeslissing is genomen vóór de ingangsdatum van het invoedingstarief - op dit moment voorzien op 1 januari 2032 - komen in aanmerking voor het overgangsrecht. Een project waarvoor de definitieve investeringsbeslissing in 2026 is genomen en dat in gebruik genomen wordt in 2031 hoeft dus tot 2051 geen invoedingstarief te betalen.
De ACM zal een en ander nader uitwerken in een ontwerp-codebesluit. Omdat Duitsland de belangrijkste handelspartner is voor de Nederlandse elektriciteitsmarkt, wil de ACM bij de invoering van een invoedingstarief een zo gelijk mogelijk speelveld met Duitsland waarborgen.