ACM keurt overname Viaplay Nederland door Videoland goed
In het kort
- ACM keurt overname Viaplay Nederland door Videoland goed.
- Viaplay Nederland is een relatief kleine speler en toevoeging sportaanbod aan Videoland is van tijdelijke aard.
- Na afloop looptijd sportlicenties kunnen alle belangstellenden opnieuw een bod doen op deze rechten.
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) geeft toestemming voor de overname van Viaplay Nederland door Videoland, onderdeel van DPG Media. Op basis van het onderzoek verwacht de ACM geen nadelige gevolgen van de overname voor de kijker, de inkoop van sportrechten en de verkoop van advertentieruimte.
Toevoeging van sportaanbod Viaplay Nederland aan Videoland is van tijdelijke aard
Videoland neemt de sportlicenties en abonnees van Viaplay Nederland over. Het gaat om uitzendrechten voor sportwedstrijden in Nederland, waaronder Formule 1, Premier-League voetbal, PDC-Darts, hockey en andere live sportwedstrijden. Deze licenties hebben een tijdelijke looptijd en zullen, na afloop daarvan, door de eigenaren van deze sportrechten opnieuw op de markt worden gebracht. Zo loopt de huidige licentie van Viaplay Nederland om Formule 1 uit te zenden af in 2029. Daarna kunnen alle belangstellenden opnieuw een bod doen op deze rechten.
DPG Media is een grote speler in de Nederlandse mediasector met haar dagbladen, tijdschriften, online nieuwsaanbod, verschillende commerciële radio- en televisiezenders, waaronder RTL en de videostreamingsdienst Videoland. Daarom heeft de ACM onderzoek gedaan naar meerdere aspecten: de inkoop van sportrechten, de doorgifte van televisie- en videostreamingscontent, de gevolgen voor kijkers en de effecten op advertentiemarkten. Ook heeft de ACM gesproken met het Commissariaat voor de Media. Zij geeft aan dat Viaplay Nederland zich niet opstelt als een nieuwsplatform en acht daarom de kans op impact op opinievorming niet groot.
Marktaandeel DPG Media neemt slechts beperkt toe
Aangezien Viaplay Nederland een relatief kleine speler is, met een specifiek sportaanbod, neemt het marktaandeel van DPG Media op al de onderzochte markten slechts beperkt toe. Daarbij geldt dat het sportaanbod van Viaplay Nederland vooral aanvullend is ten opzichte van het huidige streamingsaanbod van Videoland dat vooral films, series en programma’s aanbiedt. De ACM voorziet geen nadelige gevolgen voor consumenten die geïnteresseerd zijn in het kijken naar de sportwedstrijden via Viaplay Nederland, waaronder de manier waarop het sportaanbod wordt aangeboden. Ook verwacht de ACM geen nadelige effecten voor houders van sportrechten en telecombedrijven die televisie- en videostreamingscontent doorgeven.
Na overname blijft er voldoende concurrentie op advertentiemarkt
Eerder onderzoek van de ACM in de zaken DPG-RTL en RTL-Talpa toonde dat DPG Media (en eerder RTL) via haar dochteronderneming Ad Alliance een sterke positie heeft bij de verkoop van advertentieruimte voor televisie. Ad Alliance verkoopt advertentieruime voor DPG Media, maar ook voor andere aanbieders.
De ACM verwacht niet dat de overname van Viaplay door DPG zal leiden tot een beperking van de concurrentie op de advertentiemarkt. Het kijkersaandeel en het advertentieaanbod van Viaplay op televisie en (online) videostreaming is beperkt. Uit het onderzoek volgt dat de verschuiving van deze advertentieruimte naar Ad Alliance geen grote gevolgen heeft voor de onderhandelingspositie van adverteerders en verkopers van advertentieruimte. Voor reclames rond sport blijven er voor adverteerders voldoende alternatieven over.
De ACM concludeert hiermee dat de overname niet zal leiden tot een significante beperking van de concurrentie op de Nederlandse markt of een deel daarvan. Daarom stelt de ACM vast dat de betrokken partijen geen vergunning nodig hebben voor het tot stand brengen van de overname.
Wat doet de ACM bij fusies en overnames?
Het is bij elke fusie of overname de vraag of direct na de transactie en in de toekomst nog voldoende concurrentie overblijft. Concurrentie zorgt ervoor dat een product voor een goede prijs en kwaliteit op de markt is en dat innovatie wordt gestimuleerd. Daarom beoordeelt de ACM vooraf of de bedrijven mogen fuseren. De ACM gaat na of de markten goed blijven werken voor mensen en bedrijven, nu en in de toekomst.