Geschilbesluit WoonFriesland – Liander, na uitspraak CBb
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft een besluit genomen in een geschil tussen Stichting WoonFriesland en Liander N.V. Het geschil gaat over de vraag of Liander te lang heeft gedaan over het realiseren van 12 kleinverbruikersaansluitingen van 3x25A voor WoonFriesland. De ACM oordeelt dat de klacht van WoonFriesland ongegrond is.
Wat is de situatie?
WoonFriesland accepteerde in december 2022 een offerte voor twaalf kleinverbruikersaansluitingen elektriciteit. Liander realiseerde de aansluitingen in maart 2024. WoonFriesland vindt dat Liander hier te lang over heeft gedaan.
Uitspraak CBb na eerder besluit ACM
De ACM oordeelde in het geschilbesluit van 6 mei 2024 dat Liander de aansluitingen niet binnen een redelijke termijn heeft aangelegd. Wat precies een ‘redelijke termijn’ is, ligt niet vast in de wet. Daarom keek de ACM voor dit besluit naar gemiddelde aansluittermijnen in de praktijk. Op basis daarvan ging de ACM uit van een termijn van ongeveer 18 tot 22 weken. In bijzondere situaties kan een langere termijn gerechtvaardigd zijn, maar volgens de ACM heeft Liander hier geen goede reden voor gegeven. Liander en WoonFriesland zijn tegen dat besluit in beroep gegaan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
Het CBb heeft het beroep van WoonFriesland niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Het CBb heeft het beroep van Liander gegrond verklaard en het besluit van de ACM vernietigd. Het CBb heeft de ACM opgedragen om binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen.
Nieuw besluit
De ACM heeft op 16 juli 2026 een nieuw besluit genomen waarin zij de klacht van WoonFriesland ongegrond heeft verklaard. De ACM is van oordeel dat de termijn voor het aansluiten van de 12 woningen op het elektriciteitsnet niet onredelijk is.
Omdat een concrete aansluittermijn ontbreekt, beoordeelt de ACM de redelijkheid van de termijn op basis van de omstandigheden van het geval. De ACM vindt de beschikbaarheid van transportcapaciteit een belangrijke omstandigheid. De ACM is daarbij van oordeel dat het niet wenselijk is om een kleinverbruikersaansluiting te realiseren zolang er voor de verzochte aansluiting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is. Met een aansluiting waarover geen transport mogelijk is, is een kleinverbruiker namelijk niet geholpen. Dit terwijl het realiseren van deze aansluiting wel inzet en middelen van de netbeheerder vraagt. De ACM concludeert daarom dat de aansluittermijn wordt opgeschort voor zolang er onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is.
In het geval van WoonFriesland en Liander geldt dat ruim voor aanvang van de aansluittermijn vaststond dat sprake was van transportschaarste. De aansluittermijn werd daarom opgeschort tot het moment dat weer voldoende transportcapaciteit beschikbaar was. Dit was het geval nadat Liander een transformatorstation had geplaatst. Liander heeft vervolgens de gevraagde aansluitingen een week na plaatsing van het transformatorstation gerealiseerd. De ACM vindt een termijn van één week in dit geval niet onredelijk.
De ACM komt daarom tot de conclusie dat Liander niet in strijd heeft gehandeld met artikel 23 van de E-wet.
Codebesluit aansluittermijnen voor kleinverbruikersaansluitingen
De ACM werkt op dit moment aan een codewijziging waarmee concrete aansluittermijnen voor kleinverbruikers worden vastgesteld. De ACM is hierover in overleg met netbeheerders en marktpartijen.