Uitspraak rechtbank: Besluit ACM over tarieven afleversets Ennatuurlijk onvoldoende gemotiveerd
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 juli 2026 uitspraak gedaan op het beroep van Reeshofwarmte tegen het besluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over de redelijkheid van de tarieven die warmteleverancier Ennatuurlijk heeft gerekend voor de huur van afleversets. De rechtbank concludeert dat de ACM niet overtuigend heeft gemotiveerd waarom montagewerkzaamheden bij verschillende typen afleversets dezelfde zouden zijn. De ACM heeft ook geen rechtvaardiging gegeven voor het verschil in berekeningsmethode van schouw- en installatiekosten. Daarom had de ACM op basis van de overgelegde informatie moeten concluderen dat de gehanteerde kosten niet redelijk zijn en moet de ACM een nieuw besluit nemen.
De ACM heeft naar aanleiding van een handhavingsverzoek van Reeshofwarmte uitgebreid onderzoek gedaan naar de tarieven die Ennatuurlijk in de periode 2014-2019 rekende voor het ter beschikking stellen van afleversets aan bewoners van De Reeshof in Tilburg. De ACM concludeerde dat de door Ennatuurlijk toegepaste methode voor het bepalen van deze tarieven niet onredelijk was en wees daarom het handhavingsverzoek af.
Op 12 december 2025 heeft de rechtbank Rotterdam na een eerdere tussenuitspraak in een tweede tussenuitspraak geoordeeld dat de ACM haar besluit niet voldoende heeft gemotiveerd.
De ACM heeft van de gelegenheid voor een aanvullende motivering gebruik gemaakt en heeft op 13 februari 2026 een gewijzigd besluit genomen. In het wijzigingsbesluit geeft de ACM een nadere motivering voor haar standpunt dat montagekosten voor afleversets redelijk waren. Daarbij heeft de ACM benadrukt dat de tarieven zijn vastgesteld in een periode die geruime tijd in het verleden ligt (2014-2019), waarin een open norm gold en nadere regels over de berekeningsmethode ontbraken.
Beroep gegrond, bestreden besluit vernietigd
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is wegens strijd met het motiveringsbeginsel. Zij is van oordeel dat de ACM het geconstateerde gebrek in het wijzigingsbesluit onvoldoende heeft hersteld. De rechtbank kan de aanvullende motivering van de ACM over de redelijkheid van de in rekening gebrachte montagekosten niet volgen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de ACM op om, met inachtneming van de uitspraak, een nieuw besluit te nemen. De ACM zal daarvoor de noodzakelijke stappen zetten
Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk.