Geschilbesluit Van Merksteijn - Enexis
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft een besluit genomen in een geschil tussen Van Merksteijn Steel Holding B.V. (Van Merksteijn) en Enexis Netbeheer B.V. (Enexis) over de taak van Enexis om de spanningskwaliteit op het net en de veiligheid en betrouwbaarheid van het net te waarborgen. De ACM verklaart de klacht van Van Merksteijn ongegrond.
Van Merksteijn is een bedrijf dat onder andere bouwstaalnetten en hekwerkpanelen uit staaldraad vervaardigt. Sinds 1987 heeft Van Merksteijn een aansluiting op het middenspanningsnet van Enexis. Bij de bedrijfsprocessen van Van Merksteijn is er sprake van hoge stroomtoevoer, wat zogenoemde ‘flicker’ veroorzaakt op het net van Enexis. Flicker is een repetitieve en snelle verandering in de omvang van de belastingstroom, die resulteert in een vergelijkbare verandering van de spanning.
Sinds een aanpassing in de aansluitconfiguratie van Van Merksteijn, zijn er meer klanten van Enexis aangesloten via dezelfde transformator als Van Merksteijn. Deze klanten krijgen zo ook te maken met de flicker veroorzaakt door Van Merksteijn. Enexis heeft Van Merksteijn daarom verzocht om de door haar veroorzaakte flicker te mitigeren en in lijn te brengen met de norm voor flicker.
Naast de door Van Merksteijn veroorzaakte flicker, is er ook ‘overige’ flicker aanwezig op het net van Enexis. Daarnaast zijn er spanningsdips aanwezig op het net van Enexis. Spanningsdips zijn kortdurende verlagingen van de spanning op een aansluitpunt.
Van Merksteijn heeft naar aanleiding van de wijziging in haar aansluitconfiguratie en het verzoek van Enexis om de door haar veroorzaakte flicker in lijn te brengen met de norm, een flickermitigatie-installatie in gebruik genomen. Van Merksteijn is van mening dat niet zij maar Enexis, op grond van haar taken uit de Elektriciteitswet 1998 (E-wet) en de Netcode elektriciteit (Netcode), de verplichting heeft om de aanwezige flicker en de voorkomende spanningsdips op haar net te mitigeren en daarvoor de noodzakelijke investeringen te doen. Van Merksteijn stelt dat Enexis dit heeft nagelaten, en daardoor in strijd handelt met haar verplichtingen uit de E-wet en de Netcode.
De ACM oordeelt dat Enexis in dit geval niet in strijd heeft gehandeld met haar verplichtingen uit de E-wet en de Netcode. Enexis mag op grond van de E-wet de aansluitconfiguratie wijzigen en Van Merksteijn heeft niet aannemelijk gemaakt dat Enexis niet op de meest doelmatige wijze de veiligheid en de betrouwbaarheid van haar net en van het transport van elektriciteit over haar net heeft gewaarborgd, zoals vereist in de E-wet en Netcode. Bovendien heeft Van Merksteijn zelf de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat haar installaties geen ontoelaatbare hinder veroorzaken en de door haar veroorzaakte flicker niet de norm voor flicker overschrijdt. De ACM volgt daarom het standpunt van Van Merksteijn dat Enexis haar ten onrechte heeft verzocht maatregelen te nemen om de door haar veroorzaakte flicker in overeenstemming te brengen met de daarvoor geldende normen, niet.
Ten aanzien van de spanningsdips en de ‘overige’ flicker op het net van Enexis oordeelt de ACM dat Van Merksteijn haar klacht hierover niet voldoende heeft geconcretiseerd dan wel onderbouwd. De ACM heeft ook niet kunnen vaststellen dat Enexis niet aan de norm voldoet die geldt voor spanningsdips.
De ACM verklaart de klacht van Van Merksteijn tegen Enexis ongegrond.
Voor de volledigheid merkt de ACM op dat sinds 1 januari 2026 de Energiewet in werking is getreden, waardoor artikel 5.4 van de Energiewet sindsdien als grondslag geldt voor geschilbeslechting. Omdat de klacht vorig jaar is ingediend en de ACM een klacht beoordeelt op basis van de situatie ten tijde van indiening, zijn de bepalingen van de Elektriciteitswet 1998 nog wel van toepassing op dit geschil.