Besluit: ACM wijst handhavingsverzoek tegen Vattenfall warmte af
Een huiseigenaar, aangesloten op een warmtenet, verzocht de ACM om te handhaven op de aansluitbijdragen die voorganger van Vattenfall Warmte B.V. in 2019 in rekening heeft gebracht. De destijds geldende wet- en regelgeving maakte onderscheid gemaakt tussen onvoorziene en voorziene aansluiting op een warmtenet. Alleen de aansluitbijdrage voor een onvoorziene aansluiting op een bestaand warmtenet werd gemaximeerd door de wetgever.
Bij een ‘voorziene aansluiting’ gaat het om nieuw te bouwen woningen die worden aangesloten op een nieuw en voor die woningen aan te leggen warmtenet. Het gaat daarbij om geplande, en dus voorziene, aansluitingen.
Bij een ‘onvoorziene aansluiting op een bestaand warmtenet’ gaat het om de situatie waarin een verbruiker een nieuwe woning bouwt of laat bouwen in een gebied waar reeds een warmtenet ligt en op dit bestaande net moet worden aangesloten.
De ACM oordeelt dat de aansluiting van de nieuwbouwwoning van de verzoeker een voorziene aansluiting is. Daarvoor gold destijds geen door de ACM gereguleerd tarief. De ACM heeft dus geen bevoegdheid om te handhaven ten aanzien van de aansluitbijdrage die verzoeker heeft betaald. Daarom wijst de ACM het handhavingsverzoek af.
Sinds 1 januari 2020 is het onderscheid tussen onvoorziene en voorziene aansluiting bij de aansluitbijdrage vervallen. De eenmalige aansluitbijdrage wordt voor alle aansluitingen op een warmtenet gemaximeerd.