De ACM wijst handhavingsverzoek L-Mobi af
L-Mobi heeft een handhavingsverzoek ingediend bij de ACM dat is gericht tegen KPN. Volgens de indiener zou KPN misbruik maken van een economische machtspositie op de wholesalemarkt voor telecommunicatiediensten door het toepassen van marge-uitholling en prijsdiscriminatie op de retailmarkt voor telecommunicatiediensten (aan consumenten), en hieraan gerelateerde gedragingen. Op basis van een initieel inventarisend onderzoek, concludeert de ACM in dit besluit geen nader onderzoek te zullen verrichten en het verzoek tot handhaving van de Mededingingswet daarmee af te wijzen.
Ten eerste constateert de ACM op basis van het initieel inventariserend onderzoek dat het bestaan van marge-uitholling bij L-Mobi niet waarschijnlijk is. Ook blijkt niet zonder meer dat sprake is van prijsdiscriminatie. De ACM acht het niet doeltreffend en doelmatig om het onderzoek met betrekking tot marge-uitholling en hieraan gerelateerde gedragingen voort te zetten. Daar komt bij dat niet wordt voldaan aan een van de criteria uit het prioriteringsbeleid dat ziet op schadelijkheid van het gedrag, omdat de mogelijke impact in termen van schadelijkheid voor de goede werking van de markten slechts gering is. Daarom concludeert de ACM, mede gelet op voorgaande punten, dat het belang van verdergaand onderzoek, en het ermee gepaard gaande capaciteitsbeslag, in deze zaak naar het bestaan van prijsdiscriminatie en hieraan gerelateerde gedragingen minder zwaar weegt dan het belang van (het continueren van) onderzoek in andere zaken.