Speech Martijn Snoep, Afscheidscongres ‘Samenwerken in het betalingsverkeer’ 15 mei 2025
Speech bestuursvoorzitter ACM Martijn Snoep tijdens het Afscheidscongres ‘Samenwerken in het betalingsverkeer’ op 15 mei 2025 ter gelegenheid van het afscheid van directeur Betaalvereniging Nederland Gijs Boudewijn
Gesproken woord geldt
Met veel genoegen heb ik de uitnodiging aangenomen om iets te zeggen ter gelegenheid van het afscheid van Gijs Boudewijn, de belichaming van de samenwerking op het gebied van betalingsverkeer.
Voor de voorzitter van de mededingingsautoriteit is dit uiteraard niet geheel neutraal terrein. Wat hadden wij graag meegeluisterd tijdens al uw overleggen en gesprekken. En juist bij die buiten formele vergaderingen.
Want samenwerking tussen concurrenten en de mededingingsregels staan nu eenmaal op gespannen voet.
Al sinds de tijd van de grondlegger van het klassiek liberalisme Adam Smith wordt wantrouwend gekeken naar samenwerking tussen concurrenten, omdat die soms - maar niet altijd - vooral ten dienste staat van de eigen winst of een rustig leventje, zonder al te veel druk van concurrentie.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Betaalvereniging met haar leden en de ACM, inclusief haar voorganger de NMa, op verschillende momenten in elkaars vaarwater zijn gekomen.
Ik begrijp dat de herinneringen aan de onaangekondigde bedrijfsbezoeken - in de volksmond ‘invallen’ genoemd - nog levendige herinneringen hebben nagelaten in de betroken organisaties.
Aan de ene kant is dat spijtig. Het is niet onze bedoeling om trauma’s te veroorzaken en mensen het gevoel te geven dat ze worden behandeld als de eerste de beste drugsdealer.
Aan de andere kant is naleving van de mededingingsregels een serieuze aangelegenheid die de gehele samenleving aangaat. Een zekere angst voor de toezichthouder is dan ook niet verkeerd als dit leidt tot iets waar iedereen baat bij heeft: een betere naleving en daarmee een goed werkende markt.
Waarom zijn de mededingingsregels belangrijk? Burgers worden beschermd tegen de macht van de overheid door een werkende democratie. Wat verkiezingen betekenen voor overheidsmacht, betekent concurrentie voor bedrijfsmacht.
Concurrentie biedt consumenten en bedrijven in business-to-business-relaties de mogelijkheid om een andere leverancier te kiezen als ze niet tevreden zijn. Net als bij verkiezingen.
De druk die uitgaat van verkiezingen en dus ook van concurrentie zorgt ervoor dat de overheid en bedrijven hun best blijven doen om degenen die kunnen kiezen tevreden te houden.
Het wegvallen van verkiezingen en van concurrentie zorgt voor autocratieën en monopolies. Die kunnen aanvankelijk met de beste bedoelingen beginnen - denk aan de verlichte despoot - maar leiden uiteindelijk allemaal tot ellende.
Vandaar dat het ook helemaal niet zo gek is dat in sommige landen overtredingen van de mededingingsregels kunnen worden bestraft met een gevangenisstraf. Bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. En dat is – zo heb ik me laten vertellen - geen pretje.
In Nederland hebben we dat niet. Hier kunnen hooguit boetes worden opgelegd aan de betrokken ondernemingen of brancheverenigingen, maar ook aan hun bestuurders en feitelijk leidinggevenden. Dat laatste is nog niet voorgekomen in de betaalsector in Nederland.
Dames en heren, toen ik de uitnodiging om deze dag op te luisteren met een speech kreeg, heb ik gezegd dat ik geen zin heb om een gezellige middag te verstoren met een donderpreek of alleen een stichtelijk woord te houden over wat er allemaal niet mag. Ik wil namelijk ook graag iets zeggen wat er allemaal wél mag en dat is best veel.
Ten eerste: afspraken over standaarden en manieren van samenwerken kunnen ook concurrentiebevorderend zijn. Niet alleen in het betalingsverkeer. Een aansprekend voorbeeld vind ik de standaardmaten voor zeecontainers, te weten 20 en 40 voet. Door deze standaardisatie konden verschillende efficiënte markten ontstaan: zee- en wegtransport, op- en overslag, containerbouw en reparatie en ga zo maar door. Belangrijk element is dat het een open standaard is die door iedereen te gebruiken is.
Ten tweede: niet elke beperking van de mededinging tussen twee of meer ondernemingen heeft effect op de mededinging in de markt. En om dat laatste gaat het. Ik geef een extreem voorbeeld.
Het contract van de organisatie met het blaasorkest dat zojuist speelde, zorgt ervoor dat er geen contract wordt gesloten met een ander orkest. Strikt genomen beperkt dat contract dus de mededinging tussen deze twee orkesten.
Maar de concurrentie op de markt als geheel wordt hierdoor niet verstoord. Het geeft het blaasorkest niet de gelegenheid om ongestraft de prijs te verhogen of een valse noot te spelen. En daar gaat het ons om.
De ACM kijkt dan ook altijd naar de effecten van een afspraak op de markt als geheel, behalve als de afspraak evident het doel heeft om de concurrentie te beperken. In dat geval doet het er niet meer toe of het gevolg ook optreedt. Vergelijk het met door rood licht rijden. Altijd verboden, ook als er geen verkeer is.
Maar ten derde: zelfs als samenwerking tot gevolg heeft dat de concurrentie op de markt wordt beperkt dan nog is het mogelijk dat de samenwerking is toegestaan. Dit is namelijk het geval als de voordelen van de samenwerking voor de samenleving, opwegen tegen de nadelen van de beperking van de concurrentie. En als die beperking niet verder gaat dan noodzakelijk voor het bereiken van de voordelen.
Van deze laatste uitzondering werd in de afgelopen jaren weinig gebruik gemaakt. Maar de ACM heeft deze uitzondering weer nieuw leven in geblazen toen het werd benaderd door bedrijven die afspraken wilden maken op het gebied van duurzaamheid. Wij hebben toen een kader ontwikkeld waarin wordt ingegaan op wat voordelen zijn, hoe die af te wegen tegen de nadelen en hoe we omgaan met de proportionaliteit.
Ik sluit niet uit dat in de toekomst deze uitzondering zich verder zal gaan ontwikkelen en misschien ook gaat worden gebruikt om nieuwe toetreders te faciliteren. In verschillende markten is sprake van enkele dominante wereldwijd opererende spelers. Bijvoorbeeld op het gebied van cloud-diensten, andere IT-diensten en betalingsdiensten.
Veel klanten van deze grote spelers zijn niet tevreden met de prijs en willen wel uitwijken naar andere leveranciers, maar die missen schaalgrootte en functionaliteit. Die andere leveranciers willen best opschalen en investeren in betere functionaliteit, maar missen de klanten om zich dat te kunnen veroorloven. Een klassiek kip-ei-probleem.
Een oplossing kan zijn: vraagbundeling. Als nu eens verschillende klanten hun volume en specificaties zouden bundelen, dan kunnen een of meer - Europese - aanbieders op basis daarvan investeren. Misschien beperkt dit de concurrentie tussen de verschillende klanten, maar het kan leiden tot meer concurrentie op de markt waarop de aanbieders actief zijn.
Dit speelt als gezegd in het bijzonder op het gebied van IT-dienstverlening waar in sommige markten enkele spelers de wereldwijde markt domineren. Als hun klanten - bijvoorbeeld banken - zouden kunnen samenwerken om nieuwe IT-dienstverleners in het zadel te helpen, dan snijdt het mes aan verschillende kanten. Al helemaal als dat ook bijdraagt aan meer strategische autonomie van Nederland en Europa.
Ik rond af. Ik begon en eindig met Gijs Boudewijn als belichaming van de samenwerking op het gebied van het betalingsverkeer.
En ja, samenwerking kan op gespannen voet staan met de mededingingsregels. Maar samenwerking kan ook gewoon binnen de regels van de mededinging en – belangrijk - veel goeds teweeg brengen voor de samenleving. De samenwerking binnen het betalingsverkeer heeft dat laten zien.
Beste Gijs, ik dank je dan ook - zelfs namens de mededingingsautoriteit- van harte voor het faciliteren van de samenwerking in de sector en al het goeds waarvoor je hebt gezorgd en ongetwijfeld nog gaat zorgen in je nieuwe functie.
Het ga je goed.