Rechter: verzoeker geen belanghebbende bij handhavingsverzoek
De rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat de ACM terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat verzoeker geen belanghebbende is.
Verzoeker heeft bij de ACM een handhavingsverzoek ingediend tegen Vakgarage Franchise B.V. en 58 franchisenemers. Volgens verzoeker is bij deze partijen niet vast te stellen of zij lid zijn van de BOVAG, terwijl zij dat wel op hun website vermelden. Volgens verzoeker is er sprake van misleidende handelspraktijken. De ACM heeft in bezwaar vastgesteld dat verzoeker niet-ontvankelijk is, omdat zowel een actueel als persoonlijk belang ontbreekt. Verzoeker is daarmee geen belanghebbende volgens de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker zich onvoldoende onderscheidt van andere consumenten om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. De rechtbank bevestigt daarmee de beslissing op bezwaar van de ACM. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak staat nog hoger beroep open.