Uitspraak CBb boete kartelafspraken eerstejaars plantuien
Op 6 oktober 2016 heeft het College voor Beroep bedrijfsleven (CBb) uitspraak gedaan in de zaak ‘eerstejaars plantuien’. De rechter heeft de overtredingen van het kartelverbod bevestigd. De rechter heeft de boete verlaagd omdat de concrete gevolgen beperkt waren.
Waar gaat de zaak over?
Zeven ondernemingen die eerstejaars plantuien telen, verwerken en verhandelen hebben in 2009 het kartelverbod overtreden. Ze wisselden concurrentiegevoelige informatie uit en maakten afspraken over het vernietigen van delen van al ingezaaide akkers met plantuien. ACM heeft in 2012 aan de betrokken ondernemingen boetes opgelegd van in totaal ruim vier miljoen euro.
Wat vindt het CBb?
De partijen betwistten het doel van de afspraak, de aanvang van de overtreding en de wijze waarop de boetes zijn vastgesteld. Het CBb oordeelt dat ACM terecht een overtreding heeft vastgesteld en boetes heeft opgelegd. De rechter verlaagt de boetes omdat de gevolgen van de overtreding beperkt waren.
Afspraken beperken de mededinging
Partijen erkennen dat zij in 2009 hebben afgesproken om areaal plantuien te vernietigen en ook daadwerkelijk hebben vernietigd. De afspraken hadden volgens de partijen als doel om te voorkomen dat er een onverkoopbaar overschot zou ontstaan.
Het CBb bevestigt dat de afspraken de concurrentie kunnen beperken. Dat de partijen wellicht een ander doel voor ogen hadden doet er volgens het CBb niet toe.
Overtreding start bij gezamenlijke bespreking
Het CBb oordeelt dat de overtreding is begonnen op het moment dat partijen gezamenlijk hebben gesproken over de vernietiging. Het CBb verwerpt het argument van de partijen dat de overtreding pas startte op het moment dat zij een verdeling van het te vernietigen areaal schriftelijk waren overeengekomen.
Omzet voor de hele Europese Unie telt bij bepaling boete
Het CBb vindt dat ACM terecht de hele de omzet van plantuien in de gehele Europese Unie als grondslag neemt voor de beboeting. Dat is ook in lijn met een eerdere uitspraak over Zilveruien. Partijen betoogden dat alleen de Nederlandse omzet als grondslag moest worden genomen.
Ernst van de overtreding lager
Het CBb vindt de boetefactor van 2 (met 3 als maximum) te hoog. ACM heeft onvoldoende rekening gehouden met de beperkte gevolgen op de markt. Het College verlaagt de ernstfactor naar 1,5. Voor twee ondernemingen betekent dit dat hun de boete wordt verlaagd. De twee andere ondernemingen profiteren niet van de verlaagde ernstfactor, omdat hun boete al op het boetemaximum was afgekapt. De vier boetes liggen nu tussen €260.000,- en €1.368.000,-
Vier van de zeven partijen waren in hoger beroep gegaan
Vier van de zeven betrokken partijen hadden hoger beroep aangetekend. Drie partijen hadden te laat bezwaar gemaakt; die boetebesluiten staan onherroepelijk vast. Met deze uitspraak van het CBb is de zaak voor alle zeven partijen nu afgerond.