Kruimelpad

Boete na klacht dierenarts afspraken tussen AUV en Aesculaap

Boete voor Cooperatieve Nederlandse Veterinair-Farmaceutische Groothandel en Aesculaap voor verboden beleid van leveringsweigering.

De Cooperatieve Nederlandse Veterinair-Farmaceutische Groothandel U.A. (AUV) is een cooperatieve vereniging waarbij 90% van de zelfstandig praktiserende dierenartsen in Nederland is aangesloten voor de inkoop van diergeneesmiddelen. Het assortiment van AUV omvat meer dan 90% van alle in Nederland uitgebrachte veterinair-farmaceutische producten. Aesculaap, die ook AUV-producten verkoopt, is naast AUV de enige andere groothandel in Nederland die een volledig assortiment diergeneesmiddelen voert.

AUV en Aesculaap hebben artikel 6 Mw overtreden door een beleid van leveringsweigeringen te voeren ter handhaving van mededingingsbeperkende afspraken. AUV en Aesculaap hebben een mondelinge overeenkomst om gezamenlijk het leveringsweigerings- of uitsluitingsbeleid van AUV te handhaven. De gronden voor uitsluiting van levering zijn gelegen in niet-naleving van de Statuten van AUV dan wel de regels en tarieven van de KNMvD. Zo is in (artikel 10, zevende lid van) de Statuten van AUV voor dierenartsen die als lid tot de cooperatie zijn toegetreden de verplichting opgenomen om diergeneesmiddelen slechts aan te wenden voor gebruik in de eigen praktijk. Deze verplichting komt neer op een verbod diergeneesmiddelen te gebruiken buiten de eigen praktijk oftewel binnen de praktijk of het klantenbestand van andere dierenartsen. Door een beleid van leveringsweigeringen te voeren worden dus klanten en markten verdeeld en verkoopprijzen bepaald.

In het kader van de boetetoemeting wordt overwogen dat de gedragingen van AUV (en Aesculaap) voorwerp zijn geweest van een ontheffingsaanvraag die op 31 maart 1998 is ingediend. In dit verband zijn de Statuten en het door AUV gepubliceerde calculatieoverzicht/rekenvoorbeelden van de KNMvD onderwerp van bespreking geweest tussen AUV en de NMa. De d-g NMa heeft in februari 2000 een voorlopig oordeel gegeven waarin is aangegeven dat bepaalde onderdelen van de Statuten en het calculatieoverzicht/rekenvoorbeelden in strijd zijn met artikel 6 Mw en niet voor een ontheffing in aanmerking komen. Medio 2000 zijn de betreffende bepalingen (waaronder artikel 10, zevende lid) uit de Statuten geschrapt en is de ontheffingsaanvraag ingetrokken. De periode van behandeling van de ontheffingsaanvraag wordt in deze zaak niet meegenomen in de berekening van de boete. Vaststaat dat ook na medio 2000 tot de datum van vaststelling van het rapport, te weten 15 februari 2001, de leveringsweigeringen en -uitsluitingen zijn toegepast. Deze periode wordt meegenomen in de berekening van de boete.

Aan AUV wordt een boete opgelegd van 9,7 miljoen Euro en aan Aesculaap wordt een boete van 750.000 Euro opgelegd. Het verschil in de boete voor AUV en Aesculaap kan als volgt worden verklaard. De boetegrondslag is 10% van de omzet die partijen met de overtreding hebben behaald (verkoop van diergeneesmiddelen). Vanwege de ernst van de overtreding is dat bedrag met 2 vermenigvuldigd. De omzet van Aesculaap in diergeneesmiddelen is veel lager dan die van AUV. Daarnaast is de boete voor Aesculaap met 250.000 Euro verminderd omdat Aesculaap het effect van de overtredingen heeft verminderd door AUV ertoe te bewegen niet ten aanzien van alle producten leveringsweigering te blijven toepassen. Bepaalde producten waarvoor geen alternatief bestond, werden dan toch geleverd.

Tenslotte wordt een last onder dwangsom opgelegd op grond waarvan AUV en Aesculaap binnen een periode van twee maanden aan hun afnemers kenbaar moeten maken dat het gebruik van het leveringsweigeringsbeleid definitief is beëindigd.