Kruimelpad

Onderzoek

NMa: Rapport Algemene Rekenkamer is stimulans voor verdere versterking van markttoezicht

30-05-2007

De NMa heeft met instemming kennisgenomen van de aanbevelingen die de Algemene Rekenkamer doet in haar vandaag gepubliceerde rapport 'Toezicht op mededinging door de NMa'. Volgens de NMa biedt het rapport goede aanknopingspunten voor de verdere versterking van het markttoezicht. 'Wij zijn trots dat de Algemene Rekenkamer constateert dat de NMa in haar relatief korte bestaan een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt en al veel heeft bereikt', aldus Pieter Kalbfleisch, voorzitter van de Raad van Bestuur van de NMa. 'De NMa is een lerende organisatie. We hebben de ambitie ons steeds verder te ontwikkelen.'

In het onderzoek van de Algemene Rekenkamer staat de vraag centraal of er voldoende waarborgen zijn voor een onafhankelijke, integere, transparante, rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van het algemeen toezicht en of over dit toezicht voldoende publieke verantwoording plaatsvindt. De Algemene Rekenkamer heeft 'op een groot aantal onderzochte punten een positief beeld' van het functioneren van de NMa. 'De NMa heeft haar toezichtsinstrumentarium op de meeste punten goed ontwikkeld', aldus het rapport. 'Waarborgen voor wettelijk verplichte functiescheiding tussen onderzoek naar en sancties bij kartel- en misbruikzaken zijn voldoende aanwezig en werken ook in de praktijk.'

De Algemene Rekenkamer ziet ook ruimte voor verbetering. De Rekenkamer raadt de NMa onder meer aan om richtlijnen voor de inzet van alternatieve handhaving verder te ontwikkelen en deze richtlijnen openbaar te maken. De NMa wijst er hierbij op dat er voor een toezichthouder als de NMa grenzen zijn aan transparantie. De Rekenkamer toont waardering voor de wijze waarop de NMa de effecten van het toezicht in beeld brengt en ziet hier nog mogelijkheden voor verbetering. Ook is er ruimte voor verbetering van de doorlooptijden op het gebied van zaken. De Rekenkamer stelt ten aanzien van de verbeterpunten vast 'dat de NMa op een groot deel van die punten al bezig is met het ontwikkelen en plannen van activiteiten ter verbetering'. De NMa heeft in haar reactie aangegeven hoe zij met de aanbevelingen wil omgaan.

Kalbfleisch: 'We beschouwen het rapport als een stimulans om door te gaan op de ingeslagen weg. Daarnaast brengt dit onderzoek een aantal nieuwe mogelijkheden voor verbetering naar voren. We zullen daar waar mogelijk de aanbevelingen NMa-breed doorvoeren. Uiteraard hebben we daarbij rekening te houden met de budgettaire mogelijkheden. Hoewel het onderzoek geen betrekking had op de sectorspecifieke toezichthouders van de NMa, Directie Toezicht Energie (DTe) en Vervoerkamer, voeren deze onderdelen eveneens waar mogelijk en relevant verdere verbeteringen door. Voor DTe geldt dit voor zover de aanbevelingen een aanvulling zijn op de onlangs door Twijnstra Gudde uitgevoerde evaluatie van de Elektriciteits- en Gaswet. In april 2007 informeerde de Minister van Economische Zaken de Tweede Kamer over de belangrijkste conclusies van dit onderzoek en haar reactie hierop. Uit deze evaluatie is gebleken dat DTe de afgelopen jaren is gegroeid in haar rol als toezichthouder en goed scoort op punten zoals onafhankelijkheid, toegankelijkheid, zorgvuldigheid en professionaliteit.

De Algemene Rekenkamer heeft ook onderzocht of de Minister van Economische Zaken (EZ) haar verantwoordelijkheid voor het mededingingstoezicht, inclusief de verantwoording aan de Staten- Generaal, voldoende invult. De Algemene Rekenkamer concludeert dat het Ministerie van Economische Zaken goed op de hoogte is van wat er speelt bij de NMa, zonder dat dit de onafhankelijkheid van de NMa belemmert. Zowel EZ als de NMa geven blijk van een rolvaste opstelling ten opzichte van elkaar.

Het volledige rapport staat op www.acm.nl. Via de website zal de NMa eveneens rapporteren over de voortgang van de implementatie van de verbeterpunten.