Kruimelpad

NMa: meer marktwerking in uitvoering sociale verzekeringen mogelijk

De Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) acht meer concurrentie mogelijk op de markt voor de uitvoering van de werknemersverzekeringen. Om de beoogde effecten van meer marktwerking te optimaliseren, moet wel aan een aantal belangrijke voorwaarden worden voldaan. Dit staat in de notitie die de NMa heden heeft verstuurd naar Staatssecretaris De Grave van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Eind april heeft Staatssecretaris De Grave de NMa gevraagd als toezichthouder op de naleving van de Mededingingswet haar opvattingen te geven inzake de adviesaanvraag van het kabinet aan de Sociaal-Economische Raad over de uitvoering van de sociale verzekeringen. Dit gebeurde mede met het oog op de kabinetsformatie.

In haar reactie heeft de NMa vooral gekeken naar de huidige en naar de beoogde, toekomstige marktstructuur en de concurrentieverhoudingen daarbinnen.

De huidige markt voor de uitvoering van werknemersverzekeringen kenmerkt zich door een gering aantal aanbieders. Na 1 juli a.s. zijn dat de volgende vier partijen: GAK, Cadans/GUO, SFB en USZO. Naar het zich laat aanzien neemt het GAK hierbij een dominante positie in. Er is slechts één opdrachtgever, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). Om een effectieve concurrentie te bevorderen, is het nodig dat er meer concurrentiedruk komt doordat het aantal aanbieders toeneemt en de marktaandelen meer evenredig over partijen worden verdeeld. Voor dat laatste kan marktordenend ingrijpen van de overheid nodig zijn.

Om het aantrekkelijk te maken voor nieuwe partijen om tot de uitvoeringsmarkt toe te treden, is het van belang dat daaruit duidelijke voordelen voor deze ondernemingen voortvloeien. Hiervoor is het wenselijk, dat instanties uitvoeringstaken kunnen verrichten naast private activiteiten en dat gegevens tot op zekere hoogte voor zowel wettelijke als private activiteiten kunnen worden gebruikt, uiteraard met de nodige privacywaarborgen. Als voorbeeld kan worden gedacht aan een combinatie van uitvoeringstaken, verzekerings- en bankdiensten. Voorkomen moet wèl worden, aldus de NMa, dat op dit punt exclusiviteitsrelaties gaan ontstaan. Dat zou namelijk belemmerend werken voor nieuwe toetreders en het risico van economische machtsvorming vergroten.

Het belang dat de NMa hecht aan lage toetredingsdrempels, betekent ook dat de erkenningseisen die de overheid aan uitvoeringsinstellingen-nieuwe-stijl stelt niet te hoog mogen zijn.

Het kabinet gaat in de adviesaanvraag uit van het scheiden van de zgn. "claimbeoordeling" voor WAO en WW van de overige taken in dat verband. Wanneer de claimbeoordeling wordt afgescheiden (in een nieuwe publieke organisatie) van de overige uitvoeringsactiviteiten, kunnen uitvoeringsinstellingen-nieuwe-stijl zich voluit als ondernemer gedragen. Als belangrijke spelregel voor de nieuwe publieke organisaties geldt, dat zij voor elke erkende uitvoeringsinstelling-nieuwe-stijl zonder onderscheid kunnen en willen werken. De reeds bestaande uitvoerders mogen hieraan met andere woorden geen concurrentievoordeel ontlenen.

Ook aan de vraagzijde van de markt is het wenselijk dat er meer partijen komen (sectoren en afzonderlijke bedrijven als opdrachtgever) en moet het eenvoudiger worden om van uitvoeringsinstelling te wisselen door een beperkte duur van de contracten, het beperken van de kosten die met het wisselen van opdrachtnemer zijn gemoeid en door open aanbestedingsprocedures.

Voor het toezicht op de marktwerking in deze sector acht de NMa het instrumentarium dat de Mededingswet en het EG-verdrag bieden voldoende om kartelvorming en onderling afgestemde gedragingen te voorkomen. Daarnaast zal de NMa concentraties met een effect op deze sector moeten beoordelen. Daar waar een nadere ordening of regulering van overheidswege van deze markt aan de orde zou zijn, kan niet met de bestaande mededingingsinstrumenten worden volstaan.