Besluit

Besluit gebruiksvergoeding spoor 2015 en 2016 (deel III)

27-12-2016

ProRail moet tarieven van de gebruiksvergoeding verlagen

De Autoriteit Consument & Markt geeft ProRail opdracht om de gebruiksvergoeding voor de spoorvervoerders aan te passen. ProRail moet de berekening op één onderdeel aanpassen en moet zijn tarieven over 2015 en 2016 met terugwerkende kracht aanpassen. De totale tariefverlaging bedraagt ruim € 4 miljoen per jaar. ProRail krijgt hiervoor een bindende aanwijzing van de ACM.

Dit is het derde ACM-besluit in een langlopende zaak van de Federatie Mobiliteit Nederland (FMN) tegen ProRail.

Wat ging vooraf?

De spoorvervoerders kregen voor 2015 en 2016 te maken met een stijging van de tarieven van de gebruiksvergoeding met 18%, totaal 50 miljoen euro. Arriva, Connexion, Syntus en Veolia (vertegenwoordigd door FMN) dienden hierover een klacht in bij toezichthouder ACM.

ACM heeft in deze zaak al twee besluiten genomen.

  • In het eerste besluit moest ProRail de berekening op drie onderdelen aanpassen. Daarnaast had ACM ProRail opdracht gegeven een betere motivering voor de andere onderdelen vast te stellen en die opnieuw ter beoordeling aan ACM voor te leggen.
  • In het tweede besluit kwam ACM tot de conclusie dat die motivering voor een aantal systemen (€ 20 miljoen gebruiksvergoeding) nog onvoldoende was. Daarvan vroeg ACM via een bindende aanwijzing een nadere onderbouwing van ProRail.

Voor dit derde besluit heeft ProRail de systemen onderbouwd door een rapportage van een eigen expert, aangevuld met een review door een extern adviesbureau. De ACM is van oordeel dat deze onderbouwing - die heeft geleid tot de tariefverlaging van € 4 miljoen - nu voldoende duidelijk en deugdelijk is. De verlaging van de tarieven komt niet alleen ten goede aan de vervoerders die een klacht hebben ingediend, maar aan alle spoorvervoerders.

Oorzaak tariefdaling

Uit de uitleg van ProRail kwam naar voren dat ProRail een factor meerekent waardoor meer kosten in rekening worden gebracht bij vervoerders dan is toegestaan. Deze factor heeft betrekking op complexiteit en kan als volgt worden toegelicht.

Volgens wet- en regelgeving mag ProRail slechts kosten doorberekenen die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien. ProRail heeft dit uitgangspunt ingevuld door uit te gaan van “gebruiksafhankelijke kosten”: de extra kosten die treinen veroorzaken door het gebruik van de huidige, bestaande infrastructuur. Uit het onderzoek is gebleken dat ProRail bij de bepaling van deze kosten voor een aantal systemen niet is uitgegaan van de huidige infrastructuur, maar van een minimaal benodigde, dus minder complexe infrastructuur. Bij minimaal benodigd wordt bedoeld de infrastructuur die benodigd is als het treinverkeer zeer beperkt is.

ProRail mag deze factor complexiteit niet meer meerekenen in de gebruiksvergoeding voor spoorvervoerders.

 

Download publicatie (PDF - 371 KB)

 

Bijlagen

Brief aan ProRail gebruiksvergoeding 2017-2018 (PDF - 51 KB)

 

Zie ook

Besluit gebruiksvergoeding spoor 2015 en 2016 (deel II)Gebruiksvergoeding spoor 2015 en 2016

Documenttype

Besluit

Beslisdatum

19-12-2016

Trefwoorden

 

Onderwerpen

 
 
 
 

Pagina-opties

 
Kansen & keuzes voor bedrijven en consumenten