Kruimelpad

Onderzoek

Evaluatie Consumentenautoriteit

28-10-2011

De evaluatie had als doel de doelmatigheid (efficiëntie) en doeltreffendheid (effectiviteit) van het functioneren van de Consumentenautoriteit vast te stellen in de periode 1 januari 2007 tot 31 december 2010.

De evaluatie heeft plaatsgevonden tussen januari 2011 en juli 2011 en is uitgevoerd door een samenwerkingsverband van de Kwink Groep, de Technische Universiteit Delft en de Erasmus Universiteit.

De evaluatie bestond uit vijf onderdelen:

  1. Uitvoering wettelijke taken beoordeeld op basis van de toetsingscriteria. Het functioneren van de Consumentenautoriteit is beoordeeld op grond van een zevental toetsingscriteria: (1) inzet en effectiviteit instrumentarium, (2) responsiviteit, (3) benutting privaat fundament, (4) transparantie, expliciteit en voorspelbaarheid, (5) zorgvuldigheid en consistentie, (6) prioritering en high trust en (7) snelheid.
  2. Relaties, (bi- en multilaterale) samenwerking en coördinatie met andere organisaties. Het gaat hier om de wijze waarop de Consumentenautoriteit de samenwerking en coördinatie met andere bevoegde autoriteiten en andere (overheids-)instanties heeft vormgegeven en in hoeverre dat heeft bijgedragen aan een doelmatige en effectieve werkwijze.
  3. Bestuurlijke vormgeving. Bij dit onderdeel is geanalyseerd hoe de positionering als ambtelijke dienst heeft bijgedragen aan het al dan niet doeltreffend en doelmatig functioneren van de Cosumentenautoriteit.
  4. Duale stelsel van handhaving. De vraag staat centraal wat, vanuit het oogpunt van effectiviteit en doelmatigheid, de ervaringen zijn met het zogenoemde duale stelsel van handhaving. Bij de beantwoording van deze vraag wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de mate waarin de Consumentenautoriteit op doelmatige en doeltreffende wijze gebruik heeft gemaakt van het duale systeem van handhaving en anderzijds of het systeem zelf doeltreffend en doelmatig is. Het onderzoeken van de voor- en nadelen van het handhaven via één spoor (alleen bestuursrechtelijk of alleen civielrechtelijk) was geen onderdeel van de evaluatie.
  5. Interne organisatie en bedrijfsvoering. Daarin staan de volgende drie aspecten centraal: (1) capaciteit van de organisatie (omvang in fte en budget), (2) aansturing en inrichting van de organisatie en (3) toepassing en gebruik van interne procedures. Andere onderdelen van de bedrijfsvoering zijn niet meegenomen in dit onderzoek.